Gemiddeld blijkt 1 tot 2 procent van de kinderen per generatie het resultaat van een affaire.

Als je tegenwoordig twijfelt of je wel écht de vader van je kind bent, valt dit met een vrij gemakkelijk verkrijgbare test eenvoudig te achterhalen. Maar een paar honderd jaar geleden kon je als man niet veel anders dan het woord van je vrouw vertrouwen. En ja, was zij wel altijd eerlijk? In een nieuwe studie besloten onderzoekers het te bestuderen. Ze bogen zich over genetische data en analyseerden het biologische vaderschap onder mensen die in de afgelopen vijfhonderd jaar in delen van Vlaanderen en Nederland woonden.

Onderzoek
De onderzoekers gingen als volgt te werk. “We verzamelen het DNA van mannen die een familienaam delen en waarvan we een voorouder in de mannelijke lijn kunnen traceren met archiefonderzoek,” legt evolutionair geneticus Maarten Larmuseau uit. “Uit hun DNA halen we het profiel van het Y-chromosoom, een stukje DNA dat van vader op zoon wordt doorgegeven. Als twee mannen volgens hun stamboom een voorouder in de vaderlijke lijn delen, dan moet je dat bevestigd zien in hun Y-profiel. Als de juridische stamboom niet klopt met de biologische, is er dus sprake van minstens één kind dat binnen het huwelijk juridisch wel erkend is, maar dat biologisch geen band heeft met de vader.”


De onderzoekers verzamelden meer dan 500 mannelijke duo’s die volgens de aktes van de burgerlijke stand en kerkelijk register familie zijn van elkaar. Op basis hiervan zouden ze vervolgens ook een gemeenschappelijke mannelijke voorouder en een Y-chromosoom moeten delen. Toen de onderzoekers keken of deze genen overeenkwamen met wat ze hadden verwacht, ontdekten ze dat ongeveer 1,6 procent van de kinderen een andere biologische vader had.

Gerust?
Per generatie is er altijd wel sprake van een percentage buitenechtelijke kinderen dat een andere biologische vader heeft dan gedacht. Maar over het algemeen kunnen vaders gerust zijn: gemiddeld blijkt 1 tot 2 procent van de kinderen per generatie het resultaat van een affaire. “Factoren zoals religie of gebruik van anticonceptie blijken weinig verschil te maken,” zegt Larmuseau. “Maar er bleven wel wat open vragen. Op schilderijen uit de zeventiende eeuw wordt vaak de draak gestoken met de onwetende, meestal veel oudere echtgenoot die niet beseft dat zijn vrouw hem bedriegt en dat hij niet de echte vader is van het kind. Dat bracht ons op de vraag of het leeftijdsverschil bij koppels een rol speelt. En of koekoekskinderen bijvoorbeeld in een bepaalde sociale klasse meer voor komen.”

Schattingen over het percentage buitenechtelijke kinderen in de Lage Landen. Afbeelding: uit artikel

Verrassingen
De bevindingen leveren enkele verrassingen op. Want hoewel hoewel het cijfer weinig schommelt in de tijd, blijkt dat er wel verschillen zijn tussen mensen afhankelijk van hun omstandigheden. In het bijzonder blijkt dat vooral mensen met een lagere sociaaleconomische status die in de 19e eeuw in dichtbevolkte steden woonden vreemdgingen. Zo blijkt dat het percentage buitenechtelijke kinderen bij boeren en welgestelde ambachtslieden en kooplieden rond de één procent ligt, terwijl dat bij arbeiders en wevers van een veel lagere klasse rond de vier procent ligt. “Ons onderzoek toont aan dat het echt afhangt van de sociale omstandigheden van je voorouders,” zegt Larmuseau. “Als ze in steden woonden en van een lagere sociale klasse waren, dan is de kans op een buitenechtelijk kind in je familiegeschiedenis veel hoger dan wanneer ze bijvoorbeeld boeren waren.” De meest opvallende periode is die van de tweede Industriële Revolutie, van 1850 tot 1900, zo blijkt uit de studie. “Bij de boeren lag de koekoeksgraad op slechts 0,5 procent, maar bij de laagste sociale klasse in de grootsteden kon dit oplopen tot 6 procent,” zegt Larmuseau.

De onderzoekers plaatsen wel een kanttekening bij hun resultaten. “We vinden alleen een verschil tussen de biologische en juridische stamboom,” benadrukt Larmuseau. “We kunnen die mensen helaas niet meer interviewen. Dat hoge cijfer bij de arme stedelingen kan mogelijk te verklaren zijn door affaires, maar zeker ook door verkrachting of prostitutie. Er is meer interdisciplinair onderzoek nodig om dat te achterhalen. Maar het staat buiten kijf dat de sociale context – een tijd van hongersnood, cholera-epidemieën, sociale onrust – een zware impact had op het aantal buitenechtelijke kinderen.”