Alle muziekstukken bestaan uit ritmische patronen die eigenlijk een kopie van het grote geheel zijn, zo blijkt.

Wetenschappers baseren hun conclusie op een analyse van 2000 composities die de laatste 400 jaar door 40 verschillende componisten werden geschreven. Het onderzoek leverde ze een wiskundige formule omtrent het ritme op waar elk muziekstuk aan gehoorzaamt.

Ook ritme
“We weten al een aantal decennia dat de verspreiding van toonhoogtes en geluidssterkte in muziek voorspelbare wiskundige patronen volgt,” vertelt onderzoeker Daniel Levitin. “Ritme is nog belangrijker voor het plezier dat we door muziek ervaren: het is het ritme waar kinderen als eerste op reageren, het is ritme dat ervoor zorgt dat je wilt opstaan en gaat bewegen, dus het is niet zo’n verrassing dat ook ritme onderworpen is aan een vergelijkbare wiskundige formule.”

Afbeelding: Solkoll (via Wikimedia Commons).

Formule
Maar wat is dan die gulden regel waar alle muziekstukken aan gehoorzamen? Alle composities bleken op te delen in kleinere stukjes die min of meer een kopie van het grote geheel waren. Het zijn een soort fractals. Dit zijn bekende figuren in de wiskunde. Het zijn meetkundige figuren die zijn opgebouwd uit verschillende delen die weer heel sterk lijken op de figuur zelf (een voorbeeld ziet u hiernaast). Alle muzikale composities bleken dezelfde ‘fractal-kwaliteit’ te hebben.

Waarom?
Maar waarom? Om dat te beredeneren, moet u weten dat fractals ook veelvuldig in de natuur worden teruggevonden. Denk aan sneeuwvlokken of aan bladeren van varens. Hier vinden we datzelfde patroon. Dat componisten door de eeuwen heen ditzelfde patroon handhaven, wijst erop dat wij mensen als het ware geprogrammeerd zijn om zulke patronen op te merken. We zijn geprogrammeerd om erop te reageren.

Met dit nieuwe onderzoek is er na een voorspelbaar wiskundig patroon voor geluidssterkte en toonhoogte dus ook een wiskundig patroon voor ritme ontdekt. In hoeverre is muziek dan eigenlijk nog kunst? De onderzoekers kunnen muzikanten geruststellen: uit het onderzoek blijkt ook dat componisten toch nog wel iets van zichzelf in het ritme stopten. Elke muzikant bleek een eigen ritmische ‘handtekening’ te hebben. Het onderzoek suggereert zelfs dat de stijl van een componist nog sterker uit het ritme dan uit de toonhoogtes blijkt. “Dit was één van de meest onverwachte en geweldige ontdekkingen van ons onderzoek,” vindt Levitin. “Mozarts genoteerde ritmes bleken het minst voorspelbaar. Die van Beethoven waren het meest voorspelbaar.”