Alleen in ons sterrenstelsel bevinden zich naar schatting al tientallen miljarden leefbare planeten. Men zou verwachten dat toch op een aantal van die planeten leven te vinden is. Waarom hebben we het dan nog niet gevonden?

Een goede vraag. Hieronder wat mogelijke antwoorden.

1. Buitenaards leven bestaat niet
Het is het meest voor de hand liggende verklaring: we kunnen geen buitenaards leven vinden, omdat het niet bestaat. Of het klopt? Dat weten we pas als we een alien tegen het lijf lopen. Maar wanneer we kijken naar de bouwstenen van het leven en de wijze waarop deze hoogstwaarschijnlijk op de aarde – de enige planeet waarvan we nu weten dat er leven voorkomt – zijn beland, is het niet direct aannemelijk dat de aarde de enige planeet met daarop levende wezens is. Wetenschappers gaan er namelijk vanuit dat cruciale bouwstenen van leven – aminozuren – op aarde ontstonden toen kometen op onze planeet botsten. Tevens zouden deze kometen een ander belangrijke voorwaarde voor leven – de aanwezigheid van water – op aarde gecreëerd hebben. Nu weten we dat botsende kometen niet alleen in ons eigen zonnestelsel voorkomen. Ook in andere stelsels geven ze acte de présence. Kortom: de bouwstenen van leven zijn hoogstwaarschijnlijk op tal van plekken in de ruimte te vinden. Het enige wat zij nodig hebben om uit te groeien tot een levend wezen, is een veilige thuishaven, oftewel een planeet die in veel opzichten op de aarde lijkt. En die planeten bestaan, zo hebben onderzoekers reeds aangetoond.

2. We zoeken niet hard genoeg
Vanochtend kon je op Scientias.nl meer lezen over de manieren waarop we momenteel (of wellicht in de nabije toekomst gaan) proberen om buitenaards leven op te sporen. Als je die manieren zo op een rijtje ziet staan, lijkt het heel wat. Maar je moet het in een groter perspectief plaatsen. We zoeken nog maar relatief kort naar radiostraling afkomstig van buitenaards leven en ondanks alle krachtige telescopen die – ook nog maar enkele decennia – zoeken naar leefbare planeten hebben we nog maar een piepklein deel van die planeten gedetailleerd bestudeerd. Om nog maar terug te komen op wat we eerder in de inleiding al stelden: naar schatting zijn er in onze Melkweg alleen al tientallen miljarden leefbare planeten. Als wij slechts een piepkleine fractie daarvan in kaart hebben gebracht, is het niet zo gek dat we nog geen buitenaards leven hebben gevonden.

alien

3. Misschien is E.T. intelligenter dan gedacht
We zijn geneigd om te denken dat aliens in bepaalde opzichten op ons zullen lijken. Maar dat is niet aannemelijk. Onze aarde ontstond maar liefst negen miljard jaar na de oerknal. In de periode tussen de oerknal en de geboorte van de aarde ontstonden al tal van sterrenstelsels boordevol sterren en planeten die miljarden jaren meer tijd hebben gehad om zich te ontwikkelen. Misschien zijn buitenaardse wezens wel veel intelligenter dan we denken en hebben ze een zeer geavanceerde manier van communicatie ontwikkeld, waardoor wij nimmernooitniet radiostraling afkomstig van een alien zullen opvangen. Simpelweg omdat die manier van communiceren in de ogen van de alien achterhaald is. En misschien hebben aliens wel een hele andere kijk op leven dan wij. Misschien zijn ze door hun hogere intelligentie wel in gaan zien dat het leven niet veel meer is dan complexe patronen van informatie die op een fantastische manier de interactie met elkaar aangaan. En misschien hebben ze wel ingezien dat de meest efficiënte manier van leven een leven op microscopische schaal is. Misschien hebben de aliens wel dezelfde evolutie doorgemaakt als onze computers en zijn ze gaandeweg steeds kleiner geworden om efficiënter te kunnen leven en hun invloed op hun milieu te verkleinen.

WIST JE DAT…

…sommige onderzoekers vermoeden dat we buitenaards leven gemakkelijker kunnen vinden als het net is uitgestorven?

4. Ze zijn te ver weg
Misschien is het feit dat we nog geen signalen van buitenaardse wezens hebben opgevangen ook wel toe te schrijven aan de grote afstanden binnen onze Melkweg. “Gemiddeld zou je verwachten dat beschavingen binnen de Melkweg zeker 1000 lichtjaar van elkaar verwijderd zijn,” zo stelde Michael Garrett namens ASTRON eerder dit jaar tijdens het International Astronomical Congress in Toronto, aldus Space.com. Het betekent heel concreet dat beschavingen al enkele duizenden jaren moeten bestaan alvorens ze in de gelegenheid zijn om contact met elkaar te leggen. En we weten niet of er ook daadwerkelijk zulke oude beschavingen in de Melkweg te vinden zijn. Garrett wijst er daarbij op dat het leven op aarde eigenlijk kort nadat de omstandigheden daarvoor gunstig waren, ontstond. Maar intelligent leven – in staat tot een manier van communiceren die we ook van buitenaardse wezens verwachten – liet nog heel lang op zich wachten. “Mijn conclusie is dat SETI-signalen in de Melkweg zeldzaam zijn.”

5. Onze apparatuur deugt niet
Recent onderzoek suggereert dat buitenaards leven moeilijk te vinden is, omdat een levenloze planeet zich in de ogen van onze huidige telescopen heel gemakkelijk voor kan doen als een planeet waarop leven te vinden is. Dat zou twee dingen kunnen betekenen: we overschatten het aantal leefbare planeten en misschien zoeken we wel op dode planeten naar leven. Tja..dat schiet niet op, natuurlijk.

6. We vernietigen onszelf voor we aliens kunnen vinden
Zoals we eerder al opmerkten, is de aarde – net als het leven op de aarde – nog relatief jong. Er zijn planeten die aanzienlijk ouder zijn en waarop het leven mogelijk al veel langer gedijt. Men zou kunnen verwachten dat het leven op die planeet ook verder ontwikkeld is en misschien al wel in staat is tot lange ruimtereizen en geavanceerde methodes van communicatie. Op basis daarvan zou je kunnen concluderen dat het aannemelijker is dat aliens ons vinden dan andersom. En dan komt de Great Filter Theory om de hoek kijken. Volgens deze theorie is intelligent leven niet in staat om zich alsmaar te blijven ontwikkelen en uiteindelijk bijvoorbeeld in staat te zijn tot verre ruimtereizen: op een gegeven moment stuit intelligent leven op zijn eigen grenzen of ontstaat een catastrofe die de intelligente levensvormen – in het gunstigste geval – weer terug in de buitenaardse Steentijd knikkert. Hoe moet je je dat precies voorstellen? Nou, intelligent leven kan op een gegeven moment zo intelligent worden dat het zichzelf vernietigt (denk aan kernrampen of kernoorlogen) of de thuisbasis in as legt (denk aan milieurampen) of getroffen wordt door een catastrofale natuurramp (denk aan vulkaanuitbarstingen die het licht van de ster blokkeren of een enorme komeet die op de planeet ploft). Kortom: volgens deze theorie zal intelligent leven altijd de handdoek in de ring moeten gooien alvorens deze in staat is contact te leggen met andere beschavingen.