Wetenschappers zijn er eindelijk uit hoe stofjes in traanvocht in staat zijn om veel grotere bacteriën te doden.

In traanvocht zitten proteïnen met de naam lysozym. Dat ontdekte de beroemde Alexander Fleming ongeveer honderd jaar geleden al. Ook het feit dat deze stofjes grote bacteriën zonder enige moeite uitschakelden, was al bekend. Onduidelijk bleef echter hoe de lysozymen dat precies deden.

WIST U DAT…

…huilen in de ruimte niet handig is?

Transistor
Maar daar is nu verandering in gekomen, zo melden onderzoekers van de universiteit van Californië in het blad Science. Ze bouwden een piepkleine transistor en lijmden daar lysozymen aan vast. Vervolgens keken ze hoe de lysozymen bacteriën verorberden. In een persbericht beschrijft wetenschapper Philip Collins de methode als volgt. “Onze circuits zijn microfoons ter grootte van moleculen. Het is net zoiets als een stethoscoop die naar je hart luistert, alleen luisteren wij naar één molecuul van een proteïne.”

Kapot
Zo ontdekten de onderzoekers dat lysozymen sterke kaken hebben die zich aan de celwanden van een bacterie vastklampen en deze kapotmaken. Zo voorkomen ze dat de bacteriën in de ogen belanden.

Hoewel het natuurlijk heel interessant is om te zien hoe traanvocht bacteriën verslindt, hebben de onderzoekers toch echt een hoger doel voor ogen. Ze hebben jaren aan de transistor gewerkt en hopen deze in de toekomst los te kunnen laten op ziekten als kanker. Met de transistor is het namelijk mogelijk om zelfs enkele moleculen op te merken. Wanneer de transistor erin slaagt om ook moleculen die geassocieerd worden met gevaarlijke vormen van kanker op te sporen, biedt dat grote mogelijkheden. Dat betekent namelijk dat kanker al heel vroeg kan worden opgespoord.