Terwijl we allemaal veilig willen blijven, de wetenschap naarstig naar antwoorden zoekt en politici ons op het hart drukken de regels te volgen, zouden we onze vrijheid wel eens te makkelijk het raam uit kunnen gooien.

We houden netjes afstand, gaan braaf niet meer de straat op als we niet hoeven, onderdrukken iedere kriebel in de keel en schudden verontwaardigd het hoofd als politie clubjes jeugd het park en het strand af jaagt. De onverlaten! Maar doen we eigenlijk wel goed aan al deze burgerlijke gehoorzaamheid?

Democratie buiten spel
Filosoof Boris van Meurs, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen maakt zich in ieder geval zorgen. “Ook om deze crisis, maar niet alleen maar deze crisis. Hoe gaan we om met grote ontwrichting van de maatschappij? We vinden het normaal dat bepaalde partijen de macht naar zich toe trekken en verstrekkende beslissingen maken die de normale besluitvorming omzeilen. De democratie wordt buiten spel gezet en de staat heeft een veel grotere macht dan we dachten.”


“Enkele jaren geleden waren we juist bang dat de Nederlandse staat niet zoveel in de melk te brokkelen meer had. We waren vooral bang voor de macht van de grote bedrijven en het verenigd politiek Europa. Nu zien we dat de staat veel meer machtsmiddelen heeft, dan we ons voorstelden. Het uitroepen van de noodtoestand, of die nu wel of niet gerechtvaardigd is, is een politiek ingrijpende keuze, die machthebbers veel opties schenkt.”

Alle bevoegdheden naar één machthebber
Het gaat Van Meurs daarbij niet om specifieke maatregelen en de effectiviteit ervan. “In dit geval, vind ik het persoonlijk een goed besluit. Als de Nederlandse staat niet had ingegrepen hadden de gevolgen desastreus kunnen zijn, stel je voor dat politie-agenten bijvoorbeeld massaal ziek zouden worden. Dan heb je geen orde en handhaving meer in een maatschappij. Maar eigenlijk draait het niet om wat ik ervan vind. Of wat we er allemaal van vinden. Het gaat erom dat er in crisissituaties los van de democratie besloten kan worden. Als de crisis maar groot genoeg is, zal er altijd één partij overblijven met soevereine macht, die de bevoegdheden in handen blijkt te hebben. We moeten altijd alert blijven in hoeverre de staat zulke situaties gebruikt om haar bevoegdheden uit te breiden, ook ná zo’n crisis.”

“Het opgeven van vrijheid mag geen automatisme zijn”

Bewustwording van vrijheid
Een kant en klare oplossing is er dan ook niet, volgens Van Meurs. “Als burgers moeten we natuurlijk wel goed blijven nadenken over welke vrijheden we wanneer willen opgeven. Het opgeven van vrijheid mag geen automatisme zijn. Tegelijkertijd zien we nu misschien ook hoe sterk we vrijheid associëren met beheersing en controle van de wereld om ons heen. Maar nu blijkt dat we de wereld nooit helemaal zullen beheersen. Al onze drang om infrastructuur, techniek en natuur onder controle te houden, heeft ervoor gezorgd dat dit virus handig gebruik kon maken van deze door ons gecontroleerde techniek en infrastructuur. Onze voorspelbare wereld is daarmee een heel onvoorspelbare geworden. Juist door de omvang van onze netwerken en infrastructuren. Maar hoe moeten we dan nadenken over onze vrijheid en veiligheid, als we telkens kwetsbaar worden door onze pogingen om de wereld te beheersen?”


Schijnveiligheid van de controle
Vrijheid en veiligheid zit volgens de Nijmeegse filosoof dan ook niet zozeer in het dichttimmeren van situaties. “Dat levert alleen maar schijnveiligheid op. Mijn onderzoeksgebied is een andere crisis, de klimaatcrisis. Daar zie je dezelfde principes terug. We wilden ons indekken tegen voedselschaarste en de natuurlijke voedselvoorziening voorspelbaarder maken, een bepaalde hoeveelheid voedsel kunnen garanderen. Die controle leidde tot uitputtingsslagen voor landbouwgronden en plagen. Dus nu hebben we klimatologische problemen die ons weer op een heel ander niveau bedreigen en een gevaar voor ons vormen.”

Virus maakte gebruik van onze netwerken
Onze respons op gevaar is dit gevaar te willen controleren, de zaken dichttimmeren. Misschien moeten we kijken naar de mogelijkheden om opties juist open te laten. Wij ervaarden een hele harde grens tussen natuur en cultuur, tussen mens en dier, wetenschap en politiek. Dit virus heeft eigenlijk wel duidelijk gemaakt dat die grenzen er niet zijn. We staan helemaal niet boven of buiten de infrastructuren die we gebouwd en gecontroleerd hebben. We zijn verbonden met die infrastructuur, maken deel uit van het systeem dat het virus nu ook gebruikt.”

“Als het gaat om vrijheid, dan denken we aan de mogelijkheid om individuele keuzes te maken. Maar vrijheid is veel meer”

Van Meurs benadrukt dat we, juist nu, misschien moeten denken aan andere definities van vrijheid. “Als het gaat om vrijheid, dan denken we aan de mogelijkheid om individuele keuzes te maken. Maar vrijheid is veel meer. Het is belangrijk om naast controle, ook verbondenheid te gaan koppelen aan vrijheid. We weten namelijk nu dat we als mensen hopeloos verbonden zijn met onze eigen techniek, maar ook met andere dingen zoals virussen. Misschien kunnen we te rade gaan bij denkers zoals Spinoza, voor wie vrijheid samenhangt met het ontwikkelen van een wijder perspectief op de wereld om ons heen. De mens staat daarin nooit boven de natuur. Vrijheid is, dat doen wat past bij onze essentie, vindt Spinoza bijvoorbeeld. Als je meer kennis opdoet over jouw omgeving, iets beter begrijpt, kan dat ontzettend bevrijdend zijn. De grote uitdaging is dan wel, hoe je van zo’n vrijheid van denken, naar een vrijheid om te doen gaat.”

Terwijl de coronacrisis ons noopt tot lezen en verdiepen, doen we dus in ieder geval bevrijdende ervaringen op, vanachter onze geraniums, op afstand en hooguit met zijn tweeën.