Samen met poolonderzoeker Jan Lenaerts van de Universiteit Utrecht buigen we ons over de laatste satellietmetingen: “Ik vind het zorgwekkend.”

Op Twitter circuleert het grafiekje dat je hieronder ziet. We lieten het zien aan dr. Jan Lenaerts, poolonderzoeker aan de Universiteit Utrecht en vroegen hem om een reactie. “Het grafiekje laat de som van het oppervlak van het zee-ijs op de Noord- en Zuidpool zien,” zo vertelt hij aan Scientias.nl. Elk gekleurd lijntje staat voor een ander jaar en de grafiek gaat terug tot 1979. “Het jaar waarin de satellietmetingen begonnen.” Twee lijntjes springen er duidelijk uit. En dat zijn de lijntjes uit 2016 (en dan met name het einde van het jaar) en het nog korte lijntje uit 2017. “De hoeveelheid zee-ijs ligt in deze periodes duidelijk onder de hoeveelheid zee-ijs in de periodes daarvoor.”

Kanttekening
Lenaerts noemt het grafiekje – gebaseerd op gegevens van het National Snow and Ice Data Center – “interessant”, maar wil er wel een belangrijke kanttekening bij plaatsen. “Ik heb wel enig bezwaar tegen deze aanpak,” vertelt hij. In de grafiek wordt het zee-ijs op de Noord- en Zuidpool bij elkaar opgeteld. “En dat is best gevaarlijk, omdat de dynamiek van beide gebieden heel anders is. Zo is het momenteel winter op de Noordpool en zomer op de Zuidpool. De gebieden reageren dus niet hetzelfde.”

Antarctica
Het is iets om in het achterhoofd te houden, maar maakt het grafiekje niet minder interessant, zo benadrukt Lenaerts. Want de grafiek brengt een zorgwekkende ontwikkeling in beeld. “Tot september/oktober 2016 smolt het zee-ijs in het Noordpoolgebied,” vertelt Lenaerts. “Normaal gesproken wordt dat echter gecompenseerd door aangroei van zee-ijs op het zuidelijk halfrond.” Maar de grafiek laat zien dat dat dit jaar niet het geval was. “We zien de grafiek in september/oktober ook naar beneden gaan. En daarmee onderscheidt het lijntje zich duidelijk van de jaren ervoor.”

Nog meer dalen
En ook het lijntje van 2017 komt ver onder de lijntjes van de andere jaren uit. En het lijntje gaat waarschijnlijk nog verder dalen, denkt Lenaerts. “Normaal gesproken neemt de hoeveelheid zee-ijs op het noordelijk halfrond toe,” vertelt hij. De winter is hier immers ingevallen. Ondertussen is het zomer op Antarctica en neemt het zee-ijs aldaar dus af. Die afname gaat echter sneller dan de toename van het zee-ijs in het Noordpoolgebied. “Dus naar verwachting gaat dat rode lijntje (dat symbool staat voor de ontwikkelingen in 2017, red.) nog verder dalen. Temeer omdat de toename van het zee-ijs op het noordelijk halfrond abnormaal verloopt. Zo was er deze week in het Arctisch gebied nog een zware storm die de aangroei van zee-ijs belemmert.”

“De opwarming lijkt in een sneltreinvaart grip te krijgen op het Arctisch gebied”

Een duizenden jaren oud record verbroken?
Nog niet eerder zagen satellieten zo weinig zee-ijs op de poolwateren rusten als dit jaar. Op Twitter stellen verschillende deskundigen – waaronder meteoroloog Eric Holthaus – zelfs dat het al duizenden jaren geleden is dat er zo weinig zee-ijs op aarde te vinden was. “Dat is een onzekere uitspraak,” stelt Lenaerts. Hij wijst erop dat we simpelweg niet met zekerheid kunnen zeggen hoeveel zee-ijs er duizenden jaren geleden op de polen te vinden was. We kunnen daar aan de hand van ijskernen wel een voorzichtige schatting van maken, maar die ijskernen vertellen ons niet heel precies van jaar tot jaar hoeveel zee-ijs op de polen rustte. Dat gezegd hebbende, moet Lenaerts wel concluderen dat het erop lijkt dat de huidige metingen lager uitvallen dan de reconstructies van de hoeveelheid zee-ijs in de afgelopen millennia. Maar: “de stelling dat er al duizenden jaren op rij niet zo weinig zee-ijs heeft gelegen als nu is niet te verwerpen, noch hard te maken,” zo benadrukt Lenaerts.

Sneeuwbaleffect

Klimaatverandering heeft een sneeuwbaleffect. En dat zien we met name op de Noordpool heel goed. Zee-ijs heeft een isolerende werking: het voorkomt dat de oceaan zijn warmte af kan geven aan de atmosfeer. Wanneer de temperaturen stijgen, neemt de hoeveelheid zee-ijs af, waardoor de oceaan meer warmte af kan geven aan de atmosfeer en de temperaturen nog sneller stijgen.

Zorgwekkend
Over de vraag of de laatste satellietmetingen zorgwekkend zijn, kan Lenaerts kort zijn. “Dit is zeker reden tot zorg. Je moet bedenken dat we hier met twee aparte systemen te maken hebben. Op het noordelijk halfrond zagen we het zee-ijs het afgelopen jaar snel smelten. En sinds het zee-ijsminimum (de minimale hoeveelheid zee-ijs die aan het eind van de zomer op het noordelijk halfrond werd gemeten, red.) is het in het Noordpoolgebied zo ontzettend warm. Dat is ongelofelijk. We hebben het over temperaturen die 15 en soms wel 20 graden hoger liggen dan normaal.” Het moge duidelijk zijn: dat zijn geen ideale temperaturen voor de aangroei van zee-ijs. “Het lijkt erop dat we een bepaald mechanisme in gang hebben gezet dat de opwarming versterkt (zie kader). De opwarming lijkt in een sneltreinvaart grip te krijgen op het Arctisch gebied.” En dan is er dat andere systeem nog: de Zuidpool. “Jarenlang was het voor sceptici hét argument tegen klimaatverandering: het feit dat de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica niet afnam. En nu is het ineens allemaal anders.” Waarom? Dat kunnen onderzoekers nog niet goed verklaren. “Waarschijnlijk is het te wijten aan een combinatie van een versterkte mondiale opwarming en natuurlijke fluctuaties,” vertelt Lenaerts. “De Zuidpool wordt beïnvloed door tropische systemen, zoals El Niño en El Niña. Zij kunnen een groot effect hebben op het zee-ijs.” Of dat verklaren kan wat we nu op de Zuidpool zien gebeuren, wordt nog onderzocht.

“Op algemeen niveau is dit echt zorgwekkend,” onderstreept Lenaerts nog eens. “De veranderingen die we nu op de Noord- en Zuidpool zien, gaan sneller dan onze modellen voorspellen.” Het suggereert dat de opwarming (wellicht door toedoen van feedback-mechanismen zoals we die in het kader hierboven beschrijven, red.) versnelt. Lenaerts onderschrijft dat: “Ik ben bang dat het klimaat in een spiraal aan het trekken is.”