Dankzij twee ruimtesondes die al meer dan dertig jaar onderweg zijn, krijgen we voor het eerst een idee hoe buitenstaanders onze Melkweg zien.

NASA lanceerde in 1977 twee ruimtesondes: de Voyager-sondes. Inmiddels zijn deze al zeer ver weg. Zo ver zelfs dat ze de zon nog maar als een klein stipje zien. De afstand tot de zon is momenteel zo groot, dat de zon steeds minder invloed heeft op de ruimtesondes. Hierdoor kunnen wetenschappers onze Melkweg vanuit het oogpunt van buitenstaanders bestuderen. Toch is het niet zo dat de Voyagers onze Melkweg hebben verlaten. Dit kan nog miljoenen jaren duren.

Straling
Door de grote afstand tot de zon komen er interessante resultaten binnen. Zo hebben wetenschappers dankzij de sondes voor het eerst een soort straling die uit de Melkweg komt zetten, kunnen meten. De straling is niet nieuw: onderzoekers zagen deze eerder ook al uit andere sterrenstelsels komen.

Foto

Bekijk hier een prachtige foto van botsende sterrenstelsels.

Afstand
De straling – Lyman-alfastraling – is pas waar te nemen als men er afstand van neemt. En dat hebben de Voyagers gedaan: ze bevinden zich inmiddels op enorme afstand van de zon. Dankzij deze afstand kunnen ze Lyman-alfastraling onderscheiden van de straling van de zon, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science.

Wetenschappers zijn blij met de metingen van de sondes. Voor het eerst hebben we straling die we eerder enkel bij verre sterrenstelsels konden waarnemen, ook bij ons eigen sterrenstelsel gemeten. En dat biedt heel veel mogelijkheden. De straling kan namelijk heel veel vertellen over de vorming van nieuwe sterren. We wisten nieuwe sterren in ons eigen sterrenstelsel altijd al goed te vinden. Nu we ook een beeld hebben van de straling kunnen onderzoekers modellen ontwikkelen die het verband tussen de straling en nieuwe sterren in kaart brengen. En dat model kan dan ook op verre sterrenstelsels worden losgelaten. Mogelijk kunnen we dan door het meten van de straling meer zeggen over de sterren in het sterrenstelsel.