Door de zon ingegeven ‘superstormen’ waarvan wij de gevolgen ondervinden, blijken gemiddeld zelfs één keer in de 25 jaar voor te komen.

Onze aarde wordt omringd door een magnetisch veld dat ons onder meer beschermt tegen de grillen van de zon. Maar heel soms schiet dat aardmagnetisch veld tekort. Dat kan gebeuren als er sprake is van een samenloop van omstandigheden die leidt tot een extreme, op de aarde gerichte, uitbarsting op de zon. Kleine stormen komen vaak voor, maar soms treden er ook grotere stormen op die een aanzienlijke impact kunnen hebben. Maar hoe vaak kunnen we dit soort stormachtig ruimteweer eigenlijk verwachten?

Superstormen
Onderzoekers besloten het fenomeen in een nieuwe studie gepubliceerd in het vakblad Geophysical Research Letters te bestuderen. Want als superstormen optreden, kunnen ze elektronica, de luchtvaart, satellietsystemen en communicatie verstoren. “Superstormen zijn zeldzame gebeurtenissen,” zegt onderzoeksleider Sandra Chapman. “Maar door te schatten hoe vaak ze acte de présence geven, kunnen we op tijd belangrijke maatregelen nemen die de infrastructuur beschermen.” Het team besloot terug te gaan in de tijd. Door gegevens over het magnetische veld te analyseren, hebben wetenschappers superstormen die zich in de afgelopen 150 jaar hebben voorgedaan, in kaart gebracht. “In de studie maakten we gebruik van een nieuwe methode om historische gegevens te analyseren om op die manier een beter beeld te krijgen van de kans dat een superstorm op het toneel verschijnt,” aldus Chapman.


Vaker dan gedacht
Uit de bevindingen blijkt dat ‘extreme’ superstormen plaatsvonden in 42 van de 150 bestudeerde jaren. Dat komt neer op zo’n 28 procent. Een ‘grote’ superstorm gaf in het verleden vaker acte de présence en trad op in zes van de 150 bestudeerde jaren, ofwel; eens in de 25 jaar. En dat is eigenlijk best veel. “Ons onderzoek toont aan dat een superstorm vaker voorkomt dan we hadden gedacht,” zegt onderzoeker Richard Horne. “Laat je daarbij niet misleiden door de statistieken; een superstorm kan op elk moment verschijnen. We kunnen op dit moment dus ook niet voorspellen wanneer de volgende optreedt.”

Voorbeelden
Een storm duurt meestal maar een paar dagen, maar kan wel heel vervelend zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld stroomuitval veroorzaken, satellieten uitschakelen, GPS-signalen blokkeren en radiocommunicatie verstoren. De grootste superstorm ooit was waarschijnlijk de Carrington-storm van 1859. Een coronale massa-ejectie raakte toen de aardse magnetosfeer – de invloedssfeer van het magnetisch veld dat de aarde zelf genereert – waardoor deze verstoord raakte. Het leidde tot het uitvallen van de telegraafverbinding tussen Europa en Amerika. En in 1989 zorgde de zon ervoor dat een elektriciteitsnetwerk in Canada werd uitgeschakeld en zo’n zes miljoen mensen meer dan negen uur zonder stroom zaten. In 2012 ontsnapte de aarde ternauwernood aan problemen toen een coronale massa-ejectie de aarde miste en een andere afslag nam.


Het onderzoek biedt ons meer inzicht in de omvang van superstormen in de geschiedenis en geeft ons een idee van hoe vaak ze mogelijk in de toekoms zullen verschijnen. Ook de nieuwe Inouye Solar Telescoop zal daarbij gaan helpen. Want het doel is dat deze telescoop in de toekomst de zon grondig gaat onderzoeken en ook activiteiten op de zon – zoals ruimteweer – onder de loep zal nemen. Het betekent dat de telescoop ons kan helpen om betere voorspellingen te maken van superstormen, zodat we ze hopelijk steeds vaker aan zullen zien komen.