Hij zit al weer bijna in de juiste baan om de aarde. De gelanceerde Sentinel 6 is de afgelopen dagen in spanning gevolgd door wetenschappers. Zal de nieuwe satelliet aan de verwachtingen voldoen?

Sentinel 6 is een nieuw neefje van de satellieten die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld om de waterhuishouding van de aarde goed in de letterlijke peiling te houden. De machines hebben een belangrijke taak, legt dr. Craig Donlon, wetenschapper bij de European Space Agency oftewel ESTEC, uit. “We kunnen wel roepen dat regeringen groener moeten worden en milieuvriendelijker beslissingen moeten nemen, maar de beste manier om dit te onderbouwen en eventuele nieuwe maatregelen te monitoren is nu eenmaal: data! Hoe preciezer, frequenter en talrijker, des te beter. Dan pas kunnen besluitvormers op mondiaal, nationaal en regionaal niveau tot de juiste maatregelen komen en makkelijker samenwerkingsverbanden aangaan. Met het bewijs van de data op zak en voor ogen.”

Een huisje in de ruimte
Donlon is één van de geestelijk vaders van het project Sentinel 6 en geeft toe dat hij de afgelopen dagen zich ook als zodanig heeft gevoeld toen zijn kind de wijde ruimte in werd gestuurd om aan zijn taak te beginnen. Het is ‘m niet tegengevallen. “We hadden er rekening mee gehouden dat het misschien langer zou duren voordat de Sentinel 6 in de buurt zou zijn, maar eigenlijk zit hij al bijna op de juiste plek. Binnen 20 dagen zou hij op de exacte plek in de baan om de aarde moeten zitten. Dan is hij nog niet meteen klaar om aan het werk te gaan. Hij moet stabiel zijn en juist worden afgesteld. Daar nemen we nog zes maanden de tijd voor, maar de verwachting is dat hij die niet nodig zal hebben.”

Stabiliteit is belangrijk met het oog op de taken van de kersverse satelliet. De metingen moeten zo nauwkeurig mogelijk zijn en het is dus niet de bedoeling dat de satelliet gevoelig is voor schommelingen in de positie. Daar is iets op bedacht, volgens Donlon. “Als je denkt aan een satelliet, dan zie je een constructie voor je met twee reusachtige armen eraan. Een soort vierkante vleugels waarop de zonnepanelen zijn aangebracht voor de energievoorziening van het apparaat. Daar hebben we niet voor gekozen bij de Sentinel 6. Het is de eerste satelliet die deze zonnepaneel-armen niet heeft. We hebben ‘m gebouwd in de vorm van een huisje. Je kunt het voor je zien als een schuurtje, maar dan in de ruimte in plaats van in je tuin. De zonnepanelen zijn bevestigd aan de wanden van het schuurtje en daarom is hij is veel minder gevoelig voor deining. Hij is buitengewoon stabiel.”

Nauwkeurig aan het werk
En productief. Het is de bedoeling dat de Sentinel 6 doorlopend data zal vergaren en door zal sturen. Gedurende zijn jarenlange reis om de aarde, stuurt Sentinel 6 radarsignalen richting het wateroppervlak. Die signalen ketsen af en komen bij de satelliet terug. Aan hoelang dit retourtje van de radarsignalen duurt, kunnen de wetenschappers aflezen hoeveel afstand er zit tussen satelliet en wateroppervlak. Iedere volgende meting op hetzelfde punt in het wateroppervlak levert daarmee een aantoonbare vergelijking op, waaraan de wetenschappers kunnen zien of het wateroppervlak hoger of lager ligt dan uit de voorgaande metingen bleek.

“Het mooie is dat we met die continue metingen precies kunnen zien wat de situatie is per dag, week, jaar. Heeft het met de seizoenen te maken, menselijke invloeden of met verschijnselen zoals La Niña? Doordat de metingen doorlopend over de hele wereld gedaan worden, kunnen we alle variabelen en factoren in beeld brengen en kunnen we nauwkeuriger bepalen hoe groot de invloed is van de factor waarin we natuurlijk het meest geïnteresseerd zijn, namelijk de klimaatverandering. De huidige cijfers waarvan we momenteel uitgaan is dat de stijging van de waterspiegel voor ongeveer 40 % tot 50% direct te wijten is aan klimaatverandering. Indirect waarschijnlijk meer. En hoeveel is die stijging precies en waar en wanneer vinden die stijgingen plaats? Dat komen we in de komende jaren te weten,” aldus Donlon.

Zicht op de variabele factoren
Voor wie meent dat het meten van de waterspiegel van de aarde, oude en gesneden koek is, heeft de Sentinel 6 wat nieuws in petto. Voorheen werden metingen namelijk altijd gedaan aan de kustlijnen van de zeeën en oceanen door middel van bijvoorbeeld meetpalen in het water. De betrouwbaarheid was daarmee niet volledig, omdat zicht op de zeespiegel zich voornamelijk beperkte tot de kustlijnen en de verschillende variabelen daarin ook niet meegenomen werden. Zoals niet alleen de hoogte van de zeespiegel, maar óók die van het landoppervlak zelf. “Niet alleen de zeespiegel verandert, we weten dat ook de landmassa’s oprijzen. Behoorlijk zelfs. Dat is nog steeds een nalatenschap van de vorige ijstijd. Het land is nog steeds aan het terug opveren van het gewicht van het ijs dat het landschap bedekte. Grote stukken land werden door de ijsmassa’s naar beneden gedrukt en zijn nog steeds aan het terug rijzen nu dat gewicht weg is. Het is belangrijk dat we weten hoeveel invloed de stijgende landschapspiegel heeft op de stijgende zeewaterspiegel, verklaart Donlon.

Zeker is in ieder geval dat deze klimaatsatelliet ook op regionaal en landelijk niveau een bijdrage gaat leveren aan de kennis die landen hebben over hun waterhuishouding. Donlon wijst er tot slot ook op dat nauwkeurige metingen er niet alleen toe doen als het gaat om klimaatverandering wereldwijd. “Voor Nederland specifiek bijvoorbeeld is het belangrijk om te weten hoe stormen op zee de stijging van het kustwater beïnvloeden. Wat betekent dat voor het watermanagement van Nederland en de defensiesystemen die we hebben aangelegd tegen het wassende water? Ik denk dat het hoog tijd werd dat we door middel van satellietgegevens ook daar inzage in krijgen.”