Een reportage over de zin en onzin van de DNA-thuistest.

Het is januari 2018 en de ene na de andere DNA-thuistest valt bij ons op de mat. Het is een reactie op een mailtje dat we een paar maanden eerder naar een groot aantal aanbieders van deze DNA-thuistests hebben verstuurd en waarin we ze een simpele vraag stelden: mogen we het ook eens proberen? 23andMe stuurt ons twee van hun meest uitgebreide DNA-kits toe. “Welcome to you!” zo jubelt de verpakking met daarin alles om meer te weten te komen over onze afkomst en gezondheid. En ook MyHeritage stuurt een pakketje op. Net als Consanguinitas en het nog betrekkelijk nieuwe DNAisyou.

De DNA-test van 23andMe.

En op een zaterdagmiddag maken we er werk van. Bij sommige aanbieders is het zo gepiept: een paar keer een wattenstaafje langs de binnenzijde van de wang halen en klaar! Maar bij andere – 23andMe bijvoorbeeld – moet je echt aan de bak: de DNA-kit bestaat uit een vrij fors buisje dat vrijwel geheel met speeksel moet worden gevuld. Gewapend met de zorgvuldig verpakte DNA-monsters wandelen we nog diezelfde middag naar het postkantoor. En dan kan het lange wachten beginnen…

Dit kan DNAisyou mij op basis van mijn DNA vertellen over mijn motivatie om af te vallen / te bewegen.

Hardlopen en afvallen
DNAisyou komt een paar weken later als eerste met de resultaten op de proppen. Het bedrijf biedt verschillende DNA-kits aan, waarbij op basis van DNA advies wordt gegeven op het gebied van afvallen, hardlopen of huidverzorging. Wij besloten de DNA-kits voor afvallen en hardlopen uit te proberen. Het bedrijf belooft ons op basis van ons DNA onder meer meer te kunnen vertellen over onze genetische aanleg voor overgewicht, onze energiebehoefte, motivatie om te bewegen en blessuregevoeligheid. Op basis van mijn DNA komt DNAisyou met een vrij beknopt rapport op de proppen dat rijkelijk versierd is met cartoons en onder meer onthult dat sporten mij geen goed gevoel geeft, een actieve levensstijl weinig effect heeft op mijn lichaamsgewicht en mijn risico op overgewicht gemiddeld is. Direct gaan er bij mij enkele alarmbellen rinkelen. Want hoe kan mijn DNA nu verraden welk gevoel sporten bij mij oproept? Ik vraag het Marc van Mil, verbonden aan het UMC Utrecht en docent en onderwijsinnovator bij de opleiding biomedische wetenschappen van de Universiteit Utrecht. “Zo’n conclusie kun je op basis van jouw DNA alleen inderdaad niet trekken,” vertelt hij. Maar dat wil niet zeggen dat deze conclusie uit de lucht gegrepen is.

“Waar het misgaat, is dat ze hetgeen we op populatie-niveau zien, doorvertalen naar individuen”

De conclusie die DNAisyou trekt, leunt sterk op eerder uitgevoerde associatie-studies, zo legt Van Mil uit. “Dit zijn onderzoeken waarbij men twee groepen bestudeert: in dit geval een groep die wel heel gemotiveerd is om te sporten en een groep die totaal niet gemotiveerd is. Vervolgens zoekt men net zo lang in het DNA van deze mensen tot er een significant verschil is gevonden. Denk bijvoorbeeld aan een genvariant die veel vaker voorkomt onder mensen die sporten leuk vinden.” Op het moment dat DNAisyou mijn DNA-monster binnenkrijgt, zoekt het bedrijf in mijn DNA naar diezelfde genvariant om vervolgens op basis van de aan- of afwezigheid daarvan te concluderen of ik vreugde ervaar wanneer ik me in de sportschool in het zweet werkt. Grote vraag is echter of die conclusie klopt, aldus Van Mil. “Waar het misgaat, is dat ze hetgeen we op populatie-niveau zien, doorvertalen naar individuen.” De associatie-studie toont aan dat mensen met de genvariant een grotere kans hebben om met plezier te sporten. Maar dat wil niet zeggen dat eenieder die plezier heeft in sport, die genvariant bezit. Net zomin kan worden uitgesloten dat eenieder die een hekel heeft aan sport deze genvariant mist. “Daarom kan de uitslag alleen maar worden uitgedrukt in kansen,” legt Van Mil uit. Bijvoorbeeld: je hebt de genvariant, dus is de kans dat je met vreugde sport x%. “Maar bij DNAisyou wordt over kansen niet gerept.” Dat ik weinig plezier beleef aan sporten, wordt als een vaststaand feit gepresenteerd. En hoewel ik moet toegeven dat ik weinig blijdschap ervaar in de sportschool, weet ik dankzij Van Mil nu ook dat mijn DNA dat niet met 100% zekerheid verraden kan.

De nuance
Veel meer nuance zit er in het 23andMe-rapport dat enkele dagen later op de mat valt. Het is dan ook een stuk uitgebreider. Op maar liefst vijf goedgevulde A4’tjes worden op basis van DNA conclusies getrokken over onder meer uiterlijke kenmerken, dragerschap, gezondheidsrisico’s en afkomst. Wat direct opvalt, is dat dit rapport maar weinig harde conclusies herbergt; het bedrijf houdt continu een flinke slag om de arm. Zo blijk ik een licht verhoogde kans (slightly increased risk) te hebben op leeftijdsgebonden maculadegeneratie en coeliakie. Daarnaast stelt het bedrijf op basis van mijn DNA dat ik waarschijnlijk lactosetolerant ben, waarschijnlijk niet zo diep slaap, waarschijnlijk blauwe of groene ogen heb en waarschijnlijk weinig haar had als baby. “Er worden veel aan kans gerelateerde woorden gebruikt,” bevestigt Van Mil. “En dat is inherent aan dit soort testen (zie kader).”

Hoe werkt een DNA-thuistest?
Men brengt niet je complete genoom in kaart. In plaats daarvan wordt op een aantal plekken in het DNA gekeken welke letter er staat: een A, T, G of C. Die plekken worden heel nauwkeurig uitgezocht: men kijkt naar plekken die tijdens eerdere studies al met iets – bijvoorbeeld een bepaald uiterlijk kenmerk of een bepaalde ziekte – geassocieerd zijn. Het zijn dus eigenlijk door de literatuur ingegeven speldenprikjes in je DNA.”

Als voorbeeld haalt hij de gezondheidsrisico’s aan die in het rapport van 23andMe aan bod komen. Zo onthult het bedrijf op basis van DNA-onderzoek of de klant een verhoogde kans op Alzheimer of Parkinson heeft. “Dit zijn multi-factorele aandoeningen, wat betekent dat DNA daar maar deels een rol in speelt en je daar op basis van DNA alleen dus geen stellige uitspraken over kunt doen,” merkt Van Mil op. Bovendien moet je bedenken dat 23andMe die conclusie alleen baseert op de geanalyseerde plekken in het DNA en er mogelijk dus relevante genvarianten zijn die niet in deze analyse zijn meegenomen. Dat laatste speelt bijvoorbeeld ook een rol bij de uitspraken die het bedrijf op basis van mijn DNA doet over de vraag of ik drager ben van de recessieve ziekte cystic fibrosis. “Als jij drager bent en je man ook dan heb je 25% kans dat je kind die ziekte krijgt. Die overerving begrijpen we vrij goed en daar kun je dus vrij stellige uitspraken over doen. 23andMe waagt zich daar – met een flinke disclaimer – ook aan. Bij cystic fibrosis staat: ‘carrier not detected‘. Goed nieuws, zou je denken. “Maar niet alle met cystic fibrosis geassocieerde varianten zijn getest,” stelt Van Mil. En dus valt hiermee niet uit te sluiten dat ik deze ziekte aan mijn kind doorgeef.

Zelfs oogkleur is niet helemaal genetisch bepaald. Afbeelding: Skitterphoto / Pixabay.

Naast gezondheidsrisico’s en dragerschap doet 23andMe zoals gezegd ook uitspraken over uiterlijke kenmerken. Zijn die een stuk stelliger dan de uitspraken over gezondheidsrisico’s? Ik dacht van wel, maar Van Mil helpt me uit de droom. “Uiterlijke kenmerken zijn behoorlijk genetisch bepaald, maar toch moet je ook hier een slag om de arm houden. Zelfs oogkleur, iets waarvan we dachten dat het duidelijk in de genen zat, blijkt wat ingewikkelder te liggen dan gedacht.” 23andMe dekt zich dan ook in: ik heb ‘waarschijnlijk’ blauwe of groene ogen.

Afkomst

Zowel bij MyHeritage als 23andMe is ook mijn afkomst op basis van mijn DNA onder de loep genomen. Zo ben ik volgens 23andMe voor 99,7% Europees, voor 54,5 procent Frans en Duits en voor 24% Brits en Iers. Maar ook daarvan kun je je afvragen wat dat nu eigenlijk zegt. “Het betekent dat je gemeenschappelijke voorouders hebt met mensen die nu in Frankrijk en Duitsland leven, maar dat betekent dus niet dat je Frans bloed hebt. Het zegt eigenlijk alleen dat jouw voorouders van duizenden jaren geleden onderdeel waren van een migratiestroom richting de gebieden die we nu Duitsland of Frankrijk noemen – maar of jouw dat een Fransman maakt?

Mitsen en maren
Er zijn dus nogal wat mitsen en maren als het aankomt op de interpretatie van de DNA-thuistest. En zelfs als de uitspraken allemaal kloppen, kun je je afvragen of je daar nu echt wijzer van wordt. Zo heb ik een iets verhoogd risico op leeftijdsgebonden maculadegeneratie en coeliakie. Maar hoeveel groter is mijn kans op deze aandoeningen dan precies? En hoe groot is mijn cumulatieve kans op deze aandoeningen dan? En zelfs als je dat precies zou weten, zou die informatie volgend jaar, als er nog eens tien genvarianten aan de test worden toegevoegd, alweer achterhaald kunnen zijn. “De uitslag kan dan opeens drastisch anders zijn, terwijl je DNA nog gewoon hetzelfde is!”

Artsen
Met al die haken en ogen begin ik me langzaam af te vragen wat ik nu eigenlijk aan al deze informatie heb. Van Mil kan zich dat goed voorstellen. “Als je zoveel slagen om de arm moet houden, wat heb je er dan aan? Dat is ook de reden dat dit type informatie nauwelijks gebruikt wordt door artsen.” Volgens hem worden DNA-tests pas waardevol als ze informatie opleveren waar je mee verder kunt, waar je actie op kunt ondernemen. Maar dat kan alleen als genetische factoren heel dominant zijn. “Dat geldt bijvoorbeeld voor erfelijke borstkanker of erfelijk hartfalen. Als DNA-onderzoek uitwijst dat je daar een verhoogde kans op hebt, kun je iets doen, bijvoorbeeld preventief een pacemaker plaatsen of jaarlijkse controles inlassen.” Met de gezondheidsrisico’s die in het 23andMe-rapport aan bod komen, hoef ik echter niet verontrust naar de huisarts; het zijn stuk voor stuk aandoeningen die slechts beperkt door de genen gedicteerd worden. Bovendien, zo merkt Van Mil op: “Wat je zou willen weten, weet je eigenlijk niet. Wat hebben ze getest? Hoe komen ze tot die conclusie? Pas als je dat weet, kun je de resultaten afwegen.”

De borstkankertest van 23andMe
Ondanks alle vraagtekens die er rondom DNA-thuistests zijn, worden ze in toenemende mate aan de consument aangeboden. Het ene na het andere bedrijf gaat ermee aan de slag en het scala aan DNA-kits wordt steeds breder. Zo heeft 23andMe onlangs toestemming gekregen om een kit op de markt te brengen waarmee je je kans op borstkanker in kaart kunt laten brengen. Erg enthousiast is Van Mil niet. “Ze testen op slechts drie genetische markers, terwijl er honderden zijn en de drie die ze testen zijn niet eens de markers die in Nederland het meest voorkomen.” De kans op vals-negatieve resultaten is dan ook groot. “Mensen die een negatieve uitslag krijgen, zouden dan onterecht gerustgesteld kunnen zijn. En 23andMe waarschuwt daar wel voor in een disclaimer, maar is dat genoeg?”

Veel wijzer ben ik dus eigenlijk niet geworden van alle DNA-tests die niet veel meer dan een serie leuke weetjes opleveren, waarvan ik in veel gevallen niet eens precies weet hoe ik ze plaatsen moet. Een ontnuchterende conclusie als je bedenkt dat het laten analyseren van jouw DNA een kostbare aangelegenheid is. Bij 23andMe betaal je zo’n 162 euro om meer inzicht in jouw gezondheidsrisico’s en afkomst te krijgen. MyHeritage biedt op dit moment een DNA-test aan voor 79 euro. En bij DNAisyou betaal je 209 euro per test.

Bij het bedrijf Consanguinitas hebben we een heel ander type DNA-test uit laten voeren: een vaderschapstest waarvoor Tim DNA van zichzelf en zijn dochter verzamelde. Ook dit resulteert in een kansberekening: het bedrijf kan met 99,9999 procent zekerheid zeggen dat Tim de vader is. “Deze tests zijn heel rechttoe, rechtaan,” stelt Van Mil. De resultaten zijn – in tegenstelling van de andere aanbieders – ook heel transparant: het onderzoeksrapport vermeldt precies naar welke plekken in het genoom gekeken is. Afbeelding: RitaE / Pixabay.

Ik kan niet ontkennen dat ik enigszins teleurgesteld ben. Mijn DNA vertelt me niet het heldere verhaal waar ik ergens wel op gehoopt had. “DNA is geen glazen bol,” stelt Van Mil. “Er worden hoge verwachtingen geschept waarbij het DNA gezien wordt als een schatkamer waarin je persoonlijkheid en gezondheid zit opgeslagen. Maar dat is gewoon niet zo.”