Wat kan de natuur ons leren over gezond eten?

Een gebalanceerd dieet. Wie wil dat nu niet? Maar afgaand op de talloze boeken die er over gezond voedsel en diëten geschreven zijn, lukt het ons niet altijd om zo’n gebalanceerd dieet te formuleren en vervolgens ook te volgen. En niet zelden nemen mensen dan ook hun toevlucht tot een diëtist, die vaak weer ingewikkelde computerprogramma’s nodig hebben om verschillende soorten voedsel zo te combineren dat er een evenwichtig dieet ontstaat.

Dieren
Terwijl wij zo worstelen met de ogenschijnlijk simpele vraag ‘Wat eten we vandaag?’ moeten we concluderen dat andere organismen dat niet zo’n uitdaging vinden en al helemaal geen computerprogramma’s of ingewikkelde berekeningen nodig hebben om tot een gebalanceerd dieet te komen. En dat doet vermoeden dat we van die andere dieren nog wel iets leren kunnen.


Dat is precies wat twee entomologen beweren in het boek ‘Eten als dieren’. Aan de hand van talloze wetenschappelijke studies tonen ze aan dat andere organismen – zoals schimmels, maar ook bavianen (zie kader) – instinctief weten wat ze moeten eten om gezond te blijven en er zo in slagen een perfecte balans te vinden tussen eiwitten, vetten en koolhydraten. Onze evolutionaire voorouders moeten daar ook toe in staat zijn geweest, maar ergens zijn we deze vaardigheid kwijtgeraakt. Maar niet voorgoed, want met een beetje inzet kunnen we onze eetlust hacken en opnieuw leren om te eten als dieren, zo betogen de wetenschappers.

Een fragment uit ‘Eten als dieren’
Stella woonde in een gemeenschap aan de rand van Kaapstad in Zuid-Afrika. Ze was een van vijfentwintig volwassenen die bij elkaar maar liefst veertig kinderen hadden. Het was een sereen decor aan de voet van de heuvels van de Tafelberg, omringd door wijngaarden, naaldhoutplantages, groepjes eucalyptusbomen, stukken natuurlijke fynbos-begroeiing en enkele buitenstedelijke nederzettingen.
Caley Johnson was een jonge studente antropologie uit New York. Haar afstudeerscriptie ging over de voeding van een plattelandspopulatie in Oeganda, die bijna volledig leefde op natuurlijk voedsel. Haar begeleiders brachten haar op het idee dat het een interessante vergelijking zou zijn om in de studie ook een populatie op te nemen die niet alleen natuurlijke voeding at, maar ook wat bewerkt voedsel met suikers en vet. Dat bracht Caley naar Kaapstad, waar zij en Stella elkaar ontmoetten. De onderzoeksmethode die Caley toepaste, en die gebruikelijk is voor haar discipline, houdt in dat je individuen een hele dag observeert en noteert wat voor voedsel ze eten en hoeveel van elke soort. Het eten wordt daarna in een laboratorium geanalyseerd op voedingswaarde, om zo een gedetailleerd dagelijks verslag van het dieet te geven. Maar in één opzicht was deze studie radicaal anders: in plaats van verschillende proefpersonen te volgen, elk op een aparte dag, had het team besloten om dertig dagen achter elkaar het dieet van maar één individu te bestuderen. Zo leerde Caley Stella en haar eetgewoonten van zeer dichtbij kennen.
Wat ze constateerde was intrigerend. Stella’s dieet was verrassend afwisselend: ze at veel verschillende soorten eten, bijna negentig verschillende dingen in dertig dagen tijd, en elke dag at ze verschillende combinaties van natuurlijke en bewerkte voeding. Dit wekte de indruk dat Stella niet bijzonder kieskeurig was en gewoon at waar ze zin in had. De cijfers uit het voedingslab leken hetzelfde verhaal te vertellen. De verhouding tussen vetten en koolhydraten in Stella’s dieet liep erg uiteen, zoals je zou verwachten gezien de uiteenlopende soorten voedsel die ze at en hoe dat verschilde van de ene op de andere dag.
Toen viel Caley iets op. Als ze de gecombineerde calorieën uit koolhydraten en vetten elke dag bij elkaar optelde, en dat cijfer op een grafiek uitzette tegenover de hoeveelheid eiwitten die elke dag werd geconsumeerd, kwam er een duidelijk verband naar voren. Dit betekende dat de verhouding van eiwitten tot vetten en koolhydraten – een zeer belangrijke maatstaf voor de balans in een voedingspatroon – een hele maand achter elkaar absoluut stabiel was gebleven, ongeacht wat Stella had gegeten. Sterker nog, de verhouding die Stella elke dag had gegeten – één eenheid eiwit tegenover vijf eenheden vetten en koolhydraten samen – was de combinatie waarvan was gebleken dat die, voor een gezonde vrouw van Stella’s lengte, qua voedingswaarde geheel in balans was. In plaats van alles maar in haar mond te stoppen, was Stella juist een ontzettend precieze eter die precies wist welk voedingsregime goed voor haar was en hoe ze dat moest bereiken. Maar hoe wist Stella haar dieet zo nauwkeurig bij te houden? Caley kende de complexiteit van het combineren van allerlei soorten voeding tot een evenwichtig dieet – zelfs diëtisten moeten computerprogramma’s gebruiken om dit voor elkaar te krijgen. Was het heel misschien mogelijk, zou ze zich zomaar hebben kunnen afvragen, dat Stella stiekem een voedingsdeskundige was? Behalve dat Stella… een baviaan was. Een verwarrend verhaal, als je bedenkt hoeveel dieetadviezen wij mensen nodig lijken te hebben om fatsoenlijk te eten (niet dat het ons altijd veel oplevert). Ondertussen heeft onze wilde neef de baviaan dit blijkbaar puur op instinct voor elkaar gekregen. Hoe is zoiets mogelijk?

Nieuwsgierig geworden? Dan hebben we goed nieuws voor je. Scientias.nl mag namelijk drie exemplaren van het boek ‘Eten als dieren’ weggeven. Kans maken? Vul dan hieronder jouw gegevens in en wie weet valt het boek binnenkort bij jou op de mat!