kabeljauw

In de oceaan zijn er twee natuurlijke grenzen voor vissen en zeedieren. De eerste is de kustlijn, de tweede is de temperatuur van het water. Door klimaatverandering veranderen watertemperaturen, waardoor vissen en zeedieren massaal verhuizen.

Dit beweren onderzoekers in een paper, dat op 26 januari in het wetenschappelijke journaal Nature Climate Change is verschenen.

Loïc Pellissier van de universiteit van Fribourg en haar collega’s hebben geanalyseerd hoe 515 vissen gaan reageren op klimaatverandering. Door de smeltende polen en de opwarmende oceanen, ontstaan er nieuwe routes van de ene naar de andere oceaan. De onderzoekers verwachten dat in 2100 41 Atlantische soorten naar de Grote Oceaan zijn verhuisd. 44 vissen in de Grote Oceaan gaan waarschijnlijk naar de Atlantische Oceaan verkassen.

Gevolgen voor de visserij
Is dat erg? Voor de visserij misschien niet. Sommige verhuizende vissen worden nu al commercieel gevangen, zoals de Atlantische kabeljauw, de lange schar en de Japanse schar. Deze vissen zullen ter zijner tijd dus ook voor de kust van Groenland in de netten verschijnen. Wel waarschuwen de wetenschappers dat er meer risico’s kleven aan het vangen van vis nabij de noordpool, vooral omdat wateren snel kunnen bevriezen.

Biologisch evenwicht
Voor het biologisch evenwicht in de oceanen kan de verhuizing van soorten wel een probleem vormen. Zo was de Noordwestelijke Doorvaart van de Atlantische Oceaan naar de Grote Oceaan 2,6 miljoen jaar lang bevroren, maar daar komt nu verandering in. Zo is de Atlantische kabeljauw een toproofdier, oftewel een roofdier zonder natuurlijke vijanden. De komst van deze kabeljauw in de noordelijke Grote Oceaan kan ervoor zorgen dat soorten met uitsterven worden bedreigd.