Deze planetaire nevel heeft qua silhouet iets weg van de planeet Saturnus, maar is wel een totaal ander object.

De Saturnusnevel is zo’n 5.000 lichtjaar van de aarde verwijderd en is te vinden in het sterrenbeeld Waterman. Ooit was deze nevel een lichte ster, vergelijkbaar met de zon. Aan het einde van zijn bestaan dijde het object uit tot een rode reus en begon het zijn buitenste gaslagen af te stoten. Deze gaslagen zijn weggeblazen door krachtige sterrenwinden en vervolgens verlicht door de ultraviolette straling van de ster.

Het resultaat is dat er nu een kleurrijke nevel te zien is. Deze foto is gemaakt door het MUSE-instrument van ESO’s Very Large Telescope. Dankzij de observatie van de Saturnusnevel leren onderzoekers meer over de complexe structuren binnen een planetaire nevel. Zo ontdekten de wetenschappers een golfachtige structuur in het stof, die nog niet helemaal te plaatsen is. Er is minder stof te vinden aan de rand van de binnenschil van de nevel. Wordt dit stof daar vernietigd? Zo ja, komt dit door de uitdijende schokgolf of verdampt het stof door de hitte?

Nevel NGC 7009 met annotaties. Voor het eerst is het stof in de nevel vastgelegd.

In het midden van de nevel is een ster te zien, die langzaam transformeert in een witte dwerg. In deze ster vinden geen kernreacties meer plaats. Wel is de ster zeer dicht. Zo heeft een gemiddelde witte dwerg een straal van enkele duizenden kilometers, terwijl een kubieke centimeter witte dwerg-materiaal een paar honderd ton weegt. Als je op een witte dwerg zou staan, zou je direct in elkaar worden gedrukt door de zwaartekracht. Het zwaartekrachtsveld is namelijk honderdduizenden malen sterker dan op het aardoppervlak.

Ook onze zon wordt ooit een witte dwerg. Zo’n witte dwerg koelt heel langzaam af. Pas na tientallen miljarden jaren – en mogelijk nog langer – is de ster volledig uitgedoofd en blijft er een zwarte dwerg over.