Amerikaanse wetenschappers denken een methode te hebben gevonden om bizonkuddes beter te kunnen fokken. Dat lukt nu vaak niet, omdat de dieren snel ziek worden. Maar dat hoeft niet langer een probleem te zijn. De genen van de dieren worden nu namelijk eerst ‘gewassen’.

Er zijn niet veel wilde bizons meer over. In Amerika lopen nog maar een paar kuddes rond. De twee grootste daarvan bevinden zich in Yellowstone National Park. Om op meer plaatsen bizonkuddes rond te kunnen laten lopen, willen wetenschappers ze daar eigenlijk weghalen om ze ergens anders te kunnen fokken. Maar daar zitten heel wat haken en ogen aan, want een groot deel van de Amerikaanse bevolking is bang voor de vele ziektes die bizons met zich meedragen. Dat probleem is nu hopelijk opgelost met de nieuwe methode.

Gewassen embryo
De onderzoekers van de Colorado State University hebben daarbij een embryo weggehaald bij een moederbizon die besmet was met een ziekte. Het embryo hebben ze vervolgens ‘schoongewassen’ en weer geïmplementeerd in een andere, gezonde bizon. Het jonge kalf is op 20 juni dit jaar geboren in een dierentuin in New York.

Wist u dat…

… we in Europa al bijna geen plek meer hebben voor wilde bizons?

Fok-kuddes
Het was overigens niet zo dat de bizons veel moeite hadden om zich in het wild voort te planten. Bizons zijn echter wel vatbaar voor ziektes als brucellose of leverziekte, waardoor ze moeilijk te fokken zijn. En dierentuinen willen graag fokken. Ze willen daarvoor de pure genen gebruiken van de rasechte bizons uit de natuur, maar dat lukt vaak niet omdat die niet ‘schoon’ zijn. De Bronx Zoo in New York is dan ook al jaren bezig een kudde van zo puur mogelijke bizons te houden, die wereldwijd gebruikt kunnen worden als fok-bizons.

De methode zou een groot succes kunnen zijn voor het reproduceren van pure bizonkuddes. Met deze nieuwe, niet-chirurgische techniek zouden over de hele wereld veel makkelijker bizonkuddes kunnen worden neergezet, zowel in reservaten als in dierentuinen. Ook zou het na verloop van tijd betekenen dat bizons minder vatbaar worden voor de meest voorkomende ziektes waar ze nu aan lijden.