eerste

Als het om voortplanting ging hadden rangeomorfen maar liefst twee opties, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

De onderzoekers bestudeerden Fractofusus, behorende tot de rangeomorfen. Rangeomorfen waren één van de eerste complexe organismen op aarde en worden door sommige wetenschappers ook wel aangeduid als de eerste organismen. Ze leefden tussen 58 en 541 miljoen jaar geleden in de oceaan. Rangeomorfen werden meestal zo rond de tien centimeter groot, maar er zijn ook exemplaren van twee meter bekend. Deze complexe organismen hadden geen mond, organen of ledematen en absorbeerden vermoedelijk voedingsstoffen uit het water om zich heen.

Fossiele resten van rangeomorfen. Afbeelding: AG Liu.

Fossiele resten van rangeomorfen. Afbeelding: AG Liu.

Uniek
Rangeomorfen zijn vrij uniek. Ze lijken eigenlijk in niets op organismen die vandaag de dag leven. En dat maakt het lastig om te achterhalen hoe rangeomorfen leefden en hoe ze zich voortplantten. Maar een nieuw onderzoek schept nu iets meer duidelijkheid over dat laatste.

Verspreiding
Onderzoekers bestudeerden oppervlakken met daarin de fossiele resten van de rangeomorfen. Ze waren vooral geïnteresseerd in de verspreiding ervan. Omdat rangeomorfen zich niet kunnen verplaatsen, treffen we de fossiele resten van de organismen exact aan op de plek waar deze organismen leefden. Door te kijken naar de spreiding van verschillende ‘generaties’ kunnen onderzoekers conclusies trekken over de wijze waarop deze generaties het levenslicht zagen.

Grootouders
De onderzoekers ontdekten dat ‘grootouders’ omringd werden door hun kleinere ‘kinderen’ en ‘achterkleinkinderen’. Iets wat erop wijst dat er een snelle, aseksuele voortplanting plaatsvond met behulp van ‘uitlopers’. Het is vergelijkbaar met de wijze waarop de aardbeienplant zich voortplant (zie afbeelding hieronder).

Uitlopers van een aardbeienplant. Aan de aardbeienplant komen lange 'draden' met daarop nieuwe planten. Deze planten wortelen, waarna de 'draad' overbodig wordt en de jonge plant op eigen benen kan staan. Afbeelding:  Rasbak (via Wikimedia Commons).

Uitlopers van een aardbeienplant. Aan de aardbeienplant komen lange ‘draden’ met daarop nieuwe planten. Deze planten wortelen, waarna de ‘draad’ overbodig wordt en de jonge plant op eigen benen kan staan. Afbeelding: Rasbak (via Wikimedia Commons).

Deinen in zee
Tegelijkertijd ontdekten de onderzoekers dat de ‘grootouders’ oftewel de stichters van een groep rangeomorfen heel verspreid leefden. Dat suggereert dat zij het resultaat waren van propagules die zich – meegevoerd door het water – verspreidden. Deze propagules (vergelijkbaar met de zaadjes van een moderne plant of de sporen van een schimmel) kunnen seksueel of aseksueel zijn geweest.

“Deze wijze van voortplanting maakte de rangeomorfen zeer succesvol, aangezien ze nieuwe gebieden konden koloniseren en zich – eenmaal daar aangekomen – snel konden verspreiden,” legt onderzoeker Emily Mitchell uit. “Dat deze organismen in staat waren om twee verschillende wijzen van voortplanting te gebruiken, toont aan hoe geavanceerd hun onderliggende biologie was en dat is opmerkelijk aangezien ze leefden in een tijd waarin andere levensvormen ontzettend simpel waren.”