De twee mannen overleefden de eerste stadia van de eruptie, maar wisten vervolgens niet aan de tweede pyroclastische stroom te ontkomen.

In het jaar 79 na Christus verwoestte de uitbarsting van de Vesuvius de Romeinse oude stad Pompeii. Duizenden mensen kwamen om en werden – misschien nog voor ze goed en wel beseften wat er gaande was – met een dikke laag as en lava bedekt. De tragische gebeurtenis spreekt tot op de dag van vandaag enorm tot de verbeelding. En in de loop van de jaren zijn onderzoekers gestuit op goed bewaard gebleven menselijke resten, fresco’s en voedsel dat niet zelden nog gewoon op tafel stond. Onderzoekers onthullen nu in een studie wederom een aangrijpende vondst. Want archeologen hebben tijdens opgravingen twee nieuwe slachtoffers gevonden die tijdens de beroemde eruptie het leven lieten.

Meer over de uitbarsting van de Vesuvius
Door de uitbarsting van de vulkaan de Vesuvius werden de nabijgelegen steden Pompeii en Herculaneum bedolven onder een dikke laag as en lava. Duizenden mensen kwamen om. De vulkaanuitbarsting is de geschiedenisboeken gegaan als één van de meest bekende erupties aller tijden. En niet in de laatste plaats omdat de dikke laag as en lava ervoor gezorgd heeft dat alles eronder vrijwel perfect bewaard is gebleven. Tijdens opgravingen blootgelegde gebouwen en taferelen – zoals in de zogenoemde Tuin der vluchtelingen in Pompeii, waar dertien slachtoffers zijn teruggevonden, die samen, ineengedoken en tevergeefs beschutting zochten tijdens de eruptie – wekken de indruk dat de tijd hier heeft stilgestaan. En dat is in zekere zin ook zo; alles is er nog zoals het er op die ene, fatale dag in het jaar 79 was. In beide steden worden tot op de dag van vandaag dan ook veel interessante vondsten gedaan die ons een uniek inkijkje geven in hoe de Romeinen in die tijd woonden, werkten en leefden. Het is het unieke verhaal van een nietsontziende eruptie die duizenden levens verwoestte, maar er tegelijkertijd voor zorgde dat mensen en hun leefomgeving vereeuwigd werden.

Archeologen waren aan het werk in een grote villa in Civita Giuliana gelegen aan de rand van Pompeii toen ze op de twee onfortuinlijke slachtoffers stuitten. De twee lichamen werden gevonden onder een zeker twee meter dikke aslaag in een kamer onder de villa die naar de bovenverdieping leidde.

De slachtoffers
Het eerste lichaam behoort toe aan een jonge man die tussen de 18 en 25 jaar oud en zo’n 1,56 meter lang was. De onderzoekers troffen hem liggend op zijn rug, met gekanteld hoofd en blootliggende tanden en schedel aan. Opmerkelijk genoeg blijkt hij gekneusde ribben te hebben; ongebruikelijk bij een jonge man van zijn leeftijd. Dit zou er dan ook op kunnen wijzen dat hij zwaar werk verrichtte en mogelijk slaaf was. Het tweede slachtoffer – ook een man – werd tevens op zijn rug, maar in een iets anders houding gevonden. Zijn armen liggen op zijn borst, hij heeft zijn benen gespreid en knieën gebogen. Waarschijnlijk was hij tussen de 30 en 40 jaar oud en zo’n 1,62 meter lang toen hij overleed. Dit slachtoffer droeg ingewikkeldere kledij in vergelijking met de ander, waardoor de onderzoekers denken dat het hier om een welgestelde man gaat.

Pyroclastische stroom
De onderzoekers denken dat de twee mannen aan de eerste stadia van de eruptie, bestaande uit een regen van puimsteen, zijn ontsnapt maar vervolgens plotseling stierven tijdens de zogenoemde tweede pyroclastische stroom; een golf bestaande uit vaste of half vloeibare lava, gas, rotsen en as. Deze trof Pompeii en het omliggende gebied de volgende ochtend en leidde bij veel overlevenden, die nog steeds in de stad en op het platteland aanwezig waren, alsnog tot de dood. Deze tweede stroom ging vooraf aan een korte periode van rust – misschien hooguit een halfuur – waarin vele overlevenden hun woningen verlieten in een vergeefse poging zichzelf te redden.

Genadeloos
De pyroclastische stroom sloeg snel en genadeloos toe. Hierdoor stortte de eerste verdiepingen van vele huizen in en werden de slachtoffers verrast toen ze probeerden te ontsnappen aan de verstikkende as. De onderzoekers denken in dit geval dat de pyroclastische stroom door verschillende openingen de kamer van de twee aangetroffen slachtoffers in vloeide. Hierdoor werden ze vervolgens onder een dikke laag as begraven.

Om de twee lichamen te openbaren, maakten de onderzoekers zogenoemde afgietsels. Hierbij worden de skeletten verwijderd en de achtergebleven holtes volgegoten met gips, waardoor archeologen de precieze vormen van de lichamen van slachtoffers aan het licht kunnen brengen. Op die manier zijn er al vele onfortuinlijke slachtoffers ontdekt en is er ook al eerder een heus paard aangetroffen. Dit paard is de boeken ingegaan als één van de weinige in Pompeii teruggevonden dieren waarvan een gipsen afgietsel is gemaakt.