Inmiddels zijn zo’n 70.000 lichamen geborgen. Naar verwachting loopt het aantal doden de komende dagen en weken echter nog veel verder op. Zo’n 200.000 mensen zouden tijdens en gedurende de naweeën van de aardbeving het leven hebben gelaten. Het lijkt erop dat de armoede hen indirect het leven kostte.

Het blad New Scientist analyseerde de beving samen met enkele geologen. Dat de Haïtianen geen schijn van kans hadden, staat vast. Maar de reden daarvan is minder eenduidig.

Het centrum van de aardbeving die Haïti trof, lag ondiep. Hierdoor was er weinig tijd om iedereen te waarschuwen. Als een aardbeving op grote diepte plaatsvindt, kunnen de trillingen soms nog op tijd opgemerkt worden en kunnen de mensen hun huizen bijtijds verlaten.

Port au Prince is het hardst geraakt door de aardbeving. Dat heeft alles te maken met de ondergrond van de stad. De gebouwen zijn niet op steen, maar op grond gebouwd, waardoor een beving genoeg is om huizen in te laten storten. Bovendien waren de huizen zelf qua bouw niet op een aardbeving berekend. Flexibele materialen hadden de trillingen beter kunnen opvangen. Bestaande huizen aardbevingproof maken is duur, maar het bouwen van een gloednieuw aardbevingproof huis is niet veel duurder dan een gewoon huis.

Als een aardbeving met dezelfde kracht en hetzelfde voorkomen in Californië zou plaatsvinden, zou het aantal doden veel lager zijn. “Betere gebouwen zouden levens gered hebben,” meent geoloog Chuck Demets. In 1988 kostte een aardbeving met een kracht van 6.9 op de schaal van Richter in Armenië nog 25.000 levens. Een jaar later trilde de grond in Californië met een kracht van 7.1. Toen vielen ‘slechts’ 63 doden.

Aan de analyse valt niet te tornen. Maar het lijkt iets te gemakkelijk om de arme Haïtianen af te rekenen op bouwstijl. Het is mosterd na de maaltijd die hopelijk in de wederopbouw van Port Au Prince wordt meegenomen.