terracotta

Het beroemde terracottaleger wist de tand des tijds te doorstaan. Sommige strijders bezitten zelfs hun verflaag nog! En dat laagje begint zijn geheimen prijs te geven. Zo weten we nu eindelijk welk bindmiddel de Chinezen gebruikten.

Enkele eeuwen voor Christus gaf de eerste Chinese keizer Qin Shihuang opdracht te starten met de bouw van een ondergronds paleis. Om het ondergrondse paleis te beschermen, gaf hij opdracht om duizenden strijders uit terracotta-klei te maken. De strijders zijn stuk voor stuk verschillend en uitgerust met paarden, wagens en wapens.

Verf
In 1974 werden deze strijders teruggevonden. Ze hadden de tand des tijds meer dan 22 eeuwen weten te doorstaan. Sommige strijders waren zelfs nog bedekt met een laagje verf. Ook werden hele kleine resten van het bindmiddel teruggevonden dat de totstandkoming van de veelkleurige strijders mogelijk maakte.

Restjes verf op een terracotta-strijder. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Restjes verf op een terracotta-strijder. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Bindmiddel
Jarenlang vroegen onderzoekers zich af wat voor bindmiddel de oude Chinezen gebruikten om ervoor te zorgen dat de verf goed bleef zitten. “De oppervlakken van de strijders waren in eerste instantie bedekt met één of twee lagen Oost-Aziatische lak, afkomstig van de lakboom,” zo schrijven de onderzoekers. Op deze lak werd vervolgens kleurige verf aangebracht. Die verf bestond uit pigmenten en bindmiddel. “Na 22 eeuwen opgeslagen te zijn geweest, bevatten de resten verf die nog bewaard zijn gebleven slechts hele kleine hoeveelheden bindmiddel,” zo stellen de onderzoekers. “Een groot deel ervan is verloren gegaan.”

Belangrijk
Het maakt het lastig om de samenstelling van het bindmiddel te achterhalen. En toch is het belangrijk om te weten wat voor bindmiddel werd gebruikt. Die informatie is namelijk waardevol voor de mensen die pogingen ondernemen om de strijders te restaureren en te conserveren.

Om te achterhalen wat voor bindmiddel werd gebruikt, mixten de onderzoekers pigmenten met dierlijke lijm of lijm afkomstig uit kippeneieren. Vervolgens begroeven ze die mengsels op één meter diepte in löss en lieten ze daar gedurende één jaar zitten. Ze simuleerden zo de omstandigheden waaraan ook de strijders waren blootgesteld en wilden zo achterhalen hoe (snel) de mengsels degradeerden. Na afloop van dit experiment vergeleken ze de twee verschillende mengsels met de verf op de strijders. Het mengsel met de dierlijke lijm bleek het meest met de oude verf gemeen te hebben. En daarmee weten we nu dat dierlijke lijm in de verf aanwezig was en dienst deed als bindmiddel.