Vooral op het zuidelijk halfrond zijn veranderingen te merken die een grote weerslag hebben op het voedselweb.

In onze atmosfeer zit ozon. De ozonlaag beschermt onze planeet tegen schadelijke ultraviolette straling van de zon. Een belangrijk goedje dus. Maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt duidelijk dat de concentratie ozon in de atmosfeer afneemt. Het is te wijten aan chemische stoffen – zoals de bekende cfk’s – die wij mensen produceren en in de atmosfeer brengen. Vrij snel na de ontdekking van ‘het gat in de ozonlaag’ boven Antarctica werd er actie ondernomen om de productie van stoffen die de ozonlaag aantasten, uit te faseren (zie kader). Maar nu wordt eigenlijk pas duidelijk wat het effect van ‘het gat in de ozonlaag’ precies is op het klimaat.

Montreal Protocol
Ken je het Montreal Protocol nog? In 1987 kwamen overheden samen en zetten hun handtekening onder dit protocol. Het doel: de productie van stoffen die de ozonlaag aantasten – zoals cfk’s – uitfaseren. Het protocol leek te werken. Zo werd het zogenoemde ‘gat in de ozonlaag’ (dat eigenlijk geen echt gat is, maar een voortdurende verdunning van de ozonlaag) kleiner en kleiner. De verwachting was dat tegen het midden van de eenentwintigste eeuw het gat hersteld zou zijn tot het niveau van vóór 1980.

Voedselweb
In het wetenschappelijke tijdschrift Nature Sustainability doen onderzoekers hun bevindingen uit de doeken. “Wat we zien is dat veranderingen in de ozonlaag de temperatuur en neerslag op het zuidelijk halfrond hebben veranderd,” legt onderzoeker Kevin Rose uit. “En dat verandert de plekken waar algen in de oceaan zitten, waar vis is, en waar walrussen en zeehonden zijn. We zien dus veel veranderingen in het voedselweb.”


Antarctische Oscillatie
In het rapport leggen de onderzoekers uit dat ‘het gat in de ozonlaag’ de Antarctische Oscillatie (AAO) heeft veranderd. Dit is een gordel van westenwinden rondom Antarctica die zich tussen noord en zuid verplaatst. Door de aantasting van de ozonlaag is deze AAO steeds verder zuidwaarts geduwd en bevindt zich nu veel zuidelijker dan duizend jaar geleden. En deze verschuiving draagt rechtstreeks bij aan de klimaatverandering op het zuidelijk halfrond.

Verschuivingen
Omdat de AAO naar het zuiden is verschoven, zijn ook neerslagpatronen, zeewatertemperaturen en zeestromingen over grote delen van het zuidelijk halfrond verschoven. En dit heeft gevolgen voor ecosystemen. De effecten zijn te zien in de Zuidelijke Oceaan en ook in Australië, Nieuw-Zeeland, Antarctica, Zuid-Amerika en Afrika. Sommige gebieden in de oceaan zijn bijvoorbeeld koeler en drukker met zeeleven geworden, terwijl andere gebieden juist warmer en rustiger te noemen zijn. Warmere oceanen houden verband met de afname van de kelpwouden in Tasmanië en Braziliaanse koraalriffen, en hebben dus ook een effect op ecosystemen die daarvan afhankelijk zijn. In koelere wateren houden zich nu veel meer pinguïns en zeevogels op, die profiteren van grotere populaties krill en vis. Zo blijkt dat vrouwelijke albatrossen in bepaalde gebieden zeker een kilogram zwaarder zijn geworden.

UV-straling
Rose wijst ook op de subtiele wisselwerking tussen klimaatverandering en UV-straling. Hogere concentraties koolstofdioxide hebben bijvoorbeeld geleid tot zuurdere oceanen, wat effect heeft op schelpdieren. Zo bestaan de schelpen van schelpdieren grotendeels uit kalk. Maar in een zuurdere oceaan wordt deze schelp alsmaar dunner. Hierdoor worden schelpdieren kwetsbaarder voor UV-straling. Ook mensen zullen meer aan UV-stralen blootgesteld worden naarmate de temperatuur op aarde stijgt. Bovendien tast klimaatverandering de ozonlaag aan. “Broeikasgasemissies vangen meer warmte op in de lagere atmosfeer,” zegt Rose. “Hierdoor wordt de bovenste atmosfeer koeler. Omdat ozon wordt afgebroken bij lagere temperaturen, vertraagt de koudere bovenste atmosfeer het herstel van de ozonlaag.”


Of het gat zich in de loop en van deze eeuw gaat herstellen is nog even de vraag. In 2018 besloeg het gat een oppervlak van 22,9 miljoen vierkante kilometer. Daarmee is het gat ietsje groter geworden dan voorgaande jaren. Het herstel wordt vooral in de weg gezeten door ozonvernietigende stoffen waarover in het Montreal Protocol geen afspraken zijn gemaakt, omdat ze maar kort standhouden. Maar momenteel worden dergelijke stoffen met name in Zuid-Azië versneld naar grote hoogte getransporteerd, waardoor ze dus tóch een bedreiging vormen voor de ozonlaag.