beringlandbrug

Toen de voorouders van de indianen meer dan 25.000 jaar geleden naar het huidige Amerika trokken, hielden ze onderweg een tussenstop. En die duurde 10.000 jaar. De voorouders van de ‘native Americans’ brachten die 10.000 jaar door op de Beringlandbrug. Dat stellen wetenschappers in een nieuw paper.

Het idee van zo’n 10.000 jaar durende tussenstop is niet nieuw. Onderzoekers stelden het in 1997 al voor. In 2007 leek genetisch onderzoek de theorie te onderschrijven. Onderzoekers troffen in het DNA van Indianen mutaties aan die erop wezen dat hun directe voorouders zeker enkele duizenden jaren geïsoleerd in het gebied van de Beringlandbrug doorbrachten.

Geen bomen
Archeologen waren echter niet overtuigd. Want hoe konden mensen nu duizenden jaren op de Beringlandbrug wonen? Het was immers een heel open gebied, zonder bomen. En dus was er ook geen hout om vuur te maken.

Beringlandbrug
Op de afbeelding bovenaan dit artikel ziet u links met zwarte stippellijn aangegeven de grenzen van het moderne Siberië. Rechts ziet u de grenzen van Alaska. Het groene deel ertussen (dat tegenwoordig dus bedekt is door de oceaan) is de Beringlandbrug. Deze landbrug bestond tussen 28.000 en 18.000 jaar geleden. De zeespiegel lag toen aanzienlijk lager.

Bomen en struiken
In een nieuw paper stellen onderzoekers dat we dat argument nu van tafel kunnen vegen en dat het bewijs dat mensen daadwerkelijk langdurig op de Beringlandbrug woonden alvorens ze het huidige Amerika betrokken, zich opstapelt. De onderzoekers trekken die conclusie niet op basis van onderzoek dat ze zelf hebben gedaan, maar op recent onderzoek van paleontologen. Die hebben in een poging een beter beeld te krijgen van het landschap van de Beringlandbrug naar sedimenten geboord en deze bestudeerd. Uit die onderzoeken is gebleken dat de Beringlandbrug niet zo onherbergzaam was als gedacht. De landbrug zou tijdens de ijstijd verrassend milde temperaturen hebben gekend. In de sedimenten troffen de paleontologen pollen, planten en fossiele resten van insecten aan. Het suggereert dat op de landbrug struiken en zelfs bepaalde soorten bomen groeiden. “We combineren die informatie met de archeologische en genetische informatie omtrent de oorsprong van de Amerikanen en zeggen: kijk, er was een gebied met bomen en struiken dat heel anders was dan de open, grasachtige steppe,” vertelt onderzoeker Dennis O’Rourke.

Realistische optie
“Genetisch onderzoek is heel duidelijk: het genoom van de Indianen moet zeker 25.000 jaar geleden ontstaan zijn in een geïsoleerde populatie.” En het grootste deel van de migranten arriveerden pas bijna 15.000 jaar geleden in het huidige Amerika. Nu beginnen we te begrijpen waar ze die 10.000 jaar geïsoleerd doorbrachten. “In mijn ogen komen de genetische en paleontologische informatie heel mooi samen,” stelt onderzoeker John Hoffecker, die erop wijst dat de mensen die eerder het genetische onderzoek uitvoerden waarschijnlijk niet op de hoogte zijn van de resultaten die paleontologen onlangs verzamelden. “Als we op zoek zijn naar een plek waar we al deze mensen tijdens het laatste glaciale maximum kunne laten, is Beringië misschien wel de enige realistische optie.”

Ondanks dat het bewijs de theorie gunstig gestemd lijkt, blijft er een zwakke plek in de theorie van onder meer O’Rourke en Hoffecker zitten. Er is in het gebied van de Beringlandbrug namelijk geen archeologisch bewijs gevonden dat wijst op de langdurige aanwezigheid van de voorouders van de indianen. Dat is ook logisch: de landbrug staat tegenwoordig onder water. Pas als we die archeologische ontdekkingen doen, lijkt de theorie bevestigd te kunnen worden.