typen

Als we op ons toetsenbord zitten te rammelen, ziet dat er heel gecoördineerd en doordacht uit. Maar nieuw onderzoek toont aan dat we in werkelijkheid geen flauw idee hebben wat we aan het doen zijn. Het bewijst dat we extreem gecompliceerde dingen kunnen doen zonder te weten wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.

Onderzoekers verzamelden een groep proefpersonen en lieten ze een stukje tekst typen. Vervolgens kregen de proefpersonen een papiertje voor zich waarop een toetsenbord getekend stond. Alleen stonden op de toetsen geen letters. Aan de proefpersonen de taak om – binnen 80 seconden – de letters op de toetsen te schrijven.

Resultaten
Het experiment levert opvallende resultaten op. De proefpersonen hadden tijdens het typen laten zien gemiddeld 72 woorden per minuut te kunnen typen. Ze bewogen hun vingers daarvoor zes keer per seconde naar een andere toets en deden dat in 94 procent van de gevallen correct. Maar wanneer ze moeten aangeven waar de letters op een toetsenbord te vinden zijn, gaat het goed mis. Gemiddeld konden ze van slechts vijftien letters de juiste positie op het toetsenbord aangeven.

Waar zitten ze ook alweer? Foto: Joe Howell / Vanderbilt.

Waar zitten ze ook alweer? Foto: Joe Howell / Vanderbilt.

Automatisch
Dat de typisten zo slecht wisten waar de letters op het toetsenbord thuishoorden, is niet heel verbazingwekkend. Wetenschappers weten al meer dan een eeuw dat er zoiets bestaat als ‘automatisch gedrag’. Dit is gedrag dat we vertonen zonder dat we ons ervan bewust zijn of zonder dat we het zo bedoeld hebben. Een mooi voorbeeldje hiervan is een strik in uw veters leggen of autorijden: u denkt er niet meer over na. Wat wel verrassend is, is dat het experiment met de typisten er enerzijds op wijst dat typen automatisch gedrag is, maar tegelijkertijd haaks staat op de theorie achter automatisch leren. Volgens deze theorie zijn we ons in het begin wel bewust van ons gedrag. Neem bijvoorbeeld autorijden: wanneer u dat leert, doet u dat heel bewust en slaat u alle details in uw werkgeheugen op. Door heel veel auto te rijden, gaat het u steeds gemakkelijker af, hoeft u er steeds minder over na te denken en wordt het op een gegeven moment automatisch gedrag.

Nooit geleerd
Maar die theorie lijkt niet op te gaan voor typen. Het experiment suggereert immers dat de typisten nooit geleerd hadden waar zich specifieke letters bevinden. Zelfs niet toen ze leerden typen. “Het lijkt erop dat we niet alleen weinig weten over wat we aan het doen zijn, maar dat we dat ook niet kunnen weten, omdat we nooit bewust geleerd hebben hoe we het moeten doen,” legt onderzoeker Gordon Logan uit.

Een tweede experiment onderschrijft dat. De onderzoekers verzamelden 24 mensen die gewend waren om op een QWERTY-toetsenbord te typen. Vervolgens leerden ze deze proefpersonen om gebruik te maken van een DVORAK-toetsenbord (waarbij de letters op een andere plek zitten). Zodra de proefpersonen dat redelijk onder de knie hadden, kregen ze een getekend toetsenbord voor zich en moesten ze aangeven waar de letters op het DVORAK-toetsenbord zaten. Gemiddeld konden ze de correcte positie van zeventien letters aangeven. Dat is vergelijkbaar met het aantal letters dat mensen op een QWERTY-toetsenbord weten te zitten. Het bewijst dat mensen niet expliciet weten hoe een toetsenbord eruit ziet. De onderzoekers denken dat wel te kunnen verklaren. De huidige generaties zijn zo vertrouwd geraakt met de computer dat ze deze op een informele manier, middels trial-and-error leren bedienen. Dat gaat dus heel anders dan vroeger, toen mensen leerden typen door in eerste instantie het toetsenbord uit hun hoofd te leren.