In de buurt van Almere verrijst vanaf deze zomer een 100 huizen tellend volledig zelfvoorzienend dorp. Het is een pilot, maar als het aan de initiatiefnemers ligt, tevens de toekomst.

“We gaan een niet op het elektriciteitsnetwerk aangesloten buurt bouwen die organisch voedsel verbouwt, schoon water en hernieuwbare energie genereert,” vertelt James Ehrlich, oprichter van ReGen Villages, de organisatie achter het ‘eco-dorp’, aan Scientias.nl. “Wij denken dat we een prachtig stuk akkerland kunnen gebruiken om 100 families te huisvesten en meer organisch voedsel, water, energie en afvalvermindering te realiseren dan zou zijn gelukt als we die grond enkel als landbouwgrond of voor permaculturele doeleinden zouden gebruiken.”

Gedreven door problemen
Het is een ambitieus plan waar Ehrlich en zijn collega’s – ondersteund door de lokale Nederlandse autoriteiten – vol voor willen gaan. Ze zien het als het antwoord op dreigende en reeds actuele problemen wereldwijd. Eén zo’n probleem is de verstedelijking. Vandaag de dag leeft ongeveer de helft van de wereldbevolking in steden. Naar verwachting zullen de komende 50 jaar nog eens 2,5 miljard mensen naar de stad trekken. Hierdoor neemt de vraag naar schoon water, energie en voedsel in de stad toe, terwijl tegelijkertijd de grondprijzen stijgen. Een buurt die zichzelf kan voorzien van voedsel, energie en water kan dan een fantastische oplossing zijn. Een tweede probleem dat de initiatiefnemers aandrijft, is klimaatverandering. Vaak wordt er met het oog op de opwarmende aarde met een opgeheven vinger gewezen naar de industrie, maar ook de landbouw draagt een flink steentje bij aan de klimaatverandering. “Vandaag de dag besteden we 40 procent van het oppervlak van onze continenten voor het produceren van voedsel,” stelt Sinus Lynge, mede-oprichter van EFFEKT, het architectenbureau dat ReGen Villages hielp bij het ontwerp van het ‘eco-dorp’. “Voedselproductie is de grootste bron van broeikasgassen, de drijvende kracht achter ontbossing en verantwoordelijk voor 70 procent van de zoet water-consumptie. We verschepen ons voedsel van de ene kant van de wereld naar de andere en verspillen 30 procent van de totale productie nog voor consumptie. En nog steeds gaat een zevende van de wereldbevolking hongerig naar bed. We moeten met betere modellen komen en ReGen is er één van.”

De woonhuizen staan in een kring om de kassen waarin voedsel wordt geproduceerd heen.

De woonhuizen staan in een kring om de kassen waarin voedsel wordt geproduceerd heen.

Voedsel
Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat het dorp dat straks nabij Almere verrijst zelf aan de vraag naar voedsel voldoet. Daartoe wordt er onder meer gebruik gemaakt van vertical farming en aquaponics. Aquaponics is een methode om voedsel te verbouwen waarbij de teelt van waterdieren gecombineerd wordt met het telen van gewassen. Uitwerpselen van vissen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om planten van voedsel te voorzien. Vertical farming en aquaponics hebben meerdere voordelen. Zo is er weinig ruimte en veel minder water nodig om voedsel te verbouwen. En doordat het voedsel in het dorp zelf wordt geproduceerd, zijn er ook geen vervuilende transportmiddelen nodig om het bij de consument af te leveren.

Wat direct opvalt, is dat de huizen omringd worden door glas. Zo wordt volgens Ehrlich de periode in het jaar waarin gewassen verbouwd kunnen worden, verlengd.

Wat direct opvalt, is dat de huizen omringd worden door glas. Zo wordt volgens Ehrlich de periode in het jaar waarin gewassen verbouwd kunnen worden, verlengd.

Energie
Ook is het de bedoeling dat het dorp zijn eigen energie opwekt. Daartoe wordt onder meer gebruikt gemaakt van windmolens en aardwarmte. De huizen zijn vanzelfsprekend zeer energiezuinig en wekken middels zonnepanelen ook zelf energie op. Bovendien zijn ze in een soort broeikas geplaatst die de lucht ’s winters voorverwarmt en het seizoen waarin planten en gewassen groeien en bloeien verlengt.

Een kijkje in de 'kas' die de woonhuizen omringt.

Een kijkje in de ‘kas’ die de woonhuizen omringt.

Afval
Al het afval dat in het dorp wordt geproduceerd, wordt zo veel mogelijk lokaal hergebruikt. Groenafval kan bijvoorbeeld gevoerd worden aan vliegen die weer op het menu staan van de vissen in de vertical farm en de uitwerpselen van die vissen bevatten weer voedingsstoffen voor gewassen. Afval dat niet composteerbaar is, wordt naar de biogas-reactor gebracht en dus omgezet in energie. De output van het ene systeem is dus de input van het andere. En zo ontstaat een dorp dat zichzelf wel redden kan. “Ons doel is een gedijende gemeenschap waarin mensen weten dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over hun voedsel, water, energie en afval,” stelt Ehrlich. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar het kan echt, zo benadrukt Lynge. De technologieën zijn er al, het is simpelweg een kwestie van deze combineren en slim toepassen.

Niet zo groot
Als je het zo hoort, wordt het een enorm dorp: 100 gezinnen, broeikassen, vertical farms en aquaponics, een biogas-reactor, hernieuwbare energiebronnen, enzovoort. Maar het dorp is verrassend klein. Want als je slim omgaat met de nieuwste technologieën heb je maar heel weinig ruimte nodig, zo illustreert ReGen Villages. Een gemiddeld gezin in Denemarken – de thuishaven van ReGen Villages – woont op een lap grond die zo’n 1400 m2 groot is. Het huis neemt zo’n 139 m2 in beslag. Die ruimte wordt echter in principe – op misschien een moestuintje na – alleen gebruikt om te wonen. In het eco-dorp nabij Almere heeft een gezin dat bestaat uit vier personen en dat volledig zelfvoorzienend wil zijn, genoeg aan 639 m2. Het huis neemt 120 m2 in, de broeikas 40 m2, aquaponics vraagt – om vier mensen van voedsel te voorzien – om 300 m2, het moestuintje om 100 m2, het vee om 25 m2 en de zonnecellen en wateropslag vragen respectievelijk om 34 m2 en 20 m2. Een zelfvoorzienend dorp met 75 tot 100 inwoners heeft slechts iets meer dan 15000 m2 nodig.

Vertical farming en aquaponics worden hier gecombineerd.

Vertical farming en aquaponics worden hier gecombineerd.

2017
De bouw van het slim vormgegeven dorp begint deze zomer. Begin 2017 moeten de eerste huizen worden opgeleverd en in het najaar van 2017 is het dorp klaar, zo hopen de initiatiefnemers. “We hebben ons deze ambitieuze doelen gesteld, omdat de planeet de status-quo niet langer kan tolereren.”

En daarna?
Natuurlijk zal één zo’n dorpje niet direct het verschil gaan maken. Maar het is dan ook een pilot. Als de resultaten positief zijn, zullen dergelijke dorpen ook verrijzen in Zweden, Noorwegen, Denemarken en Duitsland. En daarna hopen de initiatiefnemers het dorp ook naar drogere en warmere gebieden te brengen, zoals India, Afrika en Azië.

Een dorp dat helemaal op eigen benen staat: als het aan de initiatiefnemers ligt, zien we ze straks op tal van plekken verrijzen en tegenwicht bieden aan de hang naar de stad.

Een dorp dat helemaal op eigen benen staat: als het aan de initiatiefnemers ligt, zien we ze straks op tal van plekken verrijzen en tegenwicht bieden aan de hang naar de stad.

Maar zitten mensen – of dat nu in Azië of nabij Almere is – echt te wachten op zo’n eco-dorp? Ehrlich denkt van wel. “Ik denkt dat mensen willen wonen in een huis dat voor hen werkt, in een gemeenschap waar ze deel van uitmaken en zich niet gedistantieerd van voelen.” En het lijkt erop dat hij gelijk heeft. “We hebben in de afgelopen vier dagen al meer dan 3000 mails gehad van mensen die geïnteresseerd en enthousiast zijn over het leven in het dorp en veel van deze mensen wonen al in Nederland of zijn bereid om te verhuizen.”