Nieuw-Zeelandse wetenschappers hebben een koe gefokt die melk geeft waarin geen bèta-lactoglobuline, een eiwit waar aardig wat mensen allergisch voor zijn, zit. En daarmee kan deze melk ook wel eens geschikt zijn voor mensen met een koemelkallergie.

“We zijn erin geslaagd om de hoeveelheid bèta-lactoglobuline, een proteïne dat niet in borstvoeding zit en dat allergische reacties kan veroorzaken, sterk te verminderen,” vertelt onderzoeker Stefan Wagner. En dat is geen overbodige luxe. “Twee tot drie procent van de kinderen is allergisch voor koemelk en allergieën voor bèta-lactoglobuline maken een groot deel van dat percentage uit.”

Muizen
Om de hypo-allergene melk te ontwikkelen, experimenteerden de onderzoekers eerst met muizen. Ze lieten de muizen bèta-lactoglobuline produceren dat normaal gesproken door schapen wordt aangemaakt. Vervolgens maakten ze gebruik van een techniek die ook wel RNA-interferentie wordt genoemd. De onderzoekers introduceerden twee microRNA’s in het lijfje van de muizen die ervoor zorgden dat de expressie van het eiwit werd uitgeschakeld. Hierdoor nam de hoeveelheid bèta-lactoglobuline in de melk van de muizen met zo’n 96 procent af.

WIST U DAT…

…mensen in de prehistorie in de Sahara al koeien molken?

Koeien
Vervolgens maakten de onderzoekers de overstap naar koeien. Met behulp van genetische manipulatie creëerden ze Daisy: een vrouwelijk kalf dat door de manipulatie ook de twee microRNA’s die eerder bij de muizen waren ingezet, bevatte. Hormonen zorgden er vervolgens voor dat Daisy melk ging geven. Die melk bevatte geen opspoorbare bèta-lactoglobuline. De melk bleek wel twee keer zoveel caseïne te bevatten: eiwitten die normaal gesproken ook in koemelk voorkomen. “Mensen hebben lang gezocht naar manieren om dit proteïne te beperken of zelfs volledig uit te schakelen, omdat we er ook geen enkele functie aan toe kunnen wijzen,” vertelt Wagner. “Dus ontwikkelden wij een wetenschappelijk model om te onderzoeken welk effect het uitschakelen van het eiwit heeft op de samenstelling en functionaliteit van de melk en om te bepalen of de afwezigheid van bèta-lactoglobuline leidt tot hypo-allergene melk.”

Meer onderzoek
Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, moet er nog veel werk verzet worden. Zo werd Daisy met behulp van hormonen aangezet tot het geven van melk. De onderzoekers willen echter achterhalen of de resultaten ook overeind blijven als koeien op natuurlijke wijze melk gaan geven. Om dat vast te stellen, willen ze met Daisy gaan fokken en de samenstelling van de melk van haar nageslacht gaan bestuderen. “Deze doorbraak kan enorme implicaties hebben, omdat het de enorme impact die melkallergieën op kinderen hebben, kan beperken en de zorgen omtrent het genetisch aanpassen van de melkeiwitten zelf, vermijdt,” stelt onderzoeker Graham Le Gros.

Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. Hoelang het nog duurt alvorens deze hypo-allergene melk op de markt komt, is onduidelijk. Dat is natuurlijk ook sterk afhankelijk van het verdere verloop van de experimenten.