Een Salmonella-bacterie gaf de Mexicanen in de zestiende eeuw waarschijnlijk de hardste klap.

Nadat de Europeanen in de zestiende eeuw voet in Mexico zetten, kreeg de inheemse bevolking de ene na de andere epidemie over zich heen. Veel van die uitbraken worden in verband gebracht met de Europeanen: zo hebben zij bijvoorbeeld de pokken naar Zuid-Amerika gebracht. De epidemieën dunden de inheemse bevolking enorm uit: waren er voor de komst van de Europeanen nog zo’n 22 miljoen Mexicanen, een eeuw later waren het er naar schatting nog zo’n 2 miljoen.

Tien tot vijftien miljoen doden
De meest vernietigende epidemie gaf tussen 1545 en 1550 acte de présence en zou naar schatting tussen de tien en vijftien miljoen(!) Mexicanen het leven hebben gekost. Maar waaraan gingen deze mensen nu precies dood? Daarover is veel gespeculeerd: sommige onderzoekers dachten aan pokken, anderen aan mazelen of buiktyfus. Duitse onderzoekers werpen nu in het blad Nature Ecology and Evolution een nieuw licht op de zaak en concluderen voorzichtig dat een subsoort van de bacterie Salmonella enterica de boosdoener was.

Er is redelijk veel over de epidemie die tussen 1545 en 1550 toesloeg, geschreven. Hier zie je hoe de inheemse bevolking er zelf over schreef. Wat opvalt, is dat bijna elke bron melding maakt van zieken die heftig bloeden uit de neus/het gezicht. Afbeelding: Annette Günzel / via Nature Ecology and Evolution.

Begraafplaats
De onderzoekers bestudeerden een begraafplaats in Mexico die stamt uit de periode tussen 1545 en 1550. De onderzoekers analyseerden het DNA afkomstig van 29 mensen die hier begraven lagen. Met behulp van een nieuwe techniek speurden ze in de afgenomen DNA-monsters naar al het bacteriële DNA dat hierin aanwezig was (zonder op voorhand een specifieke bacterie te hoeven kiezen). Zo stuitten ze in tien DNA-monsters op sporen van de bacterie S. enterica. Vervolgens slaagden de onderzoekers erin om het genoom van deze bacterie volledig te reconstrueren. En zo ontdekten ze dat tien van de skeletten een subsoort van S. enterica herbergden die tyfeuze koorts veroorzaakt.

Tyfeuze koorts – waarvan buiktyfus misschien wel het bekendste voorbeeld is – veroorzaakt hoge koorts, uitdroging en darmproblemen. Het is ook vandaag de dag nog steeds een serieuze bedreiging voor de volksgezondheid: in het jaar 2000 alleen zouden zo’n 27 miljoen mensen ermee te maken hebben gehad. Er is echter weinig bekend over de rol die deze ziekte in het verleden speelde.

Het onderzoek wijst – heel voorzichtig – dus de drijvende kracht achter de vreselijke epidemie die tussen 1545 en 1550 in Mexico toesloeg, aan. Veel belangrijker is echter de manier waarop onderzoekers tot deze conclusie zijn gekomen. “Een belangrijk resultaat van deze studie is dat we met succes informatie hebben verkregen over een microbiële infectie die in deze populatie rondwaarde zonder dat we daartoe op voorhand een specifieke bacterie hoefden te kiezen,” legt onderzoeker Alexander Herbig uit. In het verleden konden onderzoekers ook wel uitzoeken of een bepaalde bacterie een rol speelde in een vroegere epidemie, maar dan moesten ze de naam van die bacterie al opnemen in hun hypothese. Dankzij de nieuwe aanpak van Herbig en collega’s hoeft dat niet. “Deze nieuwe benadering stelt ons in staat om op genetisch niveau heel breed te zoeken naar alles wat er aanwezig zou kunnen zijn,” vertelt onderzoeker Johannes Krause. “Dat is een belangrijke vooruitgang in de methodes die wij – als onderzoekers van oude ziekten – tot onze beschikking hebben.” Met name wanneer zij zich buigen over een ziekte waarvan ze geen flauw idee hebben waardoor deze veroorzaakt werd.