rsz_brothers-457234_1280

In zware tijden worden meer meisjes geboren. Maar waarom? Nieuw onderzoek toont aan dat jongens die in zware tijden geboren worden grotere overlevingskansen hebben dan jongens die in goede tijden geboren worden.

Diverse onderzoeken tonen aan dat vrouwen in zware tijden vaker meisjes op de wereld zetten. Zo werden er tussen 1959 en 1962 in China veel meer meisjes geboren dan jongens. In die periode werd het land getroffen door een hongersnood.

Mogelijke verklaring
Maar hoe komt het nu precies dat in zware tijden meer meisjes geboren worden dan jongens? Een populaire, maar tegelijkertijd controversiële verklaring is dat de moeder – middels onbekende mechanismen – de fitness van de foetus en de uitdagingen in de omgeving waarmee de foetus tot en na de geboorte te maken heeft, beoordeelt. Als de overlevingskansen van de foetus te klein zijn, zouden die mechanismen ervoor zorgen dat het lichaam van de vrouw de foetus aborteert. Maar waarom zou natuurlijke selectie dergelijke mechanismen in stand houden? Volgens deze theorie zouden stressfactoren in de omgeving de sterftekans van mannelijke foetussen sterker verhogen dan de sterftekans van vrouwelijke foetussen. Het afstoten van mannelijke foetussen zou het totale nageslacht van de vrouw goed doen, omdat zwakke zonen doorgaans minder nageslacht op de wereld zetten dan zwakke dochters. Vandaar dat natuurlijke selectie de voorkeur geeft aan een mechanisme dat vrouwen in staat stelt om zwakke mannelijke foetussen te aborteren. Het stelt de vrouw immers in staat om meer te investeren in haar kinderen die reeds geboren zijn of te investeren in toekomstig nageslacht dat – in vergelijking met de zwakke zoon – een grotere kans heeft om ook nageslacht op de wereld te zetten. Als deze theorie klopt, zou men verwachten dat mannen die wél in zware tijden ter wereld komen, betere overlevingskansen hebben dan mannen die in goede tijden geboren worden.

Finse kerk
Om te onderzoeken of dat ook echt het geval was, verzamelden onderzoekers gegevens die sinds de achttiende eeuw door de Finse kerk verzameld zijn. De gegevens betreffen onder meer geboortes, maar ook sterfgevallen in de gemeentes. De onderzoekers richtten zich op gegevens uit de periode 1790-1870. Uit de gegevens blijkt dat jongens die in zware tijden ter wereld komen, een grotere kans hebben om een volwassen leeftijd te bereiken dan jongens die in goede tijden ter wereld komen. Tevens bleken mannen die in zware tijden geboren worden meer nageslacht op de wereld te zetten dan mannen die in tijden geboren werden waarin het aantal jongens dat geboren werd nagenoeg gelijk was aan het aantal geboren meisjes.

Het onderzoek suggereert dus dat mannelijke foetussen een grotere kans hebben om door het lichaam van de vrouw geaborteerd te worden dan vrouwelijke foetussen. Bovendien stelt de studie dat mannelijke foetussen die geaborteerd worden, geaborteerd worden omdat ze zwak zijn. Meer onderzoek is echter hard nodig.