Wetenschappers hebben opnieuw een populatie gevonden die baat lijkt te hebben bij genetisch materiaal van een uitgestorven mensachtige.

Het is al enige jaren bekend dat onze voorouders toen ze Afrika verlieten op andere mensachtigen stuitten. En zo af en toe bloeide er iets moois op. Zo zouden onze voorouders seks hebben gehad met Neanderthalers en de recent ontdekte Denisovamens. En die vrijpartijen laten hun sporen na in het DNA van de moderne mens.

Neanderthaler
Zo bestaat het genoom van de niet-Afrikaanse moderne mens vandaag de dag voor enkele procenten uit DNA van de Neanderthalers. De afgelopen jaren is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de implicaties daarvan. Wat doet het Neanderthaler-DNA met ons? Inmiddels zijn er aanwijzingen dat het DNA geassocieerd kan worden met een aantal kenmerken op het gebied van ons immuunsysteem, de huid en het brein.

Denisovamens
En ook van de vrijpartijen met de Denisovamens profiteren we nog steeds. Zo suggereert onderzoek dat Tibetanen dankzij genen van de Denisovamens op grote hoogte kunnen leven. Maar niet alleen de Tibetanen plukken nog altijd de vruchten van die vrijpartijen, zo stellen onderzoekers nu in het blad Molecular Biology and Evolution. Ook de Inuits zijn erbij gebaat.

Kou
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze zich over het genoom van 200 Groenlandse eskimo’s bogen. Ze vergeleken het genoom van de Inuits met dat van Neanderthalers en de Denisovamensen. De onderzoekers richtten zich daarbij met name op het deel van het genoom waarin de genen TBX15 en WARS2 zich ophouden. Deze genen stellen het lichaam in staat om aan de hand van een bepaald type lichaamsvet warmte te genereren. “De DNA-sequentie van de Inuits in dit deel van het genoom komt heel goed overeen met dat in het Denisova-genoom en wijkt heel erg af van de DNA-sequenties van andere mensen die vandaag de dag leven,” vertelt onderzoeker Fernando Racimo. Het suggereert dan ook sterk dat de Inuit-variant van het TBX15/WARS2-gebied afkomstig is van de Denisovamens. “Maar we kunnen de mogelijkheid dat de variant geïntroduceerd werd door een andere archaïsche groep wiens genomen nog niet bestudeerd zijn, niet uitsluiten,” benadrukt Racimo.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de Inuit-variant van deze genen vooral vaak voorkomt onder de Inuits en de inheemse bevolking van Amerika, iets minder vaak opduikt in Eurazië en vrijwel ontbreekt in Afrika. Het suggereert dat de voorouders van de inheemse bevolking van Amerika het genetisch materiaal verkregen toen ze de Denisovamens tijdens hun migratie richting het noorden tegen het lijf liepen. Vervolgens kwam dat genetisch materiaal van pas toen ze zich door Siberië en via de Beringzee richting Amerika verplaatsten.