tour-de-france

Zaterdag vindt de proloog van de Tour de France plaats in Utrecht. Wielrenners leggen een individuele tijdrit van 13,7 kilometer door de straten van Utrecht af. Wetenschappers van de TU Eindhoven berekenden dat een volgauto een wielrenner aan de winst kan helpen.

Het is algemeen bekend dat je minder last hebt van de wind als je achter een auto fietst, maar wist je dat omgekeerd ook het geval is? Wanneer een wielrenner voor een auto fietst, neemt de auto de onderdruk deels weg die achter een wielrenner ontstaat tijdens het fietsen. Deze onderdruk heeft normaal gesproken een remmende werking. Hoe kleiner de afstand tussen de fietser en de auto, hoe groter dit ‘volgwageneffect’ is.

Het verschil tussen een afstand van vijf meter (boven) en tien meter (onder). Duidelijk is te zien dat de volgauto de turbulente en afremmende windstromingen achter de renner deels wegneemt.

Het verschil tussen een afstand van vijf meter (boven) en tien meter (onder). Duidelijk is te zien dat de volgauto de turbulente en afremmende windstromingen achter de renner deels wegneemt.

Het is een regel dat volgauto’s tien meter afstand houden, maar deze regel wordt in de praktijk niet altijd gehandhaafd. Wanneer de afstand tussen een wielrenner en een auto slechts vijf meter is, kan een wielrenner zo’n zes seconden winnen op een korte tijdrit, zoals komende zaterdag in Utrecht. Dit kan beslissend zijn. Voor langere tijdritten is het effect veel groter en kan er sprake zijn van een winst van tientallen seconden.

Windhoogleraar Bert Blocken vindt dat er mogelijk sprake is van oneerlijke competitie. “Die tien meter afstand is ooit bepaald uit veiligheidsoverwegingen, toen was men niet op de hoogte van dit effect. Om alle twijfel weg te nemen zou de UCI de minimale afstand moeten vergroten tot dertig meter, want dan is het volgwageneffect verwaarloosbaar. En er vervolgens natuurlijk streng op toezien dat iedereen zich daar ook echt aan houdt.”