De ontdekking bewijst maar weer eens dat organische materialen – onder de juiste omstandigheden – héél erg lang bewaard kunnen blijven.

In 1995 stuitten onderzoekers in wat nu Mongolië is op de resten van een perfect bewaard gebleven dinosaurus. De dinosaurus behoorde tot de soort Citipati osmolskae (zie afbeelding hierboven) en was ongeveer net zo groot als een emoe. De dinosaurus werd teruggevonden op een nest met eieren en was waarschijnlijk een slordige 75 miljoen jaar geleden bedolven geraakt onder een zandduin.

Vogels
Tijdens onderzoek naar deze dinosaurus stuitten de onderzoekers op een dun laagje wit materiaal op de klauwen dat iets uitstak. Het materiaal had een andere textuur dan het bot en omringende sediment. Het dunne laagje deed de onderzoekers direct denken aan de ‘nagel’ die het uiteinde van de tenen van moderne vogels bedekt, zoals de vingernagel het einde van onze vingers bedekt. Dit materiaal op het uiteinde van vogelteen bestaat uit twee soorten keratine: het zachtere alfa-keratine bevindt zich binnenin en het hardere bèta-keratine vormt de buitenzijde ervan.

Onderzoekers vergeleken de structuur van de 'nagel' van een struisvogel (links) met die van de 'nagel' van de dinosaurus (rechts). Afbeelding: Alison Moyer.

Onderzoekers vergeleken de structuur van de ‘nagel’ van een struisvogel (links) met die van de ‘nagel’ van de dinosaurus (rechts). Afbeelding: Alison Moyer.

Structuur
De onderzoekers bestudeerden het dunne laagje materiaal op de klauwen van de dinosaurus en ontdekten dat de structuur ervan overeenkwam met de structuur van de ‘nagels’ van moderne vogels. Direct vroegen de onderzoekers zich af of de nagels van de dinosaurus wellicht ook nog bèta-keratine bevatten. Om dat te achterhalen, maakten ze gebruik van antilichamen die zich binden aan bèta-keratine en zo aantonen waar deze eiwitten zich ophouden. In eerste instantie leverde dat niets op en dus bogen de onderzoekers zich nog eens over de nagels en ontdekten dat deze uitzonderlijk veel calcium bevatten: veel meer dan de nagels van moderne vogels of het sediment dat het fossiel omringde. Zou het calcium het onderzoek in de weg zitten? De onderzoekers besloten het te verwijderen en opnieuw met behulp van antilichamen op zoek te gaan naar bèta-keratine. En jawel: met succes dit keer.

“Waarschijnlijk heeft de opname van calcium in het weefsel bijgedragen aan het behoud ervan,” legt onderzoeker Alison Moyer uit. “Maar datzelfde calcium moest verwijderd worden om de onderliggende moleculaire compositie te kunnen zien.”