De haaien gebruiken hun vinnen als ‘voeten’ om zich over de grond te verplaatsen.

Het ziet er wat gek uit: haaien die zich al lopend over de zeebodem verplaatsen. Onderzoekers stonden dan ook even te kijken toen ze in de wateren van Noord-Australië en Nieuw-Guinea op dit tafereel stuitten. In totaal ontdekten ze vier nieuwe soorten tropische haaien die hun vinnen gebruiken om… te wandelen.

Voorsprong
De haaien beschikken over speciaal aangepaste vinnen waarmee ze zichzelf gemakkelijk over riffen kunnen verplaatsen, zelfs in zeer ondiep water. “Hun vermogen om zuurstofarme omgevingen te weerstaan en op hun vinnen te lopen geeft de haaien een opmerkelijke voorsprong op hun prooien zoals kleine schaaldieren en weekdieren,” zegt onderzoeker Christine Dudgeon. De haaien zijn dan ook tijdens eb het hoogst geplaatste roofdier op het rif.


Hoewel het idee bij sommige mensen misschien angst inboezemt, stellen de onderzoekers dat de enige die zich zorgen hoeven te maken kleine vissen en ongewervelde dieren zijn. “De haaien zijn gemiddeld minder dan een meter lang,” zegt Dudgeon. “Daarom vormen de wandelende haaien geen bedreiging voor mensen.”

Familieleden
De wandelde haaien hebben fraai gevormde patronen en wonen in specifieke regio’s in de kustwateren rond Noord-Australië en het eiland Nieuw-Guinea. Maar om meer over hun evolutionaire oorsprong te weten te komen, besloten de onderzoekers zich in de nieuwe studie over het mitochondriaal DNA te buigen. Door het DNA te sequencen konden de onderzoekers de genetische relaties van de haaien met andere soorten vergelijken. En het lijkt erop dat het vermogen om te wandelen apart in de haaien is geëvolueerd. “Het wordt niet gedeeld met zijn naaste familieleden, waaronder de bamboehaaien,” zegt Dudgeon. Ook verre familieleden zoals de wobbegongs en walvishaaien vertonen niet hetzelfde gedrag. Wat dat betreft is het dus een vrij unieke eigenschap.


De Hemiscyllium halmahera Afbeelding: Mark Erdmann

Evolutie
“De gegevens suggereren dat de nieuwe soorten zijn geëvolueerd nadat de haaien zich van hun oorspronkelijke populatie afscheiden,” zegt Dudgeon. “Op die manier werden ze genetisch geïsoleerd en kwamen ze in nieuwe gebieden terecht, waar ze zich ontwikkelden tot nieuwe soorten. Ze hebben zich mogelijk verplaatst door te zwemmen of op hun vinnen te lopen, maar het zou ook kunnen dat ze zo’n twee miljoen jaar geleden zijn meegevoerd op de riffen die zich naar het westen over Nieuw-Guinea uitstrekken.”

Dankzij de vondst van de vier nieuwe soorten wandelde haaien, staat de teller momenteel op negen haaiensoorten die zich op deze bijzondere manier verplaatsen. Maar daar blijft het waarschijnlijk niet bij. “Wij geloven dat er meer wandelende haaiensoorten wachten om ontdekt te worden,” besluit Dudgeon.