Bang zijn we allemaal. Bang dat de dijken doorbreken. Bang dat de poolkappen smelten. Bang dat de grondstoffen opraken. Maar is er eigenlijk wel reden om bang te zijn? Wetenschappers komen altijd met doemscenario’s, maar is het niet beter om uit te gaan van het positieve? In de toekomst komt namelijk vrijwel alles goed.

Een groot probleem ten tijde van de Middeleeuwen waren ziektes. Toen wisten mensen zich geen raad; tegenwoordig weten we wel beter. Dankzij wetenschap weten we dat hygiëne belangrijk is. Daarnaast zijn er nu betere medicijnen en kunnen bepaalde klachten makkelijk behandeld worden. Maar goed, dat wisten ze duizend jaar geleden allemaal nog niet. Toen waren mensen nog bang.

Klimaatdeskundigen zoals Al Gore maken zich ernstige zorgen over de globale temperatuurstijging. Wetenschappers kijken daarbij vooral naar de aarde: ‘hoe kan hier op aarde een oplossing worden gevonden voor het probleem?’ Dit is een vrij ouderwetse manier van denken. Natuurlijk is het belangrijk om bewust te zijn van de eigen wereld, maar ook buiten de wereld zijn er goede oplossingen.


“Misschien wordt het eens tijd om een spiegel voor ons te houden. Waar maken we ons druk over? Kunnen we ons niet beter ergens anders druk over maken?”

Enkele jaren geleden kwamen Amerikaanse wetenschappers op het idee om een zonneschild in de ruimte te plaatsen. Dit schild zou zich tussen de aarde en de zon bevinden en filtert de straling van de zon er uit. Minder straling bereikt de aarde, waardoor de temperatuur daalt. Ook al verdubbelen de CO2-waardes op aarde, dan nog daalt de temperatuur als tien procent van de straling wordt tegengehouden.

Maar wat biedt de toekomst nog meer? Misschien komen wetenschappers ooit met een machine om koolstofdioxide in zuurstof te veranderen (of in stikstof). Of misschien ontdekken wetenschappers een manier om de aarde verder van de zon te duwen, zodat de temperatuur daalt.

Natuurlijk is het niet zo dat we nu onze ogen kunnen sluiten voor problemen. Landen als China en de Verenigde Staten moeten kritisch naar zichzelf kijken en niet zeggen van “och, dat komt later wel”. Misschien hebben deze landen gelijk en komt er ooit een gemakkelijke oplossing voor het probleem, maar voorlopig is het zo dat het verstandig is om rekening te houden met het milieu.

Wel is het zo dat er momenteel teveel wordt gehamerd op het feit dat de aarde ten onder gaat. De wetenschap biedt steeds meer oplossingen voor problemen. Daar ligt dan ook de hoop. Maar dan moeten we het klimaat wel op de juiste manier benaderen. En niet zoals het Intergovernmental Panel of Climate Change (IPCC) het in 2007 heeft gedaan.

En eigenlijk is klimaatverandering een klein probleem in vergelijking met een probleem als een inslag van een grote meteoriet. Toch besteden Amerikanen jaarlijks slechts een paar miljoen euro om mogelijk gevaarlijke asteroïden in de gaten te houden, terwijl er veel meer wordt uitgegeven aan acties tegen klimaatverandering.

Misschien wordt het eens tijd om een spiegel voor ons te houden. Waar maken we ons druk over? Kunnen we ons niet beter ergens anders druk over maken? En natuurlijk blijft het belangrijk om te investeren in wetenschap. Zonder wetenschap zijn we – net zoals de dinosauriërs – zo goed als machteloos als er een probleem optreedt.

En over duizend jaar? Dan kijken onze verre nakomelingen met een glimlach in hun geschiedenisboeken en lezen ze over onze problemen. Er spookt slechts één gedachte rond: “hoe primitief.”