De kans dat we de opwarming tegen het eind van deze eeuw weten te beperken tot 2 graden is slechts 5 procent.

De kans dat de aarde tegen 2100 tussen de 2 en 4,9 graden is opgewarmd, is maar liefst 90 procent. Dat stellen onderzoekers in het blad Nature Climate Change. Ze baseren zich op statistisch onderzoek.

Klimaatakkoord
Een paar jaar geleden zetten regeringsleiders uit alle hoeken van de wereld hun handtekening onder het klimaatakkoord van Parijs. In dat akkoord beloofden de regeringsleiders alles in het werk te stellen om de opwarming van de aarde te beperken. Heel concreet spraken de regeringsleiders af dat de aarde tegen het jaar 2100 niet meer dan 2 graden Celsius warmer mag zijn dan in pre-industriële tijden. De ondertekenaars gingen zelfs nog een stap verder en gaven aan ernaar te streven de opwarming van de aarde tegen het jaar 2100 te beperken tot 1,5 graad Celsius. Maar hoe haalbaar zijn die klimaatdoelen?

De aanpak van het IPCC

In het meest recente rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) wordt op basis van vier scenario’s voorspeld in hoeverre de aarde opwarmt. Die vier scenario’s lopen uiteen van: een scenario waarin we niets doen en onverminderd broeikasgassen blijven uitstoten tot een scenario waarin we de uitstoot rigoureus beperken. “De IPCC gaf duidelijk aan dat deze scenario’s geen voorspellingen waren,” stelt onderzoeker Adrian Raftery. “Het grote probleem met scenario’s is dat je niet weet hoe waarschijnlijk ze zijn en of ze het volledige scala aan mogelijkheden benoemen of slechts een paar voorbeelden zijn. Wetenschappelijk gezien was deze aanpak niet heel bevredigend.” En daarom pakken Raftery en collega’s het anders aan: zij kijken naar factoren die ten grondslag liggen aan de uiteenlopende scenario’s die er omtrent de toekomstige uitstoot van broeikasgassen zijn.

BBP
Daarover hebben Amerikaanse onderzoekers zich nu gebogen. De onderzoekers richtten zich daarbij op drie factoren die ten grondslag liggen aan de uiteenlopende scenario’s die er zijn omtrent toekomstige uitstoot van broeikasgassen: het aantal mensen op aarde, het bruto binnenlands product per hoofd en de emissie-intensiteit (hoeveel CO2 er voor elke dollar aan economische activiteit wordt uitgestoten). De onderzoekers voorspellen de ontwikkelingen die deze verschillende factoren de komende jaren door gaan maken in op basis van de ontwikkelingen die deze de afgelopen 50 jaar ondergingen. En op basis daarvan kunnen ze dan weer meer zeggen over de toekomstig uitstoot en opwarming. En het plaatje is weinig rooskleurig.

De resultaten
“Onze analyse laat zien dat het doel van 2 graden een best-case scenario is,” stelt onderzoeker Adrian Raftery. “Het is haalbaar, maar alleen met enorme, constante inspanningen op alle fronten over de komende tachtig jaar (…) Onze analyse is in lijn met eerdere schattingen, maar wijst uit dat de meest optimistische projecties waarschijnlijk geen doorgang gaan vinden.”

Volgens de onderzoekers is de kans dat de aarde tegen het jaar 2100 2 graden of minder is opgewarmd, slechts vijf procent. De kans dat we de opwarming tegen 2100 weten te beperken tot hooguit 1,5 graad is slechts 1 procent. En er is een 90 procent kans dat de aarde tegen het eind van de eeuw tussen de 2 en 4,9 graden is opgewarmd.

De belangrijkste factor
De onderzoekers kijken in deze studie naar drie factoren die ten grondslag liggen aan de uiteenlopende scenario’s die er zijn omtrent toekomstige uitstoot van broeikasgassen: het aantal mensen op aarde, het bruto binnenlands product per hoofd en de emissie-intensiteit (hoeveelheid CO2 er voor elke dollar aan economische activiteit wordt uitgestoten). Welke van deze factoren is nu het belangrijkst met het oog op de toekomstige opwarming van de aarde? Misschien acht je de omvang van de wereldbevolking belangrijk, maar dan zit je ernaast. Naar verwachting blijft de wereldbevolking groeien, maar die groei heeft een beperkte impact op de toekomstige opwarming van de aarde, omdat de groei voornamelijk plaatsvindt in Afrika, waar relatief weinig fossiele brandstoffen worden gebruikt. Veel belangrijker is de emissie-intensiteit. Deze neemt de laatste decennia af doordat landen efficiënter gaan produceren en maatregelen treffen om hun uitstoot terug te dringen. De snelheid waarmee die emissie-intensiteit in de komende decennia af blijft nemen, blijkt cruciaal te zijn voor het bepalen van de opwarming waar de aarde in 2100 mee te maken heeft.