Het was wereldnieuws, eind 2010: NASA vond in een zeer giftig meertje een buitengewone levensvorm. Nu blijkt die claim totaal niet te kloppen: de levensvorm is eigenlijk best gewoon.

Voor wie het allemaal gemist heeft of het zich niet meer kan herinneren: de soap begon in december 2010. NASA maakte toen bekend in het zeer giftige Monomeer een buitengewoon micro-organisme te hebben ontdekt. Het gaat om de bacterie Halomonadaceae. De bacterie zou volgens NASA niet alleen het zeer giftige arsenicum eten, maar het ook nog eens opnemen in zijn cellen. Sterker nog: arsenicum was een cruciaal onderdeel van het DNA van de bacterie.

Zes elementen
Om te begrijpen hoe bijzonder dat is, duiken we even in de ingrediënten voor leven. Al het leven op aarde is opgebouwd uit zes elementen: waterstof, stikstof, zwavel, zuurstof, koolstof en fosfor. Halomonadaceae niet, zo meldden de onderzoekers. Dit micro-organisme leefde in een giftig meer met bijzonder weinig fosfor en bijzonder veel arsenicum. “Het organisme kan fosfor – de ruggengraat van DNA – vervangen door arsenicum,” zo zei onderzoeker Felisa Wolfe-Simon heel stellig.

Buitenaards leven
NASA benadrukte dat de ontdekking enorme gevolgen had voor onze kijk op buitenaards leven. Als een bacterie een element dat cruciaal is voor leven zomaar kan vervangen door een ander element, is het leven veel flexibeler dan gedacht. En dus kan het leven waarschijnlijk ook op veel meer plaatsen voorkomen. “De definitie van leven is zojuist uitgebreid,” stelde onderzoeker Ed Weiler tijdens de persconferentie die NASA eind 2010 gaf. “Wanneer we onze inspanningen om leven in het zonnestelsel te vinden voortzetten, moeten we ruimer gaan denken en leven dat we niet kennen in overweging nemen.”

Gehakt
Inmiddels is het juli 2012 en wordt er gehakt gemaakt van deze fantastische ontdekking. Wetenschappers schoffelen de studie in het blad Science middels twee papers (deze en deze) keihard onderuit. Ze hebben de bacterie onderzocht, de experimenten van Wolfe-Simon en haar team herhaald en kunnen maar één ding concluderen: de bacterie is zo bijzonder nog niet.

Afhankelijk van fosfor
“Een stam van de Halomonas-bacterie, GFAJ-1, zou arsenicum als een voedingsstof gebruiken wanneer fosfor beperkt voorkomt en zou arsenicum in plaats van fosfor in zijn DNA verwerken,” zo schrijven de onderzoekers. “Maar wij hebben ontdekt dat arsenicum wanneer de hoeveelheid fosfor beperkt is geen bijdrage levert aan de groei van GFAJ-1.” De bacterie kan bij een gebrek aan fosfor dus wel arsenicum verwerken, maar groeit er niet door. Ook blijkt de hoeveelheid arsenicum in het DNA mee te vallen en zeker fosfor niet te vervangen. “Alles bij elkaar concluderen we dat GFAJ-1 een bacterie is die arsenicum kan weerstaan, maar nog steeds afhankelijk is van fosfor.”

En dus blijft er niets over van de groots aangekondigde ontdekking van de onderzoekers van NASA. Is dat verrassend? Niet zo. De ontdekking werd aangekondigd nog voordat andere wetenschappers – die niet betrokken waren bij het onderzoek – zich over de studie hadden kunnen buigen. De eerste kritieken kwamen vlot na de persconferentie al. In mei 2011 gaf NASA de arseenbacterie vrij zodat ook andere wetenschappers ermee aan de slag konden. Het was het begin van de ondergang van de buitengewone levensvorm. De bacterie kan in extreme omstandigheden (het giftige Monomeer) overleven en eet soms arsenicum, maar daar blijft het bij. Ook dit organisme bestaat uit de zes scheikundige elementen waar al het leven op aarde (voor zover we weten) op gebaseerd is. Halomonadaceae is dan ook niet buitengewoon, maar in de meest gunstige formulering, hooguit bijzonder.