Wetenschappers hebben een groep studenten en een school muskietenvisjes aan een numerieke test onderworpen. De resultaten zijn heel verrassend: de visjes blijken het verschil tussen grote en kleine getallen vrijwel net zo goed te kunnen aangeven als studenten. En wat een numeriek struikelblok voor de hogeropgeleiden was, werd ook door het visje lastig gevonden.

Uit de studie blijkt dat vissen op dezelfde manier tellen als wij mensen doen. Ze zijn in staat zijn om het verschil tussen kleine getallen als vier en acht te kunnen zien. Ook voor getallen als 100 en 200 weten ze wat het verschil is. “Je verwacht niet zulke interessante resultaten als je met vissen werkt,” merkt onderzoeker Christian Agrillo op.

WIST U DAT…

…vissen waarschijnlijk als eerste seks hadden?

Keuze
De onderzoekers leerden de muskietenvisjes om een keuze te maken tussen twee identieke deuren met daarop verschillende hoeveelheden symbolen. Op de ene deur stonden bijvoorbeeld vier vormen en op de andere acht. Eén van de deuren leidde naar een grotere groep vissen. Aan het begin van het experiment kozen de vissen een willekeurige deur. Maar hoe vaker ze voor de keuze stonden, hoe beter ze wisten waar ze heenwilden. Ze kozen steeds vaker op basis van de symbolen welke deur ze moesten nemen.

Grotere hoeveelheden
Toen de visjes dat onder de knie hadden, wijzigden de onderzoekers de symbolen. Nu zaten er geen vier of acht meer op een deur, maar honderd of tweehonderd. “Het was best grappig. De meeste vissen leken verrast te zijn toen we de kleine getallen voor de grote hoeveelheden inwisselden. Ze zwommen een tijdje rond in een poging te begrijpen wat er aan de hand was. Maar na korte tijd begonnen ze het vraagstuk op te lossen.”

WIST U DAT…

…mannelijke vissen weigeren om de weg te vragen?

Verhouding
Uit de experimenten van de wetenschappers blijkt dat vissen meer moeite met de opdracht hadden wanneer de hoeveelheden symbolen meer op elkaar leken. Zo kozen de vissen vaker de juiste deur als de symbolen op beide deuren in een verhouding van 1:2 (acht versus zestien) in plaats van 2:3 (acht versus twaalf) voorkwamen.

Student
De wetenschappers waren duidelijk onder de indruk van de vaardigheden van de visjes en vroegen zich af hoe die zich verhielden tot de vaardigheden van studenten. Ze verzamelden een aantal proefpersonen en legden ze een hoeveelheid symbolen voor. De proefpersonen kregen die symbolen elke keer maar twee seconden te zien en hadden dus niet de tijd om deze te tellen. Toch moesten ze zien aan te geven welke groep groter was.

De studenten bleken iets accurater dan de vissen te zijn, maar net als de vissen hadden ze veel moeite met de opdracht wanneer de verhouding van 2:3 veranderde in 3:4. De resultaten bewijzen volgens Agrillo dat zowel mensen als vissen op dezelfde manier met cijfers omgaan.