kapucijnaap

Ieder dier heeft gaatjes in zijn schedel, die toegang geven aan bloedvaten. Des te groter deze gaten, des te intelligenter is het dier.

Wetenschappers van de universiteit van Adelaide hebben een verband gevonden tussen intelligentie en de grootte van gaatjes in schedels van dieren.

“Het brein van een mens heeft bijna honderd miljard zenuwcellen met biljoenen verbindingen”, zegt projectleider Roger Seymour. “Iedere cel heeft een klein beetje energie nodig. In totaal gebruiken hersenen ongeveer 20% van het rustmetabolisme.”

Extra rijbanen
Wanneer een dier intelligenter is, dan heeft het brein meer bloed nodig. “Aderen kunnen smaller en breder worden”, vervolgt Seymour. “Is er veel bloed nodig, dan wordt een ader breder.” Dit is te vergelijken met een snelweg met extra rijbanen. Meer rijbanen zorgen voor een snellere doorstroming. “Als een ader door een bot gaat, dan kunnen we achterhalen hoeveel bloed er naar binnen stroomt door te kijken naar het gat in het bot.”

Evolutie
Seymour en zijn collega’s analyseerden de schedels van verschillende dieren, waaronder apen en mensen. De gaten in de hersenen zijn groter in primaten. “Kortom, de relatieve bloedtoevoer nam sneller toe in primaten dan in buideldieren”, aldus Seymour. “De grotere apen hebben een bloedtoevoer die 280% hoger is dan verwacht. Het verschil in intelligentie tussen primaten en andere zoogdieren is niet dat wij een groter brein hebben, maar wordt veroorzaakt door een relatief hoog metabolisme. Dankzij de extra energie kregen hersenen de kans om te evolueren.”