Mars lijkt – na de maan – het volgende hemellichaam waar de mens naartoe gaat. Maar eerst moet er op technisch en juridisch vlak nog veel gebeuren. En er moet geld komen. Veel geld.

We schrijven 2047. De eerste Marsoorlog ligt nog maar net achter ons en de wereldleiders likken hun wonden. De wederopbouw is in volle gang, maar de meeste schade is inmiddels hersteld. Nederzettingen die doen denken aan de Westlandse kassen bedekken zo’n tien procent van het Marsoppervlak. De overige negentig procent is nog niet ontgonnen. Dit duurt ook nog wel even, het Marslandschap geeft zich niet zomaar gewonnen. 

Sciencefiction of reality? Voorlopig nog het eerste. Maar als het aan miljardair Elon Musk, de Zuid-Afrikaan achter Tesla, SolarCity en ruimtevaartbedrijf SpaceX ligt, duurt het niet lang meer voordat de eerste mens voet op Mars zet. “Er zijn voor de mensheid twee opties: Voor altijd op aarde blijven totdat een externe kracht ons uitvlakt (..) of een ruimtevarende en multiplanetaire soort worden.” Maar waarom zouden we ons comfortabele leven op aarde willen inruilen voor een onzekere toekomst op een onherbergzame planeet? Wat doet het bijvoorbeeld met onze gezondheid? Wie wordt er de baas? En wat kost zoiets wel niet?

Een tweede aarde

In theorie kunnen we van Mars een tweede aarde maken. De wetenschappelijke term voor dit fenomeen is ‘terraforming‘. Bij terraforming worden de ijskappen op Mars door opwarming gesmolten. Bijvoorbeeld met een nucleaire explosie die de temperatuur in de atmosfeer laat stijgen. Of met grote ruimtespiegels die het zonlicht naar Mars weerkaatsen, zodat de atmosfeer qua CO2- en waterconcentratie vergelijkbaar wordt met die op aarde.
Een nucleaire explosie werpt pas na honderden jaren haar vruchten af en met ruimtespiegels ben je al gauw duizenden jaren verder. Het vergt dus niet alleen enorme investeringen, maar ook een heel lange adem. Het is dan ook de vraag of dit scenario praktisch haalbaar is.

Enkele reis of retour?
Musk staat niet alleen in zijn plannen. Ook het Nederlandse initiatief Mars One heeft serieuze aspiraties op het Marsfront. Niet minder dan 200.000 mensen uit alle delen van de wereld gaven gehoor aan de oproep om mee te dingen naar een plekje in de ruimteraket van Mars One. Inmiddels heeft de selectieprocedure plaatsgevonden en binnenkort starten de eerste trainingen. En als alles volgens plan verloopt, vertrekt de eerste bemande missie in 2031, om er in 2032 te arriveren. Met aan boord avonturiers die het aardse leven achter zich laten. Voorgoed. Want volgens Bas Lansdorp en Arno Wielder, de initiatiefnemers van Mars One, is een enkele reis de enige haalbare optie. Zij schatten de kosten van een bemande missie op zo’n zes miljard dollar. Ter vergelijking: een missie inclusief tijdelijk verblijf en een retourticket kost bij Musk al snel 20 tot 30 miljard dollar. En NASA heeft het zelfs over 100 miljard dollar. Dat is tien keer een WK Voetbal of Olympische Spelen.

Drijfveren
Erik Laan, expert op het gebied van ruimtetechnologie en eigenaar van Eye on Orbit, snapt wel wat deze mensen beweegt. “Wanneer weet niemand, maar vroeg of laat maakt een kosmische ramp een einde aan het leven op aarde. Het uitbreiden van onze biotoop vergroot nu eenmaal de kans op overleven van de soort. En de drang om te overleven zit in onze genen ingebakken.” De drang om te overleven, speelde 350 jaar geleden bij de kolonisatie van Amerika een rol en is ook nu voor mensen uit door oorlog geteisterde gebieden de drijfveer om huis en haard achter zich te laten. Maar de vergelijking met de ‘overlevingsdrang’ van Marsreizigers loopt al snel mank. Want de gevolgen van het apocalyptische scenario zijn nog niet direct voelbaar. Zeker voor inwoners van het welvarende westen is er weinig noodzaak om de biezen te pakken. Er moet dus meer spelen. Een blik op de website met de persoonlijke profielen en motieven van de geselecteerde Marsreizigers geeft inzicht. “Om de grenzen van de technologie verkennen”, “om mijn eigen grenzen op te zoeken” en “om te zoeken naar buitenaards leven”, zijn zomaar een paar motieven van de ruimtevaarders in spe. De zucht naar avontuur lijkt de belangrijkste gemene deler.

Kolonisten op Mars zullen hun eigen voedsel moeten verbouwen. Aan boord van het ISS wordt dat al geoefend. Zo oogstten astronauten in 2015 al voor het eerst in de ruimte gekweekte sla. Die sla groeit in met klei en kunstmest gevulde kussentjes, onder het licht van rode, blauwe en groene led-lampen. Afbeelding: NASA.

Barre omstandigheden
Stel dat het deze reizigers lukt om een succesvolle landing te maken. Wat staat hen daar dan te wachten? Op Mars is minder atmosfeer dan op aarde. De stralingsdeeltjes van de zon komen daardoor veel harder aan, wat het verouderingsproces versnelt. Volgens Laan is één jaar op Mars vergelijkbaar met 25 jaar op aarde. “Je kunt het vergelijken met het stralingsniveau waaraan astronauten bloot staan bij een reparatie aan de buitenkant van ISS. Toekomstige Marsbewoners doen er dan ook goed aan om in grotten te verblijven, omdat die de straling het beste weren.” Een andere atmosfeer betekent ook een andere samenstelling van de lucht. Op Mars moet daarom een kunstmatige zuurstofvoorziening worden gemaakt. Bijvoorbeeld met grote glazen koepels waarbinnen het zuurstofgehalte op peil wordt gehouden. En ook voor het verbouwen van voedsel zijn kunstgrepen nodig. Moet je toch naar buiten, bijvoorbeeld om een reparatie uit te voeren aan een koepel, dan moet je een stralingwerend ruimtepak dragen.
Maar de zwaartekracht is misschien nog wel de belangrijkste factor die invloed heeft op de gezondheid. Astronauten die een jaar in het ISS zitten, krijgen te maken met botontkalking, oogproblemen en aantasting van spierweefsel. Op Mars, waar de zwaartekracht een derde is van die op aarde, liggen vergelijkbare risico’s op de loer. Laan betwijfelt of deze risico’s goed worden onderzocht. “Wanneer de overheid de Marsmissies zou financieren, zou dit zeker gebeuren. Maar ik sluit niet uit dat rijke geldschieters een ander pad nemen. Een reis naar Mars kan dus nogal wat negatieve consequenties hebben voor de gezondheid.”

Een ondergrondse basis op Mars zou een goede bescherming bieden tegen gevaarlijke straling. Afbeelding: NASA Ames Research Center.

Ruimterecht
Om wildwesttaferelen te voorkomen, moeten er ook op Mars regels zijn. Die zijn voor een deel al vastgelegd in het ruimterecht. Tanja Masson, adjunct-directeur van het International Institute for Space Law en deskundig op het gebied van ruimterecht, legt uit hoe dit zit. “De ruimte is vrij voor gebruik door iedereen. Maar een privépersoon die de ruimte in wil, heeft daarvoor wel toestemming nodig van een staat.” Dit gebruiksrecht is geregeld in het Ruimteverdrag, dat dateert uit 1967. Daarin is vastgelegd dat niemand zichzelf stukken grond mag toe-eigenen. Je mag wel overal een station plaatsen.” De staat heeft de taak om toezicht uit te oefenen op de activiteiten van private personen of ondernemingen in de ruimte en is hiervoor verantwoordelijk. Dit betekent ook dat de staat aansprakelijk is voor de gevolgen wanneer er iets misgaat. Masson: “Stel, een van de Marsrovertjes van een private partij botst tegen een Chinese module aan. Dan moet de staat van de private partij deze vergoeden.”

“Het is niet zo dat we over een paar jaar ineens 1000 Marsbewoners hebben”
In 2032 moet het gaan gebeuren

Mars One wilde in eerste instantie in het volgende decennium al een bemand ruimtevaartuig op Mars zetten. Maar vorig jaar heeft de organisatie de plannen iets bijgesteld. De planning ziet er nu als volgt uit:
2017: Selectie drie tot zes groepen van vier leden voor trainingsprogramma
2022: Onbemande demonstratiemissie
2024: Lancering communicatiesatelliet
2026: Rover naar Mars voor selectie locatie nederzetting
2029: Tweede Rover en hulpmiddelen naar Mars voor voorbereiding nederzetting
2031: Vertrek eerste bemande missie
2032: Landing eerste bemande missie met hulpmiddelen voor tweede crew
2034: Landing tweede crew en hulpmiddelen voor derde crew

Marswetgeving
Specifieke Marswetgeving is volgens Masson voorlopig niet nodig. “Zolang mensen op Mars afhankelijk zijn van technische ondersteuning en hulpbronnen van de aarde, geldt het op de aarde gebaseerde ruimterecht.” Masson verwacht dat bewoners een eigen rechtssysteem gaan ontwikkelen op het moment dat een nederzetting zelfvoorzienend wordt. “Kolonisatie van Mars gaat gradueel. Eerst komen er wetenschappers en geleidelijk aan breidt een nederzetting zich uit. Het is niet zo dat we over een paar jaar ineens 1000 Marsbewoners hebben. Daar hoeven we niet op voor te sorteren. De wetgeving volgt vanzelf, zodra daar behoefte aan is.”

Overheid betaalt niet
De techniek en internationale regelgeving brengen ons dus een heel eind. Maar missies als Mars One of SpaceX hebben pas kans van slagen als er geld voor is. En dat is er niet. In de nota Ruimtevaartbeleid 2016 is weliswaar aandacht voor de ontginning van Mars, maar dan vooral om het leven op aarde te veraangenamen. Kolonisatie, om de mensheid te behoeden voor uitsterven, is politiek gezien geen issue. Draagvlak onder de bevolking is er volgens Laan evenmin: “De kans dat miljarden linea recta worden stukgeslagen op het Marsoppervlak is groot. Dat hebben we onlangs gezien bij de landing van de Schiaparelli.”

Van de gemeenschap moeten de Marsmissionarissen het dus niet hebben. Maar een handvol miljardairs zouden een Marsmissie wel kunnen financieren. Hoewel er financieel gezien weinig te winnen valt met een dergelijke investering, kan deze voor hen toch lucratief zijn. Omdat ze geschiedenis willen schrijven. Of onsterfelijk willen worden. Of gewoon omdat ze de rest van hun bucketlist al hebben afgewerkt. Larry Page, de grote man achter Google, is zo iemand. Hij heeft al interesse getoond. Laan: “Page heeft NASA een bod van 3 miljard gedaan. Dat is dus nog niet genoeg om de missie te laten slagen. Het wachten is nu op andere rijken die zijn voorbeeld volgen. Maar wanneer dat moment komt, weet niemand.”

Mariëlle Jansen (1975) is socioloog en freelance journalist. Ze heeft interesse voor wetenschap en menselijk gedrag. Vanwege de combinatie van onderzoeken, analyseren en verklaren schrijft ze graag voor populair wetenschappelijke media. Om aan de lezer uit te leggen hoe iets in elkaar zit, maar óók om er zelf van te leren. “Na elk artikel ben ik zelf ook weer wat wijzer”.