De tropen zijn de afgelopen dertig jaar ongeveer een halve graad warmer geworden. Dat lijkt te verwaarlozen, maar koudbloedigen kunnen daar wel eens anders over denken. Hagedissen, amfibieën en insecten leven al jaren in hetzelfde klimaat rondom de evenaar. Op veranderingen – hoe klein ook – zijn zij niet berekend, zo menen onderzoekers.

Koudbloedige dieren zoals hagedissen, insecten en amfibieën regelen hun lichaamstemperatuur met behulp van hun omgeving. Als ze op willen warmen, gaan ze in de zon zitten. Willen ze afkoelen, dan zoeken ze de schaduw op. Wanneer hun omgeving warmer wordt, gaat hun verbranding sneller. Dat betekent heel praktisch dat de dieren meer voedsel, meer zuurstof en meer water nodig hebben om te overleven en zichzelf voort te planten.

Verandering
Onderzoeker Michael Dillon toont nu aan dat de geringe opwarming van de tropen een groter effect heeft op de koudbloedigen dan de flinke opwarming van de polen op de warmbloedigen aldaar. “De aanname is altijd geweest dat het effect (van de klimaatverandering) het grootst is op organismen op de plaats waar de temperatuur het meest verandert,” legt Dillon uit. Maar dat blijkt onjuist.

Meer
Dillen en zijn collega’s analyseerden de klimaatgegevens uit de periode tussen 1961 en 2009 en schat op basis daarvan hoe de verbranding van de koudbloedigen in de toekomst beïnvloed gaat worden. De dieren hebben meer voedsel, zuurstof en water nodig. Of dat een positieve ontwikkeling is, is nog onduidelijk. “Als de middelen onbeperkt voorhanden zijn, kun je veronderstellen dat deze verhoogde verbranding leidt tot meer dieren. Maar als de middelen beperkt zijn, loopt een soort tegen zijn grenzen op.”

“Als we onze aandacht besteden aan temperatuurpatronen dan denken we vaak dat we de tropen kunnen negeren, omdat de veranderingen daar niet zo groot zijn. Maar zelfs al zijn de verschillen niet groot, het effect op de organismen kan wel eens heel, heel groot zijn.”