Als we een recent onderzoek moeten geloven, wel! Het stelt namelijk dat iedereen – onder de ‘juiste’ omstandigheden – kan gaan trollen.

Je kent ze vast wel: van die mensen die op internetfora onjuiste informatie verspreiden, andere reageerders opzettelijk frustreren en uit zijn op haat en nijd. Ik hoor je denken: ‘zo zit ik niet in elkaar’. En meestal wordt inderdaad aangenomen dat trollen luidruchtige, ietwat asociale types zijn. Maar die aanname kan nu van tafel. Nieuw onderzoek toont namelijk aan dat er helemaal niet zulke grote verschillen zitten tussen ‘gewone, beschaafde mensen’ en ‘trollen’. Sterker nog: in elke internetgebruiker schuilt een potentiële trol.

De juiste omstandigheden
En die potentiële trol kan onder de ‘juiste’ omstandigheden acte de présence geven. Maar wat zijn dan die omstandigheden? Nou, het begint allemaal met een slecht humeur, gevolgd door een ontmoeting met een andere trol die reeds uit zijn schulp is gekropen, zo tonen experimenten aan.

Quiz
Wetenschappers verzamelden 667 proefpersonen en lieten ze een quiz doen die soms heel moeilijk en soms heel gemakkelijk was. Na afloop werd het humeur van de proefpersonen vastgesteld. De proefpersonen die een moeilijke quiz voorgeschoteld hadden gekregen, hadden vanzelfsprekend een veel slechter humeur. Ze waren wat bozer, vermoeider en wat gespannener dan de mensen die de gemakkelijke quiz in no-time correct hadden ingevuld.

Discussie
Vervolgens kregen alle proefpersonen een online artikel te zien en de opdracht om zich in de discussie onder dat artikel te mengen. Ze moesten minimaal één reactie achterlaten. Alle proefpersonen zagen hetzelfde artikel op dezelfde site – die speciaal voor het experiment was gebouwd. Maar sommige proefpersonen stuitten boven aan het forum op drie trollen. Anderen zagen boven aan het forum drie neutrale reacties.

De reacties
Ongeveer 35 procent van de mensen die eerst een gemakkelijke quiz hadden ingevuld en vervolgens drie neutrale reacties op het artikel hadden gelezen, lieten een trol-reactie achter. Dat percentage steeg naar 50 procent wanneer de proefpersonen een moeilijke quiz hadden gehad óf drie reacties van trollen zagen. Mensen die zowel een moeilijke quiz hadden ondergaan als drie reacties van trollen zagen, bleken zelfs in 68 procent van de gevallen zelf de trol uit te hangen.

“Het is een spiraal van negativiteit”

Nog meer onderzoek
Het suggereert dat in elke persoon een trol schuilgaat. Dat wordt onderschreven door het tweede deel van het onderzoek. Nu bestudeerden wetenschappers de reacties die in 2012 op de site van CNN waren achtergelaten. Het ging om meer dan 26 miljoen posts van meer dan 1,1 miljoen gebruikers in meer dan 200.500 discussies. Het was natuurlijk onmogelijk om het humeur van alle gebruikers vast te stellen. Maar om daar toch een beetje een beeld van te krijgen, keken de onderzoekers naar het tijdstip en de dag waarop gebruikers een reactie hadden achtergelaten. Onderzoek toont namelijk aan dat er een verband is tussen het humeur van mensen en de dag en het tijdstip waarop je ze benadert. Zo zijn mensen aan het eind van de dag en aan het begin van de week humeuriger dan in de middag en op donderdag. De onderzoekers beschouwden reacties die een vlaggetje hadden gekregen (omdat ze misbruik maken van het forum), als reacties van trollen. Uit het onderzoek bleek dat er laat in de avond en aan het begin van de week veel meer van deze ongepaste reacties werden geplaatst. Daarmee worden deze reacties dus met name geplaatst op momenten waarop mensen doorgaans humeurig zijn. Daarnaast bleken mensen sterker geneigd een ongepaste reactie achter te laten als een andere reactie van hen eerder als ongepast was bestempeld óf ze in een andere discussie veel ongepaste reacties waren tegengekomen. “Het is een spiraal van negativiteit,” stelt onderzoeker Jure Leskovec. “Slechte conversaties leiden tot nog meer slechte conversaties.”

Het onderzoek is belangrijk, vindt onderzoeker Michael Bernstein. “Veel nieuwssites hebben hun reactiesystemen verwijderd, omdat ze denken dat deze het echte debat en echte discussies ondermijnen. Begrijpen waarom we soms op ons best en soms op ons slechtst zijn, is belangrijk als we die reactiesystemen terug willen brengen.”