Acupunctuur stimuleert een natuurlijke pijnstiller in het lichaam: adenosine. Deze stof verzacht de pijn en laat aders opzwellen, waardoor meer bloed door het lichaam kan stromen. Acupunctuur werkt dus ook echt, zo concluderen wetenschappers.

“Acupunctuur is in grote delen van de wereld al 4000 jaar een belangrijke medische behandeling, maar omdat we niet helemaal weten hoe het werkt, zijn veel mensen sceptisch gebleven,” meent onderzoeker Maiken Nedergaard. “Wat wij ontdekt hebben, is dat tijdens acupunctuur adenosine – een natuurlijke pijnstiller – vrijkomt. En dat kan wel eens de belangrijkste manier zijn waarop acupunctuur pijn vermindert.”

Muis
De onderzoekers verdeelden een groep muizen in twee groepen. De ene groep beschikte over adenosine. De andere groep niet. Beide groepen kregen acupunctuur, maar alleen bij de muizen met adenosine werkte dat. Gedurende en direct na de acupunctuur nam de hoeveelheid adenosine in de buurt van de naalden sterk toe. Er bevond zich dan maar liefst 24 keer meer adenosine in het weefsel dan vóór de acupunctuur het geval was.

Medicatie
“De meest belangrijke observatie is dat acupunctuur bijna drie keer zolang werkt, wanneer we tevens een medicijn geven dat de verwijdering van adenosine afremt.” De onderzoekers gaven muizen een sessie acupunctuur en een medicijn tegen leukemie. Dit medicijn vergroot de hoeveelheid adenosine en hierop werd het positieve effect van acupunctuur drie keer zo sterk.

Adenosine zorgt voor een slaapritme en houdt het hart gezond. Het stofje komt tevens vrij wanneer de zenuwen aangeven dat er sprake is van pijn. Adenosine verzacht die pijn vervolgens.