Het is al langer bekend dat kinderen die opgroeien op boerderijen minder vaak astmatische aandoeningen ontwikkelen dan leeftijdgenoten die in een stad leven. Maar hoe komt dat eigenlijk? Een team van wetenschappers heeft dit onderzocht en concludeert dat het komt door de grotere verscheidenheid aan micro-organismen waaraan boerenkinderen worden blootgesteld.

De wetenschappers onderzochten Duitse kinderen uit boerengezinnen en vergeleken ze met kinderen uit een andere omgeving. Net zoals uit eerdere studies bleek, komt astma in de eerste groep minder vaak voor. Wat in deze studie echter specifiek werd onderzocht was de aanwezigheid van schimmels en bacteriën in huisstof. Ook binnenshuis blijken boerenkinderen veel meer te worden blootgesteld aan deze organismen dan hun leeftijdsgenoten die niet op boerderijen opgroeien. Dit komt in veel gevallen door de aanwezigheid van grote aantallen dieren op de boerderij. Des te meer bacteriën en schimmels, des te kleiner het risico op astma, aldus de wetenschappers.

Tussen de onderzochte organismen bevonden zich enkele die voor de preventie van astma wel eens een rol zouden kunnen spelen. De precieze werking van de bewuste schimmels en bacteriën blijft nog ongewis, maar een aantal kandidaten voor de ontwikkeling van vaccinstoffen zijn wel geïdentificeerd. Overigens is het niet zo dat een grote verscheidenheid aan microben alleen voldoet om astma tegen te gaan – veeleer is er waarschijnlijk sprake van een combinatie van factoren.

De afgelopen dagen stond het nieuws op Scientias.nl in het teken van astma. Zo is er een nieuw apparaat ontwikkeld om astma-aanvallen te voorspellen. Dit geeft patiënten voldoende tijd om maatregelen te nemen. Deze week kwam ook naar voren dat klimaatverandering allergieën creëert en verergert.