Dagelijks schelden er genoeg Nederlanders op de rijvaardigheid van bejaarde automobilisten. Maar hoe komt het dat ouderen zo slecht rijden? Wetenschappers van de universiteit van Rochester hebben een mogelijk antwoord gevonden: bejaarden zien te veel beweging op de achtergrond, waardoor ze moeite hebben om objecten op de voorgrond te spotten, zoals een overstekend kind.

“De hoeveelheid visuele informatie is erg groot, maar onze hersenen kunnen dit niet allemaal verwerken”, zegt Duje Tadin van de universiteit van Rochester. Daarom filteren onze hersenen belangrijke informatie. Vaak gaat het om informatie op de voorgrond.

Bij oudere mensen werkt dit filter mogelijk minder goed, waardoor de informatie grotendeels ongefilterd binnenkomt. Een vliegend vogeltje op een afstand van 200 meter wordt dus even belangrijk als een auto die van rechts komt. En dan kan het zijn dat een bejaarde automobilist wel eens iets over het hoofd ziet.

WIST U DAT…

…ouderen snel moeten lopen, omdat ze anders sneller op de grond vallen?

Onderzoek
De wetenschappers kwamen tot deze conclusie door een bepaald deel van de visuele cortex tijdelijks uit te schakelen bij zes gezonde proefpersonen, namelijk het gebied V5. Hoe? De wetenschappers gebruikten een speciale neurofysiologische techniek, genoemd transcraniële magnetische stimulatie. Door middel van een korte magneetpuls wordt een stroom opgewekt in het brein, waardoor hersengebieden kunnen worden gestimuleerd. Het kan echter ook gebruikt worden om bepaalde hersengebieden tijdelijk minder goed te laten functioneren.

Na een korte blootstelling aan de magneetpuls hadden de proefpersonen meer oog voor objecten op de achtergrond.

Depressie of schizofrenie
De onderzoekers denken dat de resultaten ook van toepassing zijn op mensen met schizofrenie of een depressie. Zij hebben namelijk een betere perceptie voor grote patronen dan normale mensen, waardoor ook zij wellicht kleinere objecten op de voorgrond over het hoofd zien.