Mogelijk zijn we zo geëvolueerd dat we minder water nodig hebben; en dat kan weleens helpen verklaren waarom we het als soort zover geschopt hebben.

Als je nadenkt over wat mensen onderscheidt van chimpansees of andere mensapen, dan denk je misschien aan onze grote hersenen, of het feit dat wij op twee benen lopen in plaats van vier. Maar we verschillen op nog een andere belangrijke manier: mensen gaan namelijk veel efficiënter met water om.

Water
Ons lichaam verliest constant water. Als we zweten, naar het toilet gaan en zelfs als we ademen. Dat water moet worden aangevuld om het bloedvolume en andere lichaamsvloeistoffen op peil te houden. Als je bijvoorbeeld erg zweet, krijg je automatisch dorst; een signaal van het lichaam dat we meer moeten drinken. Drink je daarentegen meer water dat je lichaam nodig heeft, dan scheiden je nieren dit overtollige vocht weer uit. Om de vochtbalans dus binnen een gezond bereik te houden, lijkt het lichaam van een mens of ander dier een beetje op een badkuip: “water dat binnenkomt moet gelijk zijn aan het water dat er weer uitkomt,” stelt onderzoeksleider Herman Pontzer.

Studie
In een nieuwe studie hebben onderzoekers voor het eerst nauwkeurig in kaart gebracht hoeveel water mensen elke dag verliezen en weer aanvullen in vergelijking met onze naaste verwanten. Dit deden ze door het ‘waterverbruik’ van 309 mensen met verschillende levensstijlen – van boeren en jagers-verzamelaars tot aan kantoorwerkers – met die van 72 apen uit dierentuinen te vergelijken. Voor elk individu berekenden de onderzoekers enerzijds de wateropname via eten en drinken en anderzijds het waterverlies door te zweten en te urineren.

Vergelijking
De onderzoekers komen tot een interessante ontdekking. Want uit de resultaten blijkt dat een mens gemiddeld op een dag zo’n drie liter water verbruikt. Dat is gelijk aan zo’n 12 kopjes water per dag. En de chimpansees en gorilla’s? Zij verbruiken opvallend genoeg het dubbele. En dat is best merkwaardig. “We waren verrast door deze bevindingen,” zegt Pontzer. Dat komt ondermeer omdat mensen veel meer zweten dan andere primaten. “Per vierkante centimeter huid hebben mensen tien keer zoveel zweetklieren als chimpansees,” vertelt Pontzer. Bovendien leiden mensapen zoals chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans een veel luier leven. “De meeste apen rusten of eten zo’n 10 tot 12 uur per dag, gevolgd door een 10 uur durend dutje,” gaat de onderzoeker verder. “Ze zijn dus maar een paar uur per dag actief.”

Minder water
Kortom, het onderzoek toont aan dat het menselijk lichaam dus zo’n 30 tot 50 procent minder water per dag verbruikt dan onze naaste verwanten. En dat is interessant. Het suggereert dat er in de loop van de menselijke evolutie iets is veranderd, waardoor de hoeveelheid water die ons lichaam elke dag verbruikt is verminderd. Dit kan vervolgens weleens helpen verklaren waarom we het als soort zover geschopt hebben. Want het vermogen zou er bijvoorbeeld voor gezorgd kunnen hebben dat onze voorouders zich verder van beken en drinkplaatsen waagden, op zoek naar voedsel. “Zelfs als onze voorouders gewoon wat langer zonder water konden zou dit al een groot voordeel zijn geweest,” zegt Pontzer. “Zeker aangezien vroege mensen ook op de droge, savanne woonden.”

Fysiologische verandering
De volgende stap is om te onderzoeken hoe die opvallende fysiologische verandering, om efficiënter met water om te springen, precies heeft plaatsgevonden. Een mogelijke verklaring is dat we geleidelijk minder dorst kregen, zodat we tevens minder water per calorie in vergelijking met apen nodig hebben. Zelfs menselijke moedermelk bevat bijvoorbeeld 25 procent minder water dan die van mensapen. Maar mogelijk speelt ook onze neus een rol. Fossiel bewijs suggereert namelijk dat ongeveer 1,6 miljoen jaar geleden, toen de Homo Erectus zijn intrede deed, mensen een meer uitstekende neus kregen. Chimpansees en gorilla’s hebben bijvoorbeeld veel vlakkere neuzen dan de meeste mensen. En zo’n uitstekende neus is best handig. Want dankzij onze neuzen kunnen we bij elke ademhaling meer vocht vasthouden.

Al met al zijn dus nog lang niet alle vragen beantwoord. “Er zijn nog meerdere mysteries op te lossen,” zegt Pontzer. “Maar in ieder geval is het nu wel duidelijk dat mensen efficiënter water gebruiken. De volgende stap is om uit te zoeken hoe we dat precies doen. En dat wordt leuk!”