De zomertijd heeft weer plaatsgemaakt voor de wintertijd. Sommigen vinden het heerlijk. Anderen gruwelen ervan. En de wetenschap? Die is doorgaans niet zo’n fan van het verzetten van de klokken. Columniste Noor Fiers legt uit waarom eigenlijk niet.

Vorige week zondag ging de wintertijd in. Voor sommige lichtgevoelige zielen de aanzet tot een winterdepressie, voor velen een genietend uurtje extra in de nacht van zaterdag op zondag. Mijn kinderen leven elk jaar nog minstens een weekje door op zomertijd. Ze zijn om zes uur klaarwakker, hebben honger, moeten plassen en zijn met geen mogelijkheid over te halen tot een extra luilekkeruurtje in bed. En terwijl mijn slaperige lijf nog graag een tijdje op snooze wil blijven doordutten, roept dat van hen om actie! Gelukkig is manlief een ochtendmens, en dus in de vroege uurtjes op zijn best, zodat mijn ochtendhumeur en ik nog een rustig onderonsje onder het dekbed kunnen hebben.

“Chronobiologen zijn geen voorstanders van zomertijd en wintertijd. Ze pleiten ervoor om continu in zomertijd óf wintertijd te leven”

Verstoorde biologische klok
Chronobiologen (wetenschappers die de variaties in onze activiteiten naargelang de tijd bestuderen) zijn geen voorstanders van zomertijd en wintertijd. Zij pleiten ervoor continu in zomertijd óf wintertijd te leven, zodat onze biologische klok minder verstoord raakt. En inderdaad, er is een behoorlijk aantal mensen dat na het wisselen naar zomer- of wintertijd een tijdlang last heeft van jetlagachtige verschijnselen zoals slapeloosheid, sombere gevoelens en vermoeidheid. En dat wordt voornamelijk veroorzaakt door het in de war schoppen van de biologische klok. Maar wat gaat er eigenlijk mis in ons lichaam waardoor we bij het verzetten van de klok last krijgen van dipjes, dutmomenten en depressies?

De klokgenen
In alle cellen van ons lichaam komen speciale klokgenen voor. Klokgenen werken als regelaars en bepalen welke genen in een cel worden afgelezen, en daarmee welke eiwitten er door de cel worden gemaakt. Met deze eiwitten worden allerlei processen in ons lichaam gestuurd. Hierbij kunt u denken aan het vrijmaken van energie uit brandstoffen, het maken van nieuwe cellen, de productie van urine, het omzetten van suiker in vet en ga zo maar door. De klokgenen in de cellen sturen indirect de activiteit van al deze processen in ons lichaam. En omdat de klokgenen werken volgens een ritme van ongeveer 24 uur, werkt ons hele systeem dus in datzelfde ritme. Om alle klokgenen in alle cellen op elkaar af te stemmen, is er een soort algemene regelkamer nodig, dis op gezette tijden per dag omroept hoe laat het is. De klokgenen worden hierdoor gelijkgezet, zodat u ’s nachts niet drie keer uw warme bed hoeft om te ruilen voor de koude keukenvloer omdat u vergaat van de honger.
Die algemene regelkamer wordt dé biologische klok genoemd en ligt in onze hersenen. Net boven de kruising van de oogzenuwen, in een gebied dat we de hypothalamus noemen, liggen twee kernen van ongeveer 8000 zenuwcellen; de supra chiasmatische nucleï, kortweg SCN. Vanwege de ligging boven de oogzenuwen, staat de SCN sterk onder invloed van licht dat via onze ogen binnenkomt. Dit licht zorgt ervoor, dat onze biologische klok dagelijks wordt gelijkgezet met de buitenwereld. De SCN geeft seintjes af in de vorm van hormonen en neurotransmitters en beïnvloedt direct en indirect allerlei processen in ons lichaam. Zo wordt ook ons slaap-waakritme geregeld door de SCN. Bij een gebrek aan licht geven cellen uit de SCN een seintje aan een andere hormoonklier in de hersenen, de pijnappelklier. Deze gaat dan melatonine maken. Melatonine wordt via ons bloed verspreid door het lichaam en maakt ons lui, loom, sloom en slaperig. Bloeddruk en lichaamstemperatuur dalen en we zakken langzaam weg in een heerlijke slaap. Wanneer door onze (soms nog gesloten) ogen licht binnenkomt, stoppen de seintjes van de SCN aan de pijnappelklier, en daarmee de aanmaak van melatonine. De productie van andere stoffen, zoals cortisol en dopamine nemen toe. Dit geeft een verhoging van de lichaamstemperatuur en bloeddruk. Langzaamaan begint onze alertheid terug te komen en worden we wakker.

Ook uw favoriete knop op de wekker? Afbeelding: Coleever (cc via Flickr.com).

Ook uw favoriete knop op de wekker? Afbeelding: Coleever (cc via Flickr.com).

De wrede werkelijkheid van een doordeweekse dinsdag
Wanneer we een tijd zonder verplichtingen en horloges leven, zoals op vakantie, wordt duidelijk wat ons natuurlijke ritme is. Als we onze biologische klok en onze klokgenen rustig hun werk laten doen en luisteren naar ons lichaam, zullen we op deze manier elke dag zo rond dezelfde tijd ons bed op zoeken en elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip uitgerust ontwaken. Wat een zaligheid! Helaas is de wrede werkelijkheid van een doordeweekse dinsdag anders. Dan piept de wekker op een moment dat mijn biologische klok nog niet eens in de buurt van een alarm komt, en probeer ik veelal met veelvuldig snoozen nog iets van mijn slaap te rekken. Als ook dat niet meer kan, hijs ik me met een hartgrondig gegrom uit bed en pas na tien minuten met de ogen dicht tandenpoetsen, aankleden en haren kammen durf ik het aan om mijn spiegelbeeld te aanschouwen en mijn gezicht uit de kreukels te halen. Blijkbaar hebben mijn klokgenen en mijn SCN een ander ritme dan me dagelijks wordt opgelegd. Het leven van een avondmens gaat niet over rozen in een maatschappij die gemaakt lijkt te zijn voor en door vrolijke ochtendmensen. Onderzoek wijst uit, dat de biologische klok van avondmensen werkt volgens een ritme dat net iets langer is dan 24 uur. Hierdoor lijkt de dag steeds iets te kort te zijn, en blijven avondmensen vaak wat langer op. De opkomst van tablets, smartphones en televisies is hier overigens ook deels schuldig aan. Het licht van deze apparaten bevat veel blauwtinten, wat door de SCN wordt opgevat als daglicht. En daglicht remt de aanmaak van melatonine, onze natuurlijke slaappil. In de avonduren nog wat werken, een beetje facebooken, twitteren of een fijne film kijken geeft onze hersenen dus de verkeerde informatie. Beter is het om bij het gelige licht van een schemerlamp een goed (echt) boek te lezen. Hierdoor wordt de aanmaak van melatonine niet geremd, en wordt u dus vanzelf slaperig. En om dan lekker uitgerust en fit te kunnen opstaan, zou u uzelf eigenlijk een half uur voor dat u echt weer naast uw bed moet staan, bloot moeten stellen aan daglicht. Hierdoor geeft u de juiste externe signalen aan uw biologische klok en is uw lichaam al klaar om op te staan voordat u eigenlijk moet opstaan. Dat wordt dus onder het raam slapen met de gordijnen open, óf zo’n hippe wake-up light kopen. En dan eens kijken of het werkt.

Mocht u behoren tot de vijftig procent van de Nederlanders die lijdt onder de overgang naar de wintertijd, er is hoop. Het verzetten van de klok zorgt voor een uit de pas lopen van onze interne biologische klok met onze sociale klok. Bij negentig procent van de mensen zijn de klachten echter na één tot twee weken over en loopt alles weer synchroon. Dit proces is te versnellen door veel buiten te zijn. Daglicht dat via onze ogen wordt opgevangen geeft steeds opnieuw een signaal aan onze biologische klok, die daardoor sneller in de pas zal gaan lopen. En mocht ook dat niet helpen: nog 142 duffe dagen en 142 slapeloze nachten; dan schakelen we weer over op zomertijd!

Noor Fiers is docent biologie en NLT op een middelbare school in Brabant. Ze is gek op sciencefiction, spannende boeken en boeken over wetenschap. Ze raakt niet uitgepraat over biologie en onderwijs en twittert daar ook graag over. Naast elektronisch gekwetter is ze graag buiten om naar de tweets van echte vogels te luisteren en te genieten van de wondermooie wereld om ons heen.