ijsbeer1

De ijsbeer staat op het punt van uitsterven. Maar kunnen we de ijsbeer werkelijk alleen maar redden als we het poolijs sparen?

In een recent artikel uit het wetenschapstijdschrift PLOS ONE is te lezen dat er voor ijsberen ook voldoende voedsel beschikbaar is in gebieden zonder poolijs. Verschillende media gingen hier op in en concludeerden dat het voor de ijsbeer niet essentieel is dat het poolijs behouden blijft. Dit is opvallend, omdat eerder werd voorspeld dat de ijsbeer, door het verdwijnende poolijs, nog voor het einde van de eeuw zal uitsterven. Geeft dit nieuwe artikel reden tot optimisme?

De verkeerde kant op
Het is moeilijk te zeggen hoe het momenteel met de ijsbeer gaat. Dit heeft er mee te maken dat we het aantal ijsberen pas sinds enkele decennia goed bijhouden. Van een aantal populaties is bekend dat ze toenemen sinds het stoppen of verminderen van de jacht. Toch gaat het volgens ijsbeerspecialist Rinie van Meurs “over het algemeen langzaam de verkeerde kant op met de ijsbeer. Wereldwijd nemen populaties in grootte af. En wanneer de ijsvrije zomerperiode in de toekomst steeds langer wordt, zal dit ernstige gevolgen hebben voor de ijsbeer.”

“Over het algemeen gaat het langzaam de verkeerde kant op met de ijsbeer”

Zeehonden
IJsberen jagen op het ijs en dan voornamelijk op baby’s van zeehonden. Deze leven voornamelijk onder het ijsoppervlak. Wanneer er geen ijs is, is er ook geen mogelijkheid voor de ijsbeer om te jagen, zo is de gedachte. Maar de ijsbeer is niet de enige die het moeilijk heeft in het poolgebied. Het verdwijnen van poolijs heeft gevolgen voor het hele ecosysteem dat afhankelijk is van het ijs. Hiertoe behoren allerlei planten en dieren, van plankton tot zeehonden en walvissen. Wanneer het slecht gaat in een ecosysteem, zijn het de toppredators bovenin de voedselketen die hier als eerste de problemen van ondervinden. De ijsbeer is zo een toppredator. Het verhaal van de ijsbeer is dus enkel het topje van de ijsberg.

Opportunist
De Amerikaanse biologen Gormezano en Rockwell laten nu zien dat ijsberen ook in de ijsvrije zomers voldoende voedsel kunnen vinden. Ze hebben ijsberen geobserveerd die jagen op rendieren en sneeuwganzen. Dit nieuwe dieet bevat voldoende energie om de ijsbeer te voorzien en deze prooidieren zijn bovendien voldoende aanwezig. Het verrassende artikel werd opgepikt door de media. Deze schreven dat het poolijs niet essentieel is voor het voortbestaan van de ijsbeer.
Poolspecialisten Gert Polet en Rinie van Meurs reageren hier sceptisch op. Zij geven direct aan dat het naïef is om te veronderstellen dat elke ijsbeer in staat is zich aan te passen aan de nieuwe voedselbronnen. Rinie van Meurs: “De ijsbeer heeft zich in meer dan 500.000 jaar ontwikkeld tot wat hij nu is. De nieuwe omstandigheden van de afgelopen 50 jaar gaan te snel voor de ijsbeer om zich aan te passen.” Gert Polet voegt hieraan toe dat “ijsberen over het algemeen niet in staat zijn te jagen op rendieren”, zoals in het artikel wordt genoemd. “Ze zijn niet snel genoeg en hebben niet de juiste jachttechnieken om deze te vangen.” Robert Rockwell, co-auteur van het onderzoeksartikel, reageert fel op dit commentaar. “IJsberen zijn wel degelijk in staat om op het land te jagen en zich van voldoende voedsel te voorzien. Maar dit geldt wel specifiek voor de populaties die wij hebben onderzocht.” Deze bevinden zich in de Western Hudson Bay in Noord-Amerika. Dit is een gebied waar de zomers al tienduizenden jaren ijsvrij zijn, wat uniek is voor ijsberen. Deze ijsberen hebben zich dus al voor een lange tijd aan kunnen passen aan de perioden zonder ijs.

“IJsberen zijn wel degelijk in staat om op het land te jagen en zich van voldoende voesel te voorzien. Maar dit geldt wel specifiek voor de populaties die wij hebben onderzocht”

Misleidend
Het is dus de berichtgeving in de media die doorspekt lijkt te zijn met generalisaties. Rockwell vindt dit treurig. “In ons artikel hebben we specifiek gekeken naar de Western Hudson Bay. Voor dit gebied geldt dat ijsberen er in de toekomst mogelijk kunnen blijven leven, ook wanneer het er ’s zomers volledig ijsvrij is. Maar dit zal niet voor alle ijsberen gelden, op elke plek of te allen tijde.” Dergelijke berichtgeving kan gevaarlijk zijn. Klimaatsceptici zullen het een mooi verhaal vinden. We hoeven niets te doen om het smelten van het poolijs te voorkomen, de ijsbeer redt het immers toch wel. Rinie van Meurs noemt dit “olie op het vuur voor de klimaatsceptici.”

Maar het tegenovergestelde kan ook misleidend zijn. Zo ging er recentelijk, niet voor het eerst, een foto de wereld rond van een vermagerde ijsbeer, die in een oogopslag zou laten zien hoe slecht het met de ijsbeer gaat. Gert Polet vertelt dat het wel heel erg gesteld zou zijn als je de vermagering al gewoon zou kunnen waarnemen in het veld. Vermagerde beren zijn er wel degelijk, maar deze zijn er altijd al geweest. “Het is onjuist deze individuen in beeld te brengen als slachtoffer van klimaatverandering. Een individuele ijsbeer kan geen slachtoffer zijn van klimaatverandering. Maar populaties in het geheel kunnen dat wel. En we zien op dit moment dat deze wel degelijk achteruitgaan.”