En insuline producerende-cellen uit die alvleesklier zijn vervolgens ingezet om muizen te genezen van diabetes.

Er is een tekort aan donororganen. Dat probleem zou kunnen worden opgelost als we menselijke organen kunnen kweken in de lichamen van grote dieren, zoals varkens en schapen. Dat wilde idee lijkt nu een stapje dichter bij de werkelijkheid in de buurt te komen. Wetenschappers hebben namelijk in het lichaam van ratten een muizen-alvleesklier gekweekt en cellen uit die alvleesklier vervolgens in muizen getransplanteerd.

Hoe ging dat in zijn werk?
De onderzoekers verzamelden pluripotente stamcellen van muizen. Deze stamcellen kunnen uitgroeien tot elk type cel. De onderzoekers plaatsten ze in embryo’s van ratten die zo waren aangepast dat ze zelf geen alvleesklier konden ontwikkelen en dus gedwongen waren om de muiscellen te gebruiken om een alvleesklier te verkrijgen. Zodra de ratten wat ouder waren, verwijderden de onderzoekers de eilandjes van Langerhans (die onder meer insuline produceren) uit de muizen-alvleesklier van de ratten. Die werden vervolgens getransplanteerd in muizen met diabetes. Deze muizen hadden hetzelfde genetische profiel als de stamcellen waaruit de alvleesklier was voortgekomen.

Afstoting

De muizen stoten de in ratten gegroeide alvleeskliercellen dus niet af. Maar hoe zit het met de rat? Waarom stoot deze als embryo de stamcellen van muizen niet af? Dat komt doordat de stamcellen worden geïnjecteerd nog voordat het immuunsysteem geleerd heeft om onderscheid te maken tussen eigen en vreemde weefsels.

Herstel
Daarop herstelde de bloedsuikerspiegel van de muizen zich. En die bleef vervolgens tot meer dan een jaar na de transplantatie stabiel, zo is in het blad Nature te lezen. “Bovendien hoefden de muizen maar vijf dagen op rij met afweer-onderdrukkende middelen behandeld te worden,” vertelt onderzoeker Hiromitsu Nakauchi. Dat komt natuurlijk doordat het gedoneerde materiaal hetzelfde genetische profiel had als de ontvangers. Dat er toch – kortdurend – afweer-onderdrukkende middelen moeten worden ingezet, komt doordat het gedoneerde materiaal cellen van ratten bevat. Al die cellen bleken tien maanden na de transplantatie echter geheel verdwenen te zijn. “Het immuunsysteem van de muis had ze opgeruimd,” stelt Nakauchi. Hij heeft goede hoop dat ook het menselijke immuunsysteem in staat is om cellen van het donordier na de transplantatie op te ruimen.

Omgekeerd
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers cellen kweken in de ene soort en vervolgens transplanteren in de andere. Eerder lieten ze al een alvleesklier groeien in een muis en transplanteerden de eilandjes van Langerhans in een rat. Maar dat pakte minder goed uit. De eilandjes functioneerden wel, maar er waren er te weinig van om de ratten helemaal van diabetes af te helpen. Dat is logisch: de ratten-alvleesklier die in een muis groeide, was net zo groot als de alvleesklier van een muis. En dus eigenlijk te klein voor een rat.

In dit nieuwe onderzoek zijn de rollen dus omgedraaid. En dat levert veelbelovende resultaten op. Maar er is nog veel meer onderzoek nodig voor we soortgelijke experimenten met menselijke cellen mogen verwachten. Daarnaast zijn er natuurlijk ethische overwegingen aangezien men dan menselijke stamcellen in embryo’s van dieren zou moeten plaatsen.