Zit er dan toch een kern van waarheid in het bakerpraatje dat elk kind een tand kost?

Voor het eerst hebben onderzoekers het verband tussen het aantal kinderen en het tandverlies van de moeder serieus onderzocht. En de resultaten suggereren voorzichtig dat er een verband is tussen het aantal kinderen dat een vrouw krijgt en het aantal tanden dat ze op latere leeftijd verliest. Dat is te lezen in het blad Journal of Epidemiology & Community Health.

SHARE
De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van gegevens van de SHARE-databank. SHARE staat voor Survey of Health Ageing and Retirement in Europe en de databank herbergt de gegevens van meer dan 120.000 vijftigplussers uit 27 Europese landen en Israël. De onderzoekers maakten in SHARE gebruik van een deelonderzoek waarin van bijna 35.000 mensen in 14 Europese landen en Israël onder andere de geboorten in het gezin en het aantal resterende eigen tanden werd geregistreerd.

Negentien tanden kwijt
“Met het stijgen van de leeftijd sneuvelen meer tanden,” legt onderzoeker Stefan Listl uit. “Ook het opleidingsniveau speelt mee.” Vrouwen die tussen de 50 en 60 jaar oud zijn, missen gemiddeld 7 tanden. Mannen ouder dan 80 jaar moeten gemiddeld 19(!) tanden missen. Verder blijken hogeropgeleide vrouwen en mannen een kleinere kans te hebben op tandverlies.

Een derde kind
Listl en collga’s zoomden voor hun onderzoeksvraag in op vrouwen die een twee- of drieling hadden en vrouwen van wie de eerste twee kinderen hetzelfde geslacht hadden. “Als de eerste twee kinderen hetzelfde geslacht hebben, neemt de kans toe dat je nog een derde kans wilt met de kans op een ander geslacht,” legt Listl uit. “”We zien dat de vrouwen in die groep uiteindelijk meer tanden zijn kwijtgeraakt dan vrouwen die een meisje en een jongen als eerste twee kinderen hebben gekregen. Bij de mannen zien we geen verschil.”

Op basis van dit onderzoek, onder deze groep Europese ouders, kunnen we concluderen dat een derde kind van invloed is op het tandverlies van de moeder, maar niet op dat van de vader. “Maar dat betekent nog niet dat die (conclusie, red.) voor iedereen geldt,” benadrukt Listl. “Dit vraagt om verder onderzoek en dat geldt ook voor welke factor dit verschil veroorzaakt. Is het echt een gevolg van de zwangerschap zelf of is het misschien een effect dat door het ouderschap wordt veroorzaakt? Dat weten we nog niet.”