Het zee-ijs is flink afgenomen en zou nog grofweg 4,6 miljoen vierkante kilometer beslaan.

Elk jaar neemt de hoeveelheid zee-ijs op de Noordpool ten tijde van de zomer af, om vervolgens aan het eind van de zomer – ergens in september – een dieptepunt te bereiken (ook wel zee-ijsminimum genoemd). Of het zee-ijs dat dieptepunt reeds bereikt heeft, is op dit moment onduidelijk (zie kader). Maar dat het zee-ijs ten tijde van de zomer wederom flink is afgenomen, staat als een paal boven water. Dat concluderen Duitse onderzoekers.

Het exacte moment waarop het zee-ijs een minimale omvang bereikt heeft, kan pas bepaald worden als er een significante toename van het zee-ijs wordt gezien. Waarschijnlijk kunnen onderzoekers volgende maand vertellen hoeveel zee-ijs er op de laatste zomerdag op de Noordpool rustte.

Iets meer dan vorig jaar
Nu het einde van de Arctische zomer nadert, ligt er op de Noordpool naar schatting nog zo’n 4,6 miljoen vierkante kilometer zee-ijs. Dat is ietsje meer dan vorig jaar, toen er aan het eind van de zomer 4,14 miljoen vierkante kilometer zee-ijs werd gemeten.

In perspectief
In vergelijking met de zee-ijsminima in de periode 1979-2006 valt de omvang van het zee-ijs opvallend laag uit. Kijk je echter naar de zee-ijsminima van de laatste tien jaar, dan kun je het zee-ijsminimum van 2017 heel gemiddeld noemen. “Hoewel de hoeveelheid zee-ijs natuurlijk aan natuurlijke fluctuaties onderhevig is, is er op lange termijn duidelijk sprake van een afname,” stelt onderzoeker Lars Kaleschke.

De zee-ijsminima van 1979 tot en met 2017 (laatste nog enigszins onder voorbehoud). Afbeelding: meereisportal.de (via Alfred Wegener Institute).

Warme winter, koude zomer
Dat er aan het eind van deze zomer nog zo’n 4,7 miljoen vierkante kilometer zee-ijs gespot werd, mag eigenlijk een wonder heten. Aan het eind van de winter – toen het zee-ijs zijn maximale omvang bereikte – zag het er namelijk heel somber uit. Afgelopen maart zette het zee-ijs – door een ongewoon warme winter – een nieuw record meer: nog nooit hadden satellieten aan het eind van een winter zo weinig zee-ijs op de Noordpool zien liggen. Met die kleine hoeveelheid zee-ijs ging de Noordpool de zomer in: een periode die gekenmerkt wordt door warmte en smelt. Velen verwachtten aan het eind van de zomer dan ook een recordbrekend minimum. Maar dat is er dus niet gekomen. Het is te danken aan een relatief koude zomer, waarin er minder zee-ijs smolt dan verwacht.

Het zee-ijs op de Noordpool wordt ook wel gezien als een ‘waarschuwingssysteem’ voor klimaatverandering, omdat het vrij rap op opwarming reageert. Smelt van het zee-ijs kan bovendien bijdragen aan een verdere opwarming van de aarde: zee-ijs reflecteert zonlicht, maar de donkere oceaan eronder – die bloot komt te liggen als zee-ijs smelt – absorbeert de warmte van de zon juist. Eerder dit jaar gingen er dan ook stemmen op om de opwarming van de aarde te beperken door actief in te zetten op het behoud van het zee-ijs. En wel met behulp van een slordige 10 miljoen waterpompen die het zee-ijs dikker moeten maken.