Voor het eerst kunnen we dit vreemde organisme in levende lijve bewonderen.

Het vreemde beest dat bovenaan dit artikel pronkt, draagt de naam Kuphus polythalamia. Het bestaan van het dier is geen verrassing: al in de achttiende eeuw troffen onderzoekers de 1 tot 1,5 meter lange slagtand-vormige schelpen aan waarin deze organismen huizen. “De schelpen worden vrij vaak teruggevonden,” vertelt onderzoeker Daniel distel. “Maar we hebben nog nooit toegang gehad tot een levend dier dat in deze schelp leeft.”

De schelp van K. polythalamia. Afbeelding: Marvin Altamia / University of the Philippines.

Locatie
Dat het onderzoekers maar niet lukte om de handen te leggen op een levende K. polythalamia is niet zo heel gek. Het was bijvoorbeeld onduidelijk waar K. polythalamia zich het liefst ophield. Maar daarover kregen onderzoekers – geheel toevallig – meer duidelijkheid dankzij een documentaire op de Filipijnse tv. In die documentaire waren de reusachtige weekdieren namelijk te zien. Te zien was hoe ze zich – als een soort worteltjes – ‘geplant’ hadden in de modder van een ondiepe lagune.

Nerveus
Onderzoekers zetten naar aanleiding van die documentaire een expeditie op naar de lagune. Met succes. Ze troffen er vier levende K. polythalamia aan. Voorzichtig verwijderden ze de organismen uit hun schelpen. “Om eerlijk te zijn was ik nerveus,” vertelt onderzoeker Marvin Altamia hierover. “Als we een fout maakten, was de kans om de geheimen van dit heel zeldzame exemplaar te achterhalen, verloren.” Maar het lukte om de dieren uit hun schelp te krijgen. “Ik was overdonderd toen ik zag hoe immens groot dit bizarre dier was,” vertelt onderzoeker Marvin Altamia.

K. polythalamia in volle glorie. Afbeelding: University of Utah.

Natuurlijk hebben de onderzoekers het dier uitgebreid bestudeerd. Uit dat onderzoek blijkt onder meer dat K. polythalamia niet of nauwelijks eet. De verteringsorganen in het lijfje van de worm zijn dan ook enorm gekrompen: ze worden toch niet gebruikt. Maar hoe komt de reusachtige worm dan aan energie? Je moet bedenken dat deze worm in modder leeft die die waterstofsulfide afgeeft (een gas met een rotte eieren-geur). In de kieuwen van de worm leven bacteriën die deze waterstofsulfide gebruiken om organisch koolstof te maken en dat doet dienst als voedsel voor de worm.

De gemiddelde K. polythalamia is ongeveer net zo groot als een honkbalknuppel. Links zie je het dier in de schelp zitten. Rechts krijg je een kijkje in het lijfje van het dier. De mond zit onderaan. Daarboven vinden we de sterk gekrompen verteringsorganen. Daarboven de kieuwen waarin de bacteriën leven die K. polythalamia van energie voorzien.