De uitstoot van de branden alleen wordt geschat op 400 megaton CO2.

Dat blijkt uit gegevens van de Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS). De organisatie houdt – met behulp van satellieten – nauwlettend in de gaten hoe de branden zich ontwikkelen en welk effect ze op de atmosfeer hebben.

Bomen
De branden leiden onder meer tot een flinke uitstoot van CO2. Het is te herleiden naar vegetatie die reeds aan het vuur ten prooi is gevallen. Denk bijvoorbeeld aan bomen in uitgestrekte bossen. De bomen in deze bossen hebben jarenlang CO2 opgeslagen en wanneer ze door het vuur verteerd worden, komt al die opgeslagen CO2 vrij. Inmiddels zou het volgens CAMS gaan om meer dan 400 megaton CO2. Ter vergelijking: in 2018 stootte Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek in een jaar tijd grofweg 190 megaton CO2 uit.


Als we naar de door branden veroorzaakte CO2-uitstoot van heel Australië kijken, is deze niet veel hoger dan eerdere zomers. Maar de uitstoot van New South Wales ligt wel veel hoger dan anders. Hier woeden sinds begin september bijzonder veel branden en door hoge temperaturen en krachtige winden is het bestrijden ervan lastig. En juist in deze staat zien we veel branden woeden in bossen. Er komt niet alleen veel CO2 bij vrij, maar zorgt er ook voor dat de toekomstige opslag van CO2 beperkt wordt. Want – in tegenstelling tot veel andere vegetatie – hebben bomen behoorlijk wat tijd nodig om te groeien. En dus duurt het lang voor bossen weer hersteld zijn en net zoveel CO2 op kunnen nemen als vóór de branden het geval was.

Vicieuze cirkel
Het is zeker niet ongebruikelijk dat er gedurende de Australische zomer branden uitbreken, maar dit jaar zijn ze uitzonderlijk omvangrijk en lastig te bestrijden. Het wordt door veel onderzoekers direct in verband gebracht met het veranderen van het klimaat. “De gemiddelde temperaturen in Australië zijn gestegen,” zo vertelde Andrew Gissing, expert in nood- en risicobeheer en verbonden bij het Bushfire and Natural Hazards CRC eerder aan Scientias.nl. Zo gaat de periode tussen januari en november de boeken in als de op één na warmste en droogste periode ooit en creëert deze de perfecte omstandigheden voor de omvangrijke en bijna niet te bestrijden branden die momenteel in Australië woeden. En het geeft ons een luguber inkijkje in wat Australië in een verder opwarmende wereld te wachten staat. Volgens Gissing kent Australië nu al meer brandgevoelige dagen dan voorheen en duurt het brandseizoen langer. “Naar verwachting zullen deze trends zich doorzetten als gevolg van klimaatverandering.” Klimaatverandering geeft de branden in Australië dus een duwtje in de rug. En tegelijkertijd stimuleren de branden – middels de CO2-uitstoot – de opwarming van de aarde. Het is een vicieuze cirkel, zo merkte onze redacteur Vivian Lammerse in gesprek met Gissing eerder al op. “Naarmate het aantal branden toeneemt, neemt ook de uitstoot van broeikasgassen toe. En dit draagt bij aan de opwarming van de aarde en het optreden van extreme weersomstandigheden zoals grote droogte.”

Luchtvervuiling en gletsjers
De branden hebben niet alleen invloed op de CO2-concentratie in de atmosfeer. Ze tasten ook de luchtkwaliteit aan, zo blijkt uit gegevens van CAMS. Zo komt er enorm veel rook vrij. Eerder deze maand zelfs genoeg om een gebied van ongeveer 20 miljoen vierkante kilometer mee te bedekken. In andere woorden: genoeg om heel Rusland en een derde van Europa onder verscholen te laten gaan. De rook waait in verschillende richtingen, zo onthullen satellietbeelden. Een deel blijft boven Australië hangen, maar ook Nieuw-Zeeland ondervindt er veel hinder van. Het effect van die rook reikt mogelijk verder dan een aantasting van de luchtkwaliteit. Zo zijn er al berichten dat met roetdeeltjes gevulde lucht ervoor zorgt dat Nieuw-Zeelandse gletsjers bruin kleuren. Het zou zomaar kunnen leiden tot extra smelt. Want normaliter zijn gletsjer heel licht van kleur. Het betekent dat ze behoorlijk wat zonlicht (en warmte) reflecteren. Anders wordt dat als ze – bijvoorbeeld door de afzetting van roetdeeltjes – donkerder worden. Dan gaan ze zonlicht (en warmte) absorberen. Hierdoor warmen ze op en kunnen ze aan het oppervlak gaan smelten.

Inmiddels is meer dan 5 miljoen hectare land – oftewel een gebied groter dan Kroatië – door het vuur verteerd. De branden hebben velen dakloos gemaakt en zelfs al levens geëist. En terwijl brandweermannen hun leven wagen om de branden een halt toe te roepen, dringt het idee zich op dat het – in een breder perspectief bezien – niet meer dan symptoombestrijding is. Want deze branden zullen in een warmere wereld uiteindelijk hoogstwaarschijnlijk weer terugkeren en zelfs groeien, zolang een belangrijke haard ervan – ons onvermogen om op het hoogste politieke niveau effectieve maatregelen te treffen om de aarde te behoeden voor verdere opwarming – blijft nagloeien.