De aanwijzingen dat luchtvervuiling het coronavirus in de kaart speelt, stapelen zich op.

Het coronavirus heeft wereldwijd toegeslagen, maar niet elk gebied wordt even hard getroffen. Zo zien we in ons eigen land dat Noord-Brabant en Limburg onevenredig hard door het coronavirus zijn getroffen. Er raakten in de provincies relatief veel mensen besmet en ook werden er relatief veel mensen in het ziekenhuis opgenomen en kwamen er relatief veel mensen te overlijden. Al snel werd daarbij de link gelegd met carnaval dat kort voor de eerste coronapatiënt in Nederland werd geïdentificeerd, met name in de onderste regionen van ons land nog uitbundig werd gevierd. Maar dat is waarschijnlijk niet het hele verhaal, zo stellen Britse onderzoekers. Dat het virus in Noord-Brabant en Limburg zo hard toesloeg, is deels waarschijnlijk ook te herleiden naar de slechte luchtkwaliteit aldaar.

Eerdere studies
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers een verband leggen tussen het coronavirus en luchtvervuiling. Zo suggereerden onderzoekers eerder al dat ook het opmerkelijk hoge sterftecijfer in Noord-Italië deels te verklaren is doordat de lucht in dit deel van Italië veel sterker vervuild is dan in de rest van het land. En ook een Amerikaans onderzoek zag een verband tussen luchtvervuiling en ‘COVID-19-hotspots’.


En nu hinten Britse onderzoekers dus op een soortgelijk verband in Nederland. “Onze studie onderscheidt zich van eerdere studies doordat we veel kleinere geografische gebieden hebben gebruikt,” zo vertelt onderzoeker Matthew Cole aan Scientias.nl Waar in de Amerikaanse studie naar een verband tussen luchtvervuiling en COVID-19 onderzoek werd gedaan op het niveau van counties, keken de onderzoekers in Nederland naar individuele gemeenten. “Nederlandse gemeenten zijn duidelijk veel kleiner, wat betekent dat onze data de kenmerken van elke regio veel nauwkeuriger beschrijven.” Bovendien hebben de onderzoekers zich gebogen over data die tijdens vrijwel de gehele eerste besmettingsgolf zijn verzameld. Waar eerdere studies de beschikking hadden over data die tot eind maart of begin april reikten, maakten Cole en collega’s gebruik van data verzameld tot 5 juni. “Hierdoor konden we vrijwel de gehele koers van de epidemie volgen.”

Controlevariabelen
Daarnaast hebben de onderzoekers een groter aantal zogenoemde controlevariabelen gebruikt. Dat betekent dat ze ook hebben gekeken naar andere verklaringen voor het ongebruikelijk hoge aantal besmettingen en sterftes in Brabant. Denk bijvoorbeeld aan het eerder al genoemde carnaval, maar ook naar de gemiddelde leeftijd van de inwoners, de populatiedichtheid, de algehele gezondheid en sociaal-economische factoren zoals inkomen. Maar ook nadat met die variabelen rekening was gehouden, bleef het verband tussen luchtvervuiling en COVID-19 overeind staan. “Onze resultaten leveren overtuigend bewijs van een statistisch significante positieve relatie tussen luchtvervuiling en COVID-19-gevallen, ziekenhuisopnames en sterfte,” zo schrijven de onderzoekers in hun onderzoeksrapport. “Heel specifiek zien we dat een toename van PM2.5-concentraties van 1 microgram per kubieke meter – afhankelijk van het gebruikte model – samenhangt met een toename van 9,4 tot 15,1 COVID-19-gevallen. Dezelfde toename in fijnstof is geassocieerd met een toename van 2,9 tot 4,4 ziekenhuisopnames en een toename van 2,2 tot 3,6 COVID-19-sterftegevallen.”

Veehouderij
De slechte luchtkwaliteit in Noord-Brabant en Limburg is te herleiden naar de intensieve veehouderij in beide provincies, zo schrijven de onderzoekers. “Deze regio’s herbergen meer dan 63 procent van ‘s Neerlands 12 miljoen varkens en 42 procent van de 101 miljoen kippen. Zo’n intensieve veehouderij brengt grote hoeveelheden ammoniak met zich mee, dat een belangrijke bijdrage levert aan de fijnstofconcentraties.” En wanneer we een kaartje met daarop de fijnstofconcentraties naast een kaartje met daarop het aantal COVID-19-gevallen leggen, dan zien we dat in de gebieden waar de fijnstofconcentraties het hoogst zijn ook het aantal besmettingsgevallen het hoogst is.


Geen hard bewijs
Hoewel de aanwijzingen voor een verband tussen het coronavirus en luchtvervuiling sterk zijn, is het geen onomstotelijk bewijs dat vieze lucht het virus in de kaart speelt. Daarvoor zijn heel andere onderzoeken nodig, zo vertelt Cole desgevraagd. “Om bewijs te vinden voor een causaal verband moet je eigenlijk data op individueel niveau gaan verzamelen, zodat je ook de individuele eigenschappen – denk aan leeftijd, onderliggende gezondheidsproblemen, etc. – kent. In een ideale situatie zou je ook een experimentele setting hebben waarbij de mate van luchtvervuiling voor een deel van de proefpersonen verandert (bijvoorbeeld door een beleidsverandering in een specifiek deel van een stad) en dat stelt je dan in staat om de effecten die vervuiling hebben te onderscheiden van andere factoren.”

Plausibel
Het moge duidelijk zijn dat zo’n onderzoek niet zo gemakkelijk op te zetten is. En voor nu blijft er dan ook sprake van een ‘mogelijk verband’ tussen corona en luchtvervuiling. Maar afgaand op de vele observationele studies die in de richting van zo’n verband wijzen, lijkt zo’n verband wel steeds aannemelijker te worden. “Wij geloven dat de statistische verbanden die we we hebben gezien tussen fijnstofconcentraties en COVID-19-data robuust zijn,” zo schrijven Cole en collega’s. “Bovendien zijn die verbanden afgaand op de literatuur die een slechte luchtkwaliteit in verband brengt met luchtwegaandoeningen ook plausibel.”

Het nieuwe onderzoek, uitgevoerd met data verzameld in ons kikkerlandje, is zoals gezegd het zoveelste onderzoek waarin een mogelijk verband tussen luchtvervuiling en COVID-19 wordt aangetoond. Maar de studie bevestigt niet alleen wat eerdere onderzoeken al suggereerden. De studie levert ook nieuwe inzichten op. “Eén van de interessantste kenmerken van deze studie is het feit dat COVID-19-gevallen en fijnstofconcentraties niet het hoogst zijn in de Nederlandse grote steden,” aldus Cole. “Dit betekent dat onze bevindingen niet simpelweg het resultaat zijn van een ‘grote stad-effect’, waarbij er een correlatie wordt gevonden tussen COVID-19 en fijnstof, omdat beiden simpelweg veel in grotere steden voorkomen.” Dat ‘grote stad-effect’ was bijvoorbeeld een reden van zorg in het onderzoek dat aantoonde dat er in grote Noord-Italiaanse steden sprake is van een verband tussen corona en luchtvervuiling. “In Nederland zijn COVID-19-gevallen geconcentreerd in het relatief landelijke zuidoostelijke deel van het land. En dat maakt het nog intrigerender dat we nog steeds een sterke correlatie zien met fijnstof.”