Wij mensen zijn geneigd om te geloven in onverklaarbare dingen. Maar waarom eigenlijk?

We denken graag van onszelf dat we heel rationeel zijn. Maar als je kritisch naar je eigen gedrag of dat van anderen gaat kijken, kom je al snel tot de conclusie dat dat toch niet helemaal waar is. Want waarom doe je dan toch een schietgebedje voor dat sollicitatiegesprek? En waarom moet je toch altijd even slikken als er een zwarte kat voor je de weg oversteekt? En waarom vereren mensen dan goden waarvan het bestaan niet bewezen kan worden?

Dagelijks irrationeel
Dergelijke gedragingen getuigen van een oer-neiging die we allemaal bezitten: we geloven graag in iets onverklaarbaars. Maar waarom? In zijn gloednieuwe boek ‘Dagelijks irrationeel‘ gaat Michiel van Straten op jacht naar een antwoord op die vraag (ondertussen benadrukkend dat hij alleen de neiging om te geloven onderzoekt en verder geen uitspraken wil doen over of die onverklaarbare dingen al dan niet bestaan). En hij komt al snel tot de ontdekking dat we op meerdere manieren aangezet worden om in iets of iemand te geloven.

Vatbaar voor geloof
Zo wijst onderzoek uit dat we onder bepaalde omstandigheden – vaak zonder dat we ons daar bewust van zijn – extra vatbaar zijn voor (bij)geloof. Bijvoorbeeld wanneer we:
totaal geen controle hebben over de situatie. Van Straten illustreert dat aan de hand van een experiment waarbij onderzoekers proefpersonen vroegen om een gebeurtenis te beschrijven: “Een deel beschreef spontaan ervaringen van controleverlies, bijvoorbeeld over een auto-ongeluk dat veroorzaakt was door een ander, of de ziekte van een vriend of familielid. Het andere deel beschreef situaties waarin ze wel controle hadden. Vervolgens werd aan beide groepen een fictieve situatie voorgelegd waarin ze een belangrijke presentatie moesten houden, met daarbij de vraag: zou het uitvoeren van een willekeurige actie als het drie keer stampen met je voet voordat je de presentatie gaat houden de kans op succes verhogen? De mensen die geschreven hadden over situaties waarin ze de controle kwijt waren, dachten vaker dat dat zou helpen dan de mensen uit de andere groep (…) We willen graag grip op de zaak. En is die er niet, dan creëren we die dus zelf, door patronen te zien die er niet zijn, of door met behulp van ‘mentale gymnastiek’ het gevoel van controle te vergroten. We houden van maakbaarheid en zijn niet graag overgeleverd aan toeval.”
geconfronteerd worden met de dood. Experimenten tonen aan dat nadenken over de dood er niet alleen voor zorgt dat gelovigen gesterkt worden in hun geloof, maar er tevens tot leidt dat atheïsten wat minder stellig worden.
bang zijn om fouten te maken. Experimenten suggereren dat ook angstreductie ons gevoelig kan maken voor geloven, zo schrijft Van Straten: “(Onderzoeker Michael, red.) Inzlicht laat zijn proefpersonen een Stroop-test doen (genoemd naar de bedenker, John Ridley Stroop). Dat is een test waarin mensen zo snel mogelijk de kleur moeten zeggen waarin een woord geschreven is, terwijl dat woord zelf een andere kleur beschrijft. Deze grappige test, die vaak zorgt voor vermaak en verwarring, is lastiger uit te voeren dan je misschien denkt. Doordat je twee tegenstrijdige soorten informatie ontvangt, bijvoorbeeld als het woord ‘rood’ in een groene kleur is weergegeven, maak je snel fouten. Het kost je moeite om in dat geval snel de kleur groen te benoemen. Maar Inzlicht gaat in zijn onderzoek een stap verder. Voordat hij zijn proefpersonen de test laat doen heeft hij hen gevraagd naar de mate van hun religiositeit. Tijdens de Stroop-test meet Inzlicht met elektroden de activiteit in het hersengebied de anterior cingulate cortex (acc), dat onder andere betrokken is bij het detecteren van fouten en bij zelfregulering. Wat Inzlicht ziet, is dat de acc minder actief is bij gelovigen dan bij ongelovigen wanneer ze fouten maken bij de Stroop-test. Zijn interpretatie hiervan is dat het hersengebied bij gelovigen minder actief is omdat zij met hun geloof een soort buffer hebben gecreëerd tegen eventuele spanning die zou kunnen optreden bij het maken van fouten. Volgens Inzlicht ervaren gelovigen meetbaar minder angst dan niet-gelovigen, en komt dat door de geestelijke rust die het geloof hun biedt. Dat laatste is zeker iets wat je veel religieuzen kunt horen zeggen: het geloof in een hogere macht die het goed met ons voorheeft geeft een zekere mate van rust.”

“Mensen hebben moeite met toeval, onverklaarbaarheid”

Verbinding en inzicht
Wat ook in het voordeel van het geloof werkt, is dat het voorziet in enkele behoeften die (bijna) elke mens heeft:
we willen ons verbonden voelen met elkaar. Religie heeft een sociale functie, zo legt Van Straten in het boek uit. “Zo gaat mijn moeder nog altijd voornamelijk om die reden naar de kerk. Het samen zingen, het bij een groep horen, aandacht en warmte ontvangen van anderen, dat zijn zaken die ze daar ervaart en die haar goeddoen.” Het kan mogelijk ook verklaren waarom religie het in het ene land beter doet dan in het andere. “Hoe minder een sociaal netwerk hulp kan bieden in tijden van nood of problemen, des te vaker vult religie het achtergelaten gat op.” Wellicht dat we daarom juist in landen met de meeste sociale zekerheid relatief weinig gelovigen vinden.
we willen de wereld begrijpen. “Mensen hebben moeite met toeval, onverklaarbaarheid,” schrijft Van Straten. “We hebben liever de beschikking over een verhaal om uit te putten, om gebeurtenissen te kunnen duiden.” Religie kan dan helpen door niet alleen te verklaren hoe we ontstaan zijn, maar ook te onthullen waarom we er zijn en waar het met de wereld en onszelf naartoe gaat. Zo kan religie mensen een gevoel van controle geven.

De oorsprong
Daarnaast moeten we ook de mate waarin religie met ons mensen en onze evolutie verweven is geraakt, niet onderschatten. Veel wetenschappers gaan ervan uit dat religie in zijn geheel een evolutionaire basis heeft, zo schrijft Van Straten. Hij wijst erop dat onze voorouders baat hadden bij religie, omdat het een groot aantal voordelen biedt. Zo houdt het de groep bijeen. Dat doet het bijvoorbeeld door het beperken van gemengde huwelijken en het hanteren van specifieke sociale regels. Maar ook door uiterlijke kenmerken en zelfs door het bevorderen van de voortplanting. Daarnaast kan religie de gezondheid bevorderen door regels te stellen op het gebied van voedsel en verzorging, en biedt ze troost, optimisme en minder angst, maar ook concurrentiestrijd met andere groepen. Allemaal zaken die in evolutionair opzicht voordeel kunnen opleveren.” De meeste wetenschappers gaan er dan ook vanuit dat onze voorouders hun goden om die reden in het leven roepen.

“De percentages van mensen die geloven in de werking van tarotkaarten (15%), astrologie (22%) en het bestaan van geesten (39%) zijn in de afgelopen decennia niet gedaald maar gestegen”

Religie in Nederland
Inmiddels is het 2018 en is het geloof nog steeds niet weg te denken uit onze samenlevingen. Ook in het seculiere Nederland niet. Recente cijfers laten zien dat de helft van de Nederlanders zich tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent. Het aantal Nederlanders dat ook daadwerkelijk regelmatig religieuze diensten bijwoont, ligt echter veel lager. Komen we dan langzaam los van de oeroude neiging om in iets onverklaarbaars te geloven? Zeker niet. Het geloof in een god mag dan sterk afnemen: het geloof dat er ‘meer is tussen en hemel’ gedijt behoorlijk. “De percentages van mensen die geloven in de werking van tarotkaarten (15%), astrologie (22%) en het bestaan van geesten (39%) zijn in de afgelopen decennia niet gedaald maar gestegen,” merkt Van Straten op.

Geloven: wij mensen kunnen bijna niet anders. We zijn geprogrammeerd om grip te krijgen op de ongrijpbare wereld om ons heen en snakken naar een gevoel van controle. En dus neigen we ernaar om in iets te geloven dat ons die dingen geeft. Dat kan een religie zijn, maar ook een bijgelovige handeling (zoals het ophangen van een hoefijzer). En zo zijn er nog wel meer onverklaarbare dingen te bedenken die we omwille van onze machteloosheid bereid zijn om te omarmen: denk aan paragnosten of alternatieve geneeswijzen, bijvoorbeeld. Geloven in iets, hoort in zekere zin dus bij ons en heeft ons waarschijnlijk zelfs gevormd tot wie wij vandaag de dag zijn.

Het boek ‘Dagelijks irrationeel‘ onthult de psychologie achter het zelfbedrog waar we ons allemaal – onbewust – mee bezighouden. En daarmee houdt het boek ons een heldere en soms ietwat confronterende spiegel voor. Durf jij erin te kijken? Het boek ligt vanaf 21 maart in de boekwinkel!